Regeling · BWBR0002548

Algemeen Reglement Vervoer

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 20 december 1966, houdende vaststelling van een algemeen reglement voor het vervoer op de spoorwegen Algemeen Reglement Vervoer Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat van 15 september 1966, no. A-2/038143, Directoraat-Generaal van het Verkeer;

Gelet op artikel 27 van de Spoorwegwet en op artikel 4 van de Locaalspoor- en Tramwegwet;

De Raad van State gehoord (advies van 9 november 1966, nr. 36);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 19 december 1966, nr. A-2/039467, Directoraat-Generaal van het Verkeer;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Onze Minister van Verkeer en Waterstaat is belast met de uitvoering van dit besluit, hetwelk in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Soestdijk 20 december 1966 JULIANA. De Minister van Verkeer en Waterstaat, J. DE QUAY. de negenentwintigste december 1966. De Minister van Justitie, STRUYCKEN.

Wordt een kind jonger dan twaalf jaar begeleid door een persoon van achttien jaar of ouder, dan is deze begeleider verplicht er voor zorg te dragen, dat dit kind niet in strijd met de bepalingen van dit reglement handelt.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De Minister van Verkeer en Waterstaat is bevoegd ontheffing te verlenen van bepalingen van dit reglement, indien het gebruik van bijzonder materieel dit nodig maakt.

Het Algemeen Reglement Vervoer, vastgesteld bij Koninklijk besluit van 9 november 1928 (Stb. 415), wordt ingetrokken, behoudens de daarbij behorende Bijlage I, welke als Bijlage I bij het onderwerpelijke besluit wordt geacht te behoren.

Vervallen

Dit besluit kan worden aangehaald als "Algemeen Reglement Vervoer" of "ARV".

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 1967.

Vervallen.

§ 1. Dit reglement is van toepassing op het vervoer van ledige of beladen particuliere wagens, als bedoeld in artikel 2, die ten vervoer zijn aangeboden onder de voorwaarden van het Algemeen Reglement Vervoer (ARV).

§ 2. Voor zover dit reglement geen bijzondere bepalingen bevat, zijn de voorschriften van het ARV van toepassing op het in § 1 bedoelde vervoer.

Onder particuliere wagens of P-wagens worden verstaan wagens, die door een spoorweg door het afsluiten van een immatriculatie-overeenkomst op naam van een natuurlijk persoon of rechtspersoon in zijn wagenpark zijn opgenomen en van het onderscheidingsteken P zijn voorzien. In dit reglement wordt deze persoon, wiens naam op de wagen moet zijn aangebracht, particulier genoemd.

De afzender mag de wagen slechts gebruiken voor het vervoeren van krachtens de immatriculatie-overeenkomst toegelaten goederen. Alleen de afzender is aansprakelijk voor de gevolgen, die voortvloeien uit het niet in acht nemen van deze bepaling.

Indien de wagen is uitgerust met bijzondere inrichtingen (koelinrichtingen, waterbakken, machine-installaties enz.), is de particulier verplicht voor de bediening van deze inrichtingen te zorgen of te doen zorgen.

§ 1.

De afzender moet behalve de in het ARV voorgeschreven aanduidingen de volgende op de vrachtbrief vermelden:

§ 1. De aangifte van het belang bij de aflevering is niet toegestaan bij zendingen ledige wagens.

§ 2. De aangifte van het belang bij de aflevering geldt bij het vervoer van een beladen wagen slechts met betrekking tot het geladen goed.

§ 1. Behalve in de in artikel 67, § 5, ARV bedoelde gevallen wordt de leveringstermijn tevens verlengd in het geval van een onderbreking van het vervoer ten gevolge van een beschadiging van de wagen en wel met de duur van deze onderbreking, tenzij de spoorweg volgens de bepalingen van artikel 11 voor deze beschadiging aansprakelijk is.

§ 2. Indien het in de beschadigde wagen geladen goed wordt overgeladen in een andere wagen, eindigt de onderbreking voor het goed op het moment, waarop het, na overlading, verder vervoerd kan worden.

§ 1. Indien een beschadiging van de wagen of een verlies van onderdelen door de spoorweg wordt ontdekt of wordt vermoed of door de rechthebbende wordt beweerd, moet de spoorweg overeenkomstig de bepalingen van artikel 88 van het ARV een proces-verbaal opmaken, waarin de aard van de beschadiging of het verlies en voor zover mogelijk, de oorzaak en het tijdstip van ontstaan worden vermeld.

§ 2. Een afschrift van dit proces-verbaal wordt door de spoorweg kosteloos aan de particulier verstrekt, eventueel door bemiddeling van de spoorweg in wiens wagenpark de wagen is opgenomen. Indien het een wagen betreft, waarop met toestemming van de spoorweg die de wagen in zijn wagenpark heeft opgenomen de naam van een huurder is aangebracht, moet rechtstreeks een afschrift van het proces-verbaal aan deze huurder worden verstrekt.

§ 3. Indien de wagen beladen is, moet, zo daartoe aanleiding bestaat, overeenkomstig de bepalingen van artikel 88 ARV een afzonderlijk proces-verbaal voor het geladen goed worden opgemaakt.

§ 1. Wordt een ledig verzonden wagen zodanig beschadigd, dat hij niet verder kan worden vervoerd of voor belading ongeschikt is, dan moet het station, waar de beschadiging is vastgesteld, de afzender en de particulier daarvan onverwijld per telegram kennisgeven, waarbij, voor zover mogelijk, de aard van de beschadiging wordt aangegeven.

§ 2.

§ 3.

§ 4.

§ 5.

§ 6. De kosten van het vervoer en de andere kosten ontstaan tot het station, waar de wagen is opgehouden, de kosten van de toezending van de kennisgeving aan de afzender en aan de particulier, zomede die, welke eventueel voortvloeien uit het uitvoeren van de instructies of uit de ambtshalve opzending van de wagen naar het depotstation, komen ten laste van de zending.

§ 7. De huurder, wiens naam met toestemming van de spoorweg, die de wagen in zijn wagenpark heeft opgenomen, op de wagen is vermeld, treedt met betrekking tot de uitvoering van de bepalingen van dit artikel van rechtswege in de plaats van de particulier.

§ 1. De spoorweg is aansprakelijk voor verlies of beschadiging van de wagen of van zijn onderelen, ontstaan tussen de aanneming ten vervoer en de aflevering, tenzij hij bewijst, dat de schade niet aan zijn schuld is te wijten.

§ 2.

§ 3.

§ 4. De particulier treedt met betrekking tot het recht op schadevergoeding in geval van verlies of beschadiging van de wagen of zijn onderdelen, van rechtswege in de plaats van de afzender of de geadresseerde. Vorderingen buiten rechte kunnen slechts aanhangig worden gemaakt bij de spoorweg, die de wagen in zijn wagenpark heeft opgenomen. Ook vorderingen in rechte kunnen slechts ingesteld worden tegen deze spoorweg, die in dat geval van rechtswege in de plaats treedt van de spoorweg, die aansprakelijk is.

§ 1. De wagen wordt als verloren beschouwd, wanneer hij niet binnen drie maanden na afloop van de leveringstermijn ter beschikking van de geadresseerde kan worden gesteld. De termijn van drie maanden wordt verlengd met de tijd, gedurende welke de wagen niet kan worden gebruikt tengevolge van enige niet aan de spoorweg te wijten oorzaak of tengevolge van beschadiging.

§ 2. Indien de als verloren beschouwde wagen wordt teruggevonden na de betaling van de schadevergoeding, kan de particulier binnen zes maanden, nadat hij daarover bericht van de spoorweg, die de wagen in zijn wagenpark heeft opgenomen, heeft ontvangen, eisen, dat de wagen hem kosteloos op het depotstation ter beschikking wordt gesteld tegen terugbetaling van de schadevergoeding.

model 1

Afmetingen: 65 mm * 65 mm.

model 2

Vierkant met standaardafmetingen:

15 cm * 15 cm

30 cm * 30 cm

50 cm * 50 cm