U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2002.

Regeling · BWBR0002526

Reglement op de Raccordementen 1966

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 6 mei 1966, houdende vaststelling van een reglement ter verzekering van het veilig gebruik van spoorwegen, welke niet voor het openbaar vervoer van personen of van goederen zijn opengesteld en welke aansluiten aan spoorwegen, bedoeld in de Spoorwegwet, aan lokaalspoorwegen of aan tramwegenReglement op de Raccordementen 1966Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat van 25 november 1965, nr. A-2/032940, Directoraat-Generaal van het Verkeer;

Gelet op artikel 6, tweede lid, der Locaalspoor- en Tramwegwet);

De Raad van State gehoord (advies van 22 december 1965, nr. 60);

Gezien het nader rapport van de voornoemde Staatssecretaris van 27 april 1966, nr. A-2/035361, Directoraat-Generaal van het Verkeer;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Onze Minister van Verkeer en Waterstaat is belast met de uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Soestdijk6 mei 1966JULIANA.De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat,POSTHUMUS.de zesentwintigste mei 1966.De Minister van Justitie,SAMKALDEN.

In dit besluit wordt verstaan onder:

Dit besluit is van toepassing op raccordementen met uitzondering van:

Onze Minister wijst de plaatsen aan waar, in het belang van het veilig verkeer over het raccordement, het raccordement moet worden afgesloten. De wijze van afsluiting wordt door Onze Minister bepaald. Alvorens zijn beslissing te nemen, wint Onze Minister het gevoelen in van bestuurders en, voor zover het betreft een voor het openbaar verkeer openstaande overweg of overpad dan wel een gedeelte van het raccordement dat in een voor het openbaar verkeer openstaande weg is gelegen, van de wegbeheerder; is de weg of het pad niet in beheer bij de gemeente, dan wordt ook het gemeentebestuur gehoord. Het afsluiten geschiedt door bestuurders.

De seinen, welke bij de uitoefening van de dienst op het raccordement kunnen worden gegeven, behoeven de instemming van Onze Minister.

Het is aan een ieder verboden:

Ten aanzien van raccordementen op welke de dienst wordt verzorgd door de N.V. Nederlandse Spoorwegen worden de artikelen 4, 5, derde lid, 6, 7, 8, 9 en 11 van dit besluit aldus gelezen, dat voor Onze Minister in de plaats treedt de Directie der vennootschap, welke Directie door haar aan te wijzen functionarissen kan machtigen voorschriften als in de artikelen 4 en 8 bedoeld vast te stellen.

De Directie volgt de voorschriften, welke haar te dezen aanzien door Onze Minister worden gegeven.

Beschikkingen van Onze Minister inzake afsluiting van de spoorweg, genomen krachtens artikel 3, eerste lid, van het Reglement op de Raccordementen (Stb. 1953, 454), worden, voor zover zij op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit geldig zijn, geacht te zijn beschikkingen inzake afsluiting van het raccordement, gegeven krachtens artikel 3 van dit besluit.

Beschikkingen van de Directeur-Generaal, genomen krachtens artikel 6, eerste lid, artikel 5, vijfde lid, artikel 3, tweede lid, onderscheidenlijk artikel 9 van het Reglement op de Raccordementen (Stb. 1953, 454) worden, voor zover zij op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit geldig zijn, geacht betrekking te hebben op een raccordement en te zijn gegeven krachtens artikel 4, tweede lid, artikel 5, derde lid, artikel 8, tweede lid, onderscheidenlijk artikel 9 van dit besluit, een en ander voor zover het betreft raccordementen, waarop de dienst niet wordt verzorgd door de N.V. Nederlandse Spoorwegen.

Dit besluit kan worden aangehaald onder de titel Reglement op de Raccordementen 1966 of R.Racc.

Het Reglement op de Raccordementen (Stb. 1953, 454) wordt ingtrokken.

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juni 1966.