U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-07-2005.
Wijzigingen Officiële bron
Wet van 26 november 1970, houdende regelen in het belang van het voorkomen of beperken van luchtverontreiniging Wet inzake de luchtverontreinigingWij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het wenselijk is regelen te stellen in het belang van het voorkomen of beperken van luchtverontreiniging;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven ten Paleize Soestdijk 26 november 1970. JULIANA. De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Volksgezondheid, R. J. H. KRUISINGA.de vierentwintigste december 1970. De Minister van Justitie a.i., H. K. J. BEERNINK.

Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder:

luchtverontreiniging: de aanwezigheid in de buitenlucht van verontreinigende stoffen;

verontreinigende stoffen: vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, niet zijnde splijtstoffen, ertsen of radio-actieve stoffen in de zin van de Kernenergiewet (Stb. 1963, 82), die in de lucht, op zichzelf dan wel tezamen of in verbinding met andere stoffen, hetzij nadeel voor de gezondheid van de mens of hinder voor de mens kunnen opleveren, hetzij schade kunnen toebrengen aan dieren, planten of goederen;

brandstof: een stof - met inbegrip van alle daaraan toegevoegde stoffen - dienende voor verbranding met het doel de daarbij ontstane energie te benutten, bij welke verbranding verontreinigende stoffen in de buitenlucht kunnen geraken;

toestel: een toestel of met een toestel uitgerust vervoermiddel van waaruit verontreinigende stoffen in de buitenlucht kunnen geraken, een en ander - voorzover dit bij algemene maatregel van bestuur is bepaald - met inbegrip van de daaraan verbonden uitlaatleidingen;

vervoermiddel: een vaartuig, rij- of voertuig of luchtvaartuig;

verontreinigende handeling: gedraging waardoor één of meer verontreinigende stoffen in de buitenlucht kunnen geraken, die niet voortvloeit uit het normale gebruik van een toestel of brandstof en niet wordt verricht in een inrichting waarvoor een vergunning krachtens de Wet milieubeheer vereist is;

Onze Minister: Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

inspecteur: als zodanig bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaar.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 13 kan tevens de verplichting inhouden te voldoen aan door bestuursorganen die bij de maatregel zijn aangewezen, omtrent onderwerpen die in de maatregel zijn geregeld, aan de betrokkene gestelde nadere eisen. Bij het stellen van zodanige eis wordt tevens het tijdstip bepaald waarop ten aanzien van die eis de verplichting ingaat.

Bij een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 13, waarbij regelen worden gesteld met betrekking tot toestellen of brandstoffen die kunnen worden gebruikt in inrichtingen waarvoor een vergunning krachtens de Wet milieubeheer vereist is, kan worden bepaald dat het bevoegd gezag bij het verlenen of wijzigen van de vergunning met betrekking tot daarbij aangegeven onderwerpen in de beperkingen waaronder de vergunning wordt verleend, of in de daaraan verbonden voorschriften van bij de maatregel gestelde regels kan afwijken. In dat geval wordt bij de maatregel aangegeven in hoeverre het bevoegd gezag van de regels kan afwijken. Bij de maatregel kan tevens worden bepaald dat de bevoegdheid tot afwijken slechts geldt in daarbij aangegeven categorieën van gevallen.

In een algemene maatregel van bestuur waarbij regelen van de in artikel 13, tweede lid, onder a, b, c of d, bedoelde strekking met betrekking tot toestellen werden gesteld, wordt tevens een termijn bepaald, eerst bij het verstrijken waarvan die regelen ten aanzien van toestellen die bij het in werking treden van de maatregel reeds vervaardigd en hier te lande aanwezig zijn, van toepassing worden.

Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 13, tweede lid, onder d of e, wijzen Onze Minister en Onze Ministers wie het mede aangaat, tezamen de instanties aan, die de in die bepaling bedoelde keuringen verrichten, tenzij deze instanties bij of krachtens algemene maatregel van bestuur zijn aangewezen. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regelen gesteld ten aanzien van de wijze waarop die keuringen plaatshebben.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De burgemeester van een gemeente waar zich de luchtverontreiniging voordoet, en de inspecteur kunnen Onze commissaris in de provincie verzoeken aan artikel 43, eerste lid, toepassing te geven.

De burgemeester van elk der betrokken gemeenten en de inspecteur kunnen Onze commissaris in de provincie verzoeken toepassing te geven aan artikel 48, eerste en derde lid.

Een krachtens artikel 48, eerste lid, of 51, eerste of tweede lid, vastgesteld besluit wordt terstond door middel van radio en televisie bekend gemaakt en kan onmiddellijk daarna in werking treden. Van het besluit wordt vervolgens zo spoedig mogelijk mededeling gedaan in de Staatscourant en zo nodig in een of meer dag- of nieuwsbladen onder vermelding van het tijdstip van de bekendmaking daarvan.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen omtrent de uitoefening van de in de artikelen 43 en 48 t/m 52 vervatte bevoegdheden nadere regelen worden gesteld. Tot deze regelen kunnen behoren regelen die aangeven hoe toepassing dient te worden gegeven aan artikel 43 of artikel 48 bij een overschrijding van alarmdrempels, gesteld krachtens artikel 5.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer of bij een dreigende overschrijding daarvan.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Beroep op de administratieve rechter staat open overeenkomstig hoofdstuk 20 van de Wet milieubeheer.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Voor de toepassing van de artikelen 44 en 49 wordt onderscheidenlijk het gebied van een bovengemeentelijk openbaar lichaam met een gemeente, het bestuur van zodanig lichaam met burgemeester en wethouders en de voorzitter van het bestuur van zodanig lichaam met de burgemeester gelijk gesteld.

Vervallen

Vervallen

Indien in deze wet geregelde onderwerpen in het belang van een goede uitvoering van de wet nadere regeling behoeven, kan deze geschieden bij algemene maatregel van bestuur.

Het is verboden te handelen in strijd met een krachtens artikel 43 gegeven bevel.

Het is verboden te handelen in strijd met

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Met de opsporing van overtredingen van de artikelen 91 en 92 zijn mede belast de krachtens artikel 18.4 van de Wet milieubeheer aangewezen ambtenaren, voor zover zij door Onze Minister van Justitie daartoe zijn aangewezen.

Vervallen

De bevoegdheid tot het maken van gemeentelijke verordeningen blijft ten aanzien van het onderwerp waarin deze wet voorziet, gehandhaafd, voor zover deze verordeningen niet met deze wet in strijd zijn.

Vervallen

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Vervallen

De wet van 13 juni 1963 (Stb. 319), houdende instelling van de Raad inzake de luchtverontreiniging, wordt ingetrokken.

Deze wet kan worden aangehaald als: Wet inzake de luchtverontreiniging.

Deze wet treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip, dat voor de onderscheidene artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld.