U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 02-03-2005.

Wet · BWBR0003420

Wet op het basisonderwijs

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 2 juli 1981, houdende Wet op het basisonderwijs Wet op het primair onderwijsWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het ter bevordering van

een ononderbroken ontwikkeling van de leerlingen, gewenst is de afzonderlijke onderwijsvormen kleuteronderwijs en gewoon lager onderwijs samen te voegen tot een onderwijsvorm die gericht is op een doorlopend ontwikkelingsproces van de leerlingen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te Lage Vuursche 2 juli 1981 Beatrix De Minister van Onderwijs en Wetenschappen, A. Pais De Staatssecretaris van Onderwijs en Wetenschappen, A. J. Hermes de dertigste juli 1981 De Minister van Justitie, J. de Ruiter

In deze wet wordt verstaan onder:

Onze minister:

Onze minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

inspectie of inspecteur:

de inspectie, bedoeld in de Wet op het onderwijstoezicht, voor zover belast met taken op het gebied van het basisonderwijs;

school:

een basisschool of een speciale school voor basisonderwijs, tenzij het tegendeel blijkt;

basisschool:

een school waar basisonderwijs wordt gegeven, niet zijnde een speciale school voor basisonderwijs;

speciale school voor basisonderwijs:

een school waar basisonderwijs wordt gegeven aan kinderen voor wie vaststaat dat overwegend een zodanige orthopedagogische en orthodidactische benadering aangewezen is, dat zij althans gedurende enige tijd op een speciale school voor basisonderwijs moeten worden opgevangen;

school voor speciaal onderwijs:

een school voor speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra;

school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs:

een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra;

school voor voortgezet speciaal onderwijs:

een school voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra;

instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs:

een instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 8, eerste lid tweede volzin, van de Wet op de expertisecentra;

school voor voortgezet onderwijs:

een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs;

openbare school:

bijzondere school:

door een natuurlijk persoon of een privaatrechtelijke rechtspersoon, niet zijnde een stichting als bedoeld in artikel 48, in stand gehouden school;

openbare rechtspersoon:

een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld als bedoeld in artikel 47;

nevenvestiging:

deel van een school, dat op de plaats waar het onderwijs wordt gegeven voordat het een deel van de school werd als zelfstandige school functioneerde;

bevoegd gezag van volgens deze wet bekostigde scholen: voor wat betreft

ouders:

ouders of voogden;

schooljaar:

het tijdvak van 1 augustus tot en met 31 juli daaraanvolgend;

samenwerkingsverband:

een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18, tenzij het tegendeel blijkt;

personeel:

leerlinggebonden budget: een leerlinggebonden budget voor een leerling als bedoeld in artikel 70a.

Het basisonderwijs is het onderwijs bestemd voor kinderen vanaf de leeftijd van omstreeks 4 jaar. Het legt mede de grondslag voor het volgen van aansluitend voortgezet onderwijs.

Treedt op een later tijdstip in werking.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Vervallen

Vervallen

Ten laste van een andere openbare kas dan van Rijk en gemeente worden geen scholen in stand gehouden, noch uitgaven voor een school gedaan. Gemeenten doen geen uitgaven voor een niet door de gemeente in stand gehouden school dan krachtens de wet.

Het bevoegd gezag draagt zorg voor de kwaliteit van het onderwijs op de school. Onder zorg dragen voor de kwaliteit van het onderwijs wordt in elk geval verstaan: het uitvoeren van het in het schoolplan, bedoeld in artikel 12, beschreven beleid op een zodanige wijze dat de wettelijke opdrachten voor het onderwijs en de door het bevoegd gezag in het schoolplan opgenomen eigen opdrachten voor het onderwijs, worden gerealiseerd.

Vervallen

Vervallen

Het bevoegd gezag rapporteert over de vorderingen van de leerlingen aan hun ouders.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Indien verschillende bevoegde gezagsorganen samenwerken in een samenwerkingsverband zijn zij aangesloten bij dezelfde centrale dienst.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Een regionale verwijzingscommissie die door Onze minister is erkend of ingesteld, wordt verbonden aan een regionaal werkzame schoolbegeleidingsdienst in de desbetreffende regio.

Indien Onze minister binnen 3 maanden na de opheffing van een regionale verwijzingscommissie niet een voorstel voor erkenning van een zodanige commissie heeft ontvangen dat door hem wordt ingewilligd, stelt hij een regionale verwijzingscommissie in.

Vervallen

Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere voorschriften gegeven omtrent de taak, samenstelling, werkwijze en totstandkoming van de regionale verwijzingscommissies. De algemene maatregel van bestuur, bedoeld in de vorige volzin, wordt aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal overgelegd. De maatregel treedt niet in werking dan nadat 4 weken na de overlegging zijn verstreken en gedurende die termijn niet door of namens de Kamer de wens wordt te kennen gegeven dat het in die maatregel geregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld. Alsdan wordt een daartoe strekkend wetsvoorstel zo spoedig mogelijk ingediend. Het bepaalde in de vorige 3 volzinnen is niet van toepassing indien het ontwerp van de algemene maatregel van bestuur voordien aan de Kamer is overgelegd en door of namens de Kamer te kennen is gegeven dat van de procedure, bedoeld in de vorige 3 volzinnen, kan worden afgeweken.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Het bevoegd gezag benoemt, schorst en ontslaat het personeel. Van een benoeming in vaste dienst en in tijdelijke dienst voor langer dan een half jaar, alsmede van een ontslag uit een zodanige betrekking, doet het bevoegd gezag terstond mededeling aan de inspecteur.

Door het bevoegd gezag worden direct of indirect geen andere uitkeringen aan het personeel gedaan dan bij of krachtens de wet zijn voorzien.

Over aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van het personeel bedoeld in artikel 32, wordt volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels overleg gevoerd met de daarvoor in aanmerking komende personeelsorganisaties en, voor zover zij daarbij belang hebben, organisaties van gemeente- en schoolbesturen. De algemene maatregel van bestuur bepaalt tevens de gevallen waarin in dat overleg overeenstemming met de personeelsorganisaties dient te worden bereikt.

Over de door het bevoegd gezag ingevolge artikel 33 te treffen regelingen, alsmede over andere aangelegenheden van algemeen belang voor de bijzondere rechtstoestand van het personeel van de desbetreffende school, wordt door of namens het bevoegd gezag overleg gevoerd met de daarvoor in aanmerking komende vakorganisaties van overheids- en onderwijspersoneel, op een met deze schriftelijk overeengekomen wijze. In geval van een geschil over de deelneming aan het overleg, bedoeld in de eerste volzin, alsmede in geval van een geschil over de aard, de inhoud en de organisatie van het overleg leggen de betrokken partijen het geschil voor aan een geschillencommissie. Deze geschillencommissie bestaat uit drie personen, die door de partijen gezamenlijk worden aangewezen. De uitspraak van de geschillencommissie heeft bindende kracht.

Over iedere leerling die de school verlaat, stelt de directeur, na overleg met het onderwijzend personeel, ten behoeve van de ontvangende school of school als bedoeld in de Wet op de expertisecentra dan wel als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs een onderwijskundig rapport op. Afschrift van dit rapport wordt aan de ouders van de leerling verstrekt. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere voorschriften omtrent dit rapport worden gegeven.

Vervallen

Het bevoegd gezag stelt de ouders van de leerlingen in de gelegenheid ondersteunende werkzaamheden ten behoeve van de school en het onderwijs te verrichten. De ouders zijn daarbij gehouden de aanwijzingen op te volgen van de directeur en het overige onderwijzend personeel, die verantwoordelijk blijven voor de gang van zaken.

Het bevoegd gezag stelt leerlingen in de gelegenheid onder toezicht de middagpauze in het schoolgebouw en op het terrein van de school door te brengen. De kosten die hieruit voortvloeien komen voor rekening van de ouders, voogden of verzorgers. Het bevoegd gezag kan de overblijfmogelijkheid zelf organiseren. Indien leerlingen van de mogelijkheid bedoeld in de eerste volzin gebruik maken, draagt het bevoegd gezag zorg voor een verzekering tegen wettelijke aansprakelijkheid. Het bevoegd gezag van een bijzondere school is, telkenmale voor de duur van een schooljaar, ontheven van de verplichting tot verzekering indien:

Van de ontheffing van de verplichting bedoeld in de vorige volzin doet het bevoegd gezag tijdig mededeling aan de inspecteur.

Het bevoegd gezag stelt de leerlingen in de gelegenheid op de school, binnen de schooltijden, godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs te ontvangen. Van de tijd daaraan te besteden worden ten hoogste 120 uren per schooljaar meegeteld voor het aantal uren onderwijs dat de leerlingen krachtens artikel 8, zevende lid, aanhef en onder a, ten minste moeten ontvangen. Voor de leerlingen die dit onderwijs niet volgen, voorziet het bevoegd gezag in andere onderwijsactiviteiten op de school.

Godsdienstonderwijs wordt gegeven door leraren daartoe aangewezen door kerkelijke gemeenten, plaatselijke kerken, of rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid die zich blijkens hun statuten het geven van godsdienstonderwijs ten doel stellen. Levensbeschouwelijk vormingsonderwijs wordt gegeven door leraren daartoe aangewezen door volledige rechtsbevoegdheid bezittende organisaties op geestelijke grondslag.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De aanstelling of tewerkstelling zonder aanstelling van de mede-directeur, de adjunct-directeur of leraren geschiedt de directeur gehoord.

Een bijzondere school wordt in stand gehouden door een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid die zich blijkens de statuten of reglementen het geven van onderwijs ten doel stelt zonder daarbij het maken van winst te beogen.

Onverminderd artikel 9 kunnen de onderwijsactiviteiten godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs omvatten. Van de tijd daaraan te besteden worden ten hoogste 120 uren per schooljaar meegeteld voor het aantal uren onderwijs dat de leerlingen krachtens artikel 8, zevende lid, aanhef en onder a, ten minste moeten ontvangen. Het geven van godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs kan worden opgedragen aan een niet aan de school verbonden leraar.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vertegenwoordigers van het basisonderwijs en het speciaal onderwijs kunnen ten behoeve van de scholen en instellingen die zij vertegenwoordigen een overlegorgaan oprichten met het doel de samenwerking tussen die scholen en instellingen te bevorderen ten aanzien van de toelating van leerlingen en de inrichting van het onderwijs.

Met betrekking tot het basisonderwijs en het aansluitend voortgezet onderwijs is artikel 66 van overeenkomstige toepassing.

Onze minister kan onder nader te stellen voorwaarden aanvullende middelen ter beschikking stellen die niet strekken tot bekostiging van het onderwijs, bedoeld in deze wet, en de schoolbegeleiding ten behoeve daarvan, maar die direct of indirect dienstig zijn voor de uitvoering van het onderwijs of voor verhoging van de mogelijkheid tot deelname aan het onderwijs. Voor zover toepassing van de eerste volzin het verstrekken van subsidie betreft, zijn de artikelen 4 tot en met 19 van de Wet overige OCenW-subsidies van toepassing.

Een belanghebbende kan beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State tegen:

In deze paragraaf wordt onder «school» verstaan: basisschool.

Bij de berekening van het aantal leerlingen dat een openbare of een bijzondere school zal bezoeken, worden niet meegeteld leerlingen die wonen binnen redelijke afstand van een openbare school, onderscheidenlijk van een bijzondere school van de desbetreffende richting of richtingen en voor wie op die school plaatsruimte aanwezig is.

In deze paragraaf wordt onder «school» verstaan: speciale school voor basisonderwijs.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De gemeenteraad stelt gelijktijdig met het programma, bedoeld in artikel 95, ten behoeve van het onderwijs op het grondgebied van de gemeente voor een door hem te bepalen tijdstip een overzicht vast van die voorzieningen die zijn aangevraagd dan wel nodig zijn, die niet op het programma zijn opgenomen. Daarbij wordt aangegeven waarom de desbetreffende voorzieningen niet zijn opgenomen. Het overzicht wordt ter inzage gelegd. Het overzicht heeft betrekking op scholen als bedoeld in artikel 93, eerste lid, onderdelen a, b en c.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De gemeenteraad stelt geen programma als bedoeld in artikel 95 en geen overzicht als bedoeld in artikel 96 vast, indien geen voorziening in de huisvesting nodig is noch een aanvraag is ingediend voor scholen als bedoeld in artikel 93, eerste lid, onderdelen a, b en c.

Voorzieningen die in het programma, bedoeld in artikel 95, zijn opgenomen, komen voor bekostiging in aanmerking, mits op het tijdstip dat daarvoor op grond van artikel 99, eerste lid, is vastgesteld,

Tenzij het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand gehouden school dat aanspraak heeft op bekostiging van een voorziening in de huisvesting, met burgemeester en wethouders overeenkomt dat de gemeente deze voorziening tot stand brengt, behoeven de bouwplannen en de desbetreffende begrotingen de instemming van burgemeester en wethouders.

De gemeente brengt een voorziening in de huisvesting van een niet door de gemeente in stand gehouden school slechts tot stand, indien tussen burgemeester en wethouders en het bevoegd gezag overeenstemming bestaat over de bouwplannen en de wijze van uitvoering.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Voorzieningen aan gebouwen of terreinen in verband met verhuur krachtens de artikelen 108 of 110 door het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand gehouden school komen niet ten laste van de gemeente.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

In afwijking van deze afdeling kan de gemeenteraad besluiten dat jaarlijks een bedrag voor huisvestingskosten wordt betaald aan het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand gehouden school voor zover die op het grondgebied van die gemeente in stand wordt gehouden. De gemeenteraad neemt het besluit in overeenstemming met het bevoegd gezag.

Vervallen

Het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand gehouden school is gehouden aan de gemeente alle inlichtingen te verschaffen die de gemeente voor een adequate uitvoering van de bepalingen in deze afdeling noodzakelijk acht.

Vervallen

De programma's van eisen, bedoeld in artikel 113, derde lid, worden onderverdeeld in programma's van eisen omtrent:

Vervallen

Vervallen

Bij ministeriële regeling kan voor daarin aangewezen groepen van scholen het bedrag van de bekostiging betreffende de in artikel 113, derde lid, bedoelde voorzieningen hoger worden vastgesteld. De desbetreffende ministeriële regeling vermeldt tevens de grondslag van de bekostiging.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De gemeente bekostigt aan het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand gehouden school dat is onderworpen aan een of meer der in artikel 220 van de Gemeentewet bedoelde belastingen ter zake van onroerende zaken het bedrag dat is uitgegeven voor de belastingen met betrekking tot de in de gemeente gelegen gebouwen en terreinen.

Vervallen

Aan het bevoegd gezag van de niet door de gemeente in stand gehouden scholen wordt een afschrift gezonden van de besluiten van de gemeenteraad tot vaststelling van de mate waarin meer dan wel minder uitgaven worden gedaan, bedoeld in artikel 143, eerste lid, tot verlening van het voorschot, bedoeld in artikel 143, tweede of derde lid, en tot voorlopige en definitieve vaststelling van het overschrijdingsbedrag, bedoeld in artikel 144, zesde en zevende lid. Daarbij is opgenomen een staat van voorzieningen als bedoeld in artikel 144, eerste lid onder j, waarin per kalenderjaar wordt aangegeven het verloop van de toevoegingen en de onttrekkingen aan de voorzieningen. De toezending geschiedt binnen 2 weken na de dag waarop de gemeenteraad een besluit als bedoeld in de eerste volzin heeft genomen. Het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand gehouden school kan tegen een besluit als bedoeld in de eerste volzin administratief beroep instellen bij gedeputeerde staten.

Vervallen

In deze paragraaf wordt onder «school» verstaan: basisschool.

Waar in deze paragraaf sprake is van een aantal leerlingen, is dat het aantal leerlingen op 1 oktober van het schooljaar, verhoogd met 3% daarvan, waarbij de uitkomst naar beneden wordt afgerond op een geheel getal.

Voor iedere gemeente wordt, op basis van de leerlingdichtheid in die gemeente, een opheffingsnorm vastgesteld aan de hand van de formule:

Opheffingsnorm = 0,6 x (leerlingdichtheid : (0,15 + 0,0027 x leerlingdichtheid))

De uitkomst van de berekening wordt afgerond, waarbij de decimalen worden verwaarloosd indien het eerste cijfer achter de komma kleiner is dan 5 en waarbij de decimalen worden verwaarloosd en het getal verhoogd met 1 indien het eerste cijfer achter de komma gelijk is aan of groter is dan 5. De opheffingsnorm bedraagt minimaal 23 en maximaal 200. De leerlingdichtheid is de uitkomst van het aantal inwoners van 4 tot en met 11 jaar in die gemeente gedeeld door het aantal km2 grondoppervlakte van die gemeente. Indien het aantal km2 van de gemeente minder bedraagt dan 10 km2, wordt voor de berekening van de leerlingdichtheid uitgegaan van 10 km2. De leerlingdichtheid bedraagt maximaal 500.

De gemeenteraad kan besluiten tot vermindering van het aantal openbare scholen en nevenvestigingen. In afwijking van de eerste volzin vindt opheffing van een openbare school of nevenvestiging niet plaats in de gevallen bedoeld in artikel 153, vijfde lid, onderscheidenlijk artikel 158, eerste lid onder d.

Artikel 159, eerste volzin, is van overeenkomstige toepassing op speciale scholen voor basisonderwijs en nevenvestigingen daarvan, met dien verstande dat voor opheffing van de laatste speciale school voor basisonderwijs van een samenwerkingsverband de in artikel 18, zevende lid, bedoelde goedkeuring van Onze minister is vereist.

Voor zover het onderwijsachterstandenplan of een besluit omtrent de verdeling van middelen indien wordt afgezien van vaststelling van het plan, daarin voorziet, kunnen activiteiten worden verricht en financiële middelen worden ingezet ten behoeve van kinderen die nog niet tot een school kunnen worden toegelaten en die de leeftijd van 2 jaar hebben bereikt. De activiteiten zijn gericht op het verbeteren van de voorwaarden voor het met succes instromen in het basisonderwijs.

Onze minister kan de uitkering geheel of gedeeltelijk terugvorderen indien uit de jaarrekening, bedoeld in artikel 197 van de Gemeentewet, het jaarverslag, bedoeld in artikel 197 van de Gemeentewet, de accountantsverklaring, bedoeld in artikel 213, derde lid, van de Gemeentewet, het verslag van bevindingen, bedoeld in artikel 213, vierde lid, van de Gemeentewet, dan wel uit een afzonderlijke verantwoording, voorzien van een verklaring van een accountant, als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, niet blijkt dat de uitkering is besteed in overeenstemming met de bepalingen van deze wet.

Vervallen

De voorschriften, bedoeld in artikel 171, derde lid, artikel 172, tweede lid, en artikel 173, tweede lid, hebben geen betrekking op het persoonsgebonden nummer van een leerling of op de andere gegevens, bedoeld in artikel 178a, tweede lid.

Vervallen

Treedt op een later tijdstip in werking.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Vervallen

Het bevoegd gezag van een bijzondere school is verplicht de uit de overheidskassen ontvangen gelden overeenkomstig de bestemming te gebruiken. Van de inkomsten en uitgaven wordt volgens bij algemene maatregel van bestuur te geven voorschriften nauwkeurig boekgehouden.

Deze wet wordt aangehaald als «Wet op het primair onderwijs».

Vervallen