Regeling · BWBR0003454

Metroreglement

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 30 oktober 1981, houdende vaststelling van een Algemeen reglement voor de stadsspoorwegenMetroreglementWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 23 april 1981, nr. A-1/V 23387, Directoraat-Generaal van het Verkeer;

Gelet op artikel 27 van de Spoorwegwet en artikel 4a van de Locaalspoor- en Tramwegwet;

De Raad van State gehoord (advies van 16 juni 1981, nr. 810610/15);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 26 oktober 1981, nr. A-1/V 27724, Directoraat-Generaal van het Verkeer;

Hebben goedgevonden en verstaan: Metroreglement

Algemeen reglement voor de stadsspoorwegen

Lasten en bevelen, dat dit Besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift aan de Raad van State zal worden gezonden.

's-Gravenhage30 oktober 1981BeatrixDe Minister van Verkeer en Waterstaat,H. J. Zeevalkingde vijftiende december 1981De Minister van Justitie,J. de Ruiter

Dit reglement kan worden aangehaald onder de titel "Metroreglement" of "MR".

In dit reglement wordt verstaan onder:

Dit reglement is van toepassing op de ingevolge artikel 1, eerste lid, van de Locaalspoor- en Tramwegwet door de Minister als stadsspoorweg aangewezen spoorwegen.

Ten aanzien van spoorwegen onder beheer van een publiekrechtelijk lichaam worden voor de naleving van dit besluit als bestuurders, bedoeld in artikel 9 van de Spoorwegwet, aangemerkt zij die door dit publiekrechtelijk lichaam aan het hoofd van de spoorweg zijn gesteld.

Voor proefnemingen met betrekking tot het gebruik, de inrichting en de bediening van het rollend materieel en het gebruik van technische systemen en hulpmiddelen voor de uitoefening van de dienst over de spoorweg, kan de Minister voor een door hem te bepalen termijn ontheffing verlenen of afwijkingen toestaan van bepalingen van dit reglement.

Beweegbare bruggen zijn niet toegelaten. De Minister kan van dit verbod in bijzondere gevallen ontheffing verlenen.

Het is aan anderen dan de directie verboden zonder vergunning, verleend door of namens de Minister, op, in, boven of onder de spoorweg leidingen, werken, andere inrichtingen of beplantingen aan te brengen, te doen aanbrengen of te hebben, dan wel daarmede verband houdende werkzaamheden uit te voeren of te doen uitvoeren.

Gelijkvloerse kruisingen met openbare of niet-openbare wegen of paden zijn niet toegestaan. De Minister kan van dit verbod in bijzondere gevallen ontheffing verlenen.

Op door de Minister krachtens het bepaalde in artikel 17 toegestane gelijkvloerse kruisingen in niet voor het openbaar verkeer openstaande wegen zijn de bepalingen van artikel 24 van het Reglement Dienst Hoofd- en Lokaalspoorwegen van overeenkomstige toepassing.

Spoorwegovergangen ten behoeve van de spoorwegdienst gelden niet als kruisingen in de zin van artikel 17. De directie schrijft de nodige maatregelen voor in het belang van de veiligheid bij het gebruik van deze overgangen.

Behoudens door de Minister te verlenen ontheffing zijn de hoofdsporen uitgerust met apparatuur van ATB of ATO. De ATB of ATO voldoet tenminste aan door de Minister te stellen voorwaarden.

De directie wijst de plaatsen aan, waar aan naderende treinen of rangeerdelen een stopsein moet kunnen worden gegeven.

De directie draagt zorg dat de constructie van het rollend materieel zodanig is dat het op de voor dit rollend materieel bestemde baanvakken met de hoogste daarvoor toegelaten snelheid en belasting veilig kan rijden.

Bij elke snelheid van het rollend materieel mag de belasting van de bovenbouw, de aardebaan en de kunstwerken door het rollend materieel de bij die snelheid toegelaten waarde niet overschrijden.

Bij twee-assige voertuigen bedraagt de verhouding van de asafstand tot de voertuiglengte, gemeten over de buffers, ten minste 0.45. Het rollend materieel moet bogen met een straal van 150 m bij een spoorbreedte van 1435 mm kunnen berijden.

De afstand tussen de binnenste vlakke zijden van de wielen van een as bedraagt ter hoogte van de bovenkant van de spoorstaaf ten minste 1357 mm en ten hoogste 1363 mm.

De constructie van de afvering is zodanig dat bij breuk van een onderdeel hiervan of bij defecte luchtvering het voertuig niet op ongewenste wijze met andere voertuigen of met vaste voorwerpen in aanraking komt.

Op het rollend materieel zijn aangegeven:

Alvorens rollend materieel wordt aangeschaft wordt het type door de directie geaccordeerd.

Op de desbetreffende tekeningen op een schaal van ten minste 1:100 worden onder meer aangegeven:

In een album, dat steeds wordt bijgehouden, worden vermeld:

Wijziging van de inrichting van rollend materieel waardoor wordt afgeweken van de in artikel 35 bedoelde tekeningen, dan wel wijziging van de bestemming, behoeft de instemming van de directie.

De Minister kan om bijzondere redenen afwijkingen van het bepaalde in dit hoofdstuk toestaan.

De Minister kan, de directie gehoord, nadere voorschriften geven omtrent de technische inrichting van krachtvoertuigen met het oog op het dienst doen op andere spoorwegen waarop de Spoorwegwet of de Locaalspoor- en Tramwegwet van toepassing is.

Rijtuigen en wagens zijn voorzien van lantarenhouders of van vaste sluitseinen.

De directie schrijft maatregelen voor om te beletten dat:

Voorschriften betreffende bijzondere voertuigen worden opgenomen in het dienstreglement, bedoeld in artikel 6 van de Spoorwegwet.

Vervallen

Ten aanzien van Spoorwegen onder beheer van een publiekrechtelijk lichaam bepaalt dit lichaam welk personeel moet zijn voorzien van dienstkleding of van een dienstonderscheidingsteken en stelt het daartoe een reglement vast. Bij andere Spoorwegen stelt de directie een dergelijk reglement vast.

Personen die niet tot het personeel behoren kunnen onder door de directie te stellen voorwaarden:

Bij die voorwaarden kan worden afgeweken van de bepalingen van dit hoofdstuk.

Vervallen

Vervallen

Aanwijzingen betreffende orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Dit reglement treedt in werking op een nader door Ons te bepalen tijdstip.

Vierkant met minimale afmetingen: 65 mm * 65 mm

Cirkel met minimale diameter van 65 mm

Vierkant met standaardafmetingen:

15 cm * 15 cm

30 cm * 30 cm

50 cm * 50 cm