U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2013.

Wet · BWBR0002759

Noodwet Arbeidsvoorziening

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 23 april 1971, houdende regeling met betrekking tot de arbeid ten behoeve van de volkshuishouding, de landsverdediging en de overheidsdienst voor het geval van oorlog, oorlogsgevaar, daaraan verwante of daarmede verband houdende buitengewone omstandigheden Noodwet ArbeidsvoorzieningWij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is voor het geval van oorlog, oorlogsgevaar, daaraan verwante of daarmede verband houdende buitengewone omstandigheden regelen te stellen met betrekking tot de arbeid ten behoeve van de volkshuishouding, de landsverdediging en de overheidsdienst;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven ten Paleize Soestdijk 23 april 1971. JULIANA. De Minister-President, Minister van Algemene Zaken, DE JONG. De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, B. ROOLVINK. De Minister van Justitie, C. H. F. POLAK. de negenentwintigste juli 1971. De Minister van Justitie, VAN AGT.

Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder:

Vervallen

Bij algemene maatregel van bestuur worden de autoriteiten aangewezen, die, zolang de verbinding tussen Onze Minister en enig gebied verbroken is, in dat gebied met inachtneming van de bij de maatregel gestelde regelen de bij de artikelen 7 en 10 aan Onze Minister toegekende bevoegdheden uitoefenen.

Treedt op een later tijdstip in werking.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

In afwijking van artikel 6:4, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt een bezwaarschrift tegen een besluit van Onze Minister of Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer ingediend bij het Hoofd Arbeidsvoorziening.

Vervallen

Een bezwaarschrift, gericht tegen een beschikking van Onze Minister of Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, wordt door het Hoofd Arbeidsvoorziening onverwijld ter kennis van de in artikel 4, tweede lid, bedoelde commissie gebracht. Deze brengt zo spoedig mogelijk advies uit.

Vervallen

Het Hoofd Arbeidsvoorziening is bevoegd personen op te roepen om voor hem of voor door hem daarbij aangewezen personen te verschijnen:

Vervallen

Vervallen

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regelen worden gesteld omtrent voorzieningen bij ziekte, ongeval, invaliditeit en overlijden, verband houdende met het volgen van een scholing op grond van een oproeping krachtens artikel 24.

Indien in deze wet geregelde onderwerpen in het belang van een goede uitvoering van de wet nadere regeling behoeven, kan deze geschieden bij algemene maatregel van bestuur.

Degenen, die werkzaamheden moeten verrichten ingevolge een vordering op grond van artikel 24 van de Inkwartieringswet (Stb. 1953, 305), een opdracht op grond van artikel 61 van de Luchtvaartwet (Stb. 1958, 47), dan wel een oproeping op grond van artikel 29 van de Oorlogswet voor Nederland (Stb. 1964, 337) of artikel 1, onder 6°, van de Bevoegdhedenwet (Stb. 1902, 54), zijn, zolang bedoelde verplichting duurt, van de verplichtingen, welke ingevolge het bij of krachtens deze wet bepaalde op hen rusten, ontheven.

Zolang paragraaf 3 of 4 van hoofdstuk II in werking is, geschieden de oproepingen krachtens artikel 1, onder 6°, van de Bevoegdhedenwet zo mogelijk na overleg met het Hoofd Arbeidsvoorziening.

Vervallen

Een gedraging die in strijd is met het bij of krachtens artikel 11, derde lid, 23, vierde lid, 24, vijfde lid, 25, tweede lid, 31, derde lid, 33, eerste of derde lid, bepaalde, alsmede een gedraging die in strijd is met het krachtens artikel 49 bepaalde, voor zover zij daarbij is aangeduid als strafbaar feit, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste één maand of geldboete van de tweede categorie.

Een gedraging die in strijd is met het bij of krachtens artikel 7, eerste of tweede lid, 10, eerste of tweede lid, 11, eerste lid, 14, eerste lid, 15, eerste of tweede lid, 25, eerste of derde lid, 26, eerste of tweede lid, of 32, eerste of tweede lid, bepaalde, alsmede een gedraging die in strijd is met het krachtens artikel 9, tweede lid, 12, tweede lid, of 21, tweede lid, bepaalde, voor zover zij daarbij is aangeduid als strafbaar feit, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de derde categorie.

Opzettelijke overtreding van het bij of krachtens artikel 25, eerste of derde lid, of 32, eerste of tweede lid, bepaalde wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste één jaar of geldboete van de derde categorie.

Met gevangenisstraf van ten hoogste één jaar of geldboete van de derde categorie wordt gestraft hij die, krachtens artikel 13 als werknemer onmisbaar verklaard of krachtens artikel 24 als burgerdienstplichtige opgeroepen:

De voorgaande strafbepalingen zijn mede van toepassing op de Nederlander of de inwoner van Nederland, die een strafbaar feit begaat buiten Nederland.

Vervallen

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Deze wet kan worden aangehaald als: Noodwet Arbeidsvoorziening.

Deze wet treedt, met uitzondering van hoofdstuk II, in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad, waarin zij wordt geplaatst.