U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-07-2005.

Wet · BWBR0004423

Postwet

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 26 oktober 1988, houdende herziening van de wetgeving met betrekking tot de uitvoering van de postdienst PostwetWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het in verband met de verzelfstandiging van de postdienst wenselijk is de wetgeving met betrekking tot de uitvoering van de postdienst te herzien;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te Canberra 26 oktober 1988 Beatrix De Minister van Verkeer en Waterstaat, N. Smit-Kroes de vierentwintigste november 1988 De Minister van Justitie, F. Korthals Altes

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Voorzover nodig en van toepassing, worden bij besluit van Onze Minister de vindplaatsen, genoemd in artikel 1, onder f, gewijzigd. Van dit besluit wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

Het verrichten van het postvervoer binnen Nederland en van gebieden buiten Nederland is anders dan krachtens de concessie verboden ten aanzien van brieven die elk afzonderlijk ten hoogste 100 gram wegen, voorzover dit postvervoer wordt verricht tegen een tarief dat lager is dan vastgesteld krachtens artikel 2a, eerste lid.

Vervallen

Gesloten postzendingen die in het kader van het postvervoer als onbestelbaar zijn aan te merken en niet aan de afzender kunnen worden teruggegeven kunnen slechts geopend worden op last van de kantonrechter te 's-Gravenhage, zulks uitsluitend ter opsporing van de voor teruggave of aflevering nodige gegevens omtrent de afzender of de geadresseerde.

Beslag op postzendingen welke in het kader van het postvervoer, bedoeld in artikel 2, eerste lid, aan de houder van de concessie zijn toevertrouwd is slechts toegelaten in de gevallen dat de wet een zodanig beslag uitdrukkelijk regelt.

Vervallen

In afwijking van artikel 8:7 van de Algemene wet bestuursrecht is voor beroep tegen besluiten op grond van deze wet de rechtbank te Rotterdam bevoegd.

Indien de ambtenaren in het kader van het onderzoek, bedoeld in artikel 15c, een redelijk vermoeden hebben dat een natuurlijke persoon of een rechtspersoon een overtreding heeft begaan, is er geen verplichting aan de zijde van die natuurlijke persoon of rechtspersoon terzake een verklaring af te leggen. De betrokkenen worden hiervan in kennis gesteld voordat hun mondeling om informatie wordt gevraagd.

De werkzaamheden die verband houden met de uitvoering van artikel 15f en 15g worden verricht door personen die niet betrokken zijn geweest bij de opstelling van het in artikel 15e bedoelde rapport en het daaraan voorafgaande onderzoek.

De werking van een beschikking als bedoeld in artikel 15g wordt opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist.

De boete wordt vermeerderd met de wettelijke rente, te rekenen zes weken vanaf de dag waarop de beschikking is bekendgemaakt.

De bevoegdheid tot het opleggen van een boete vervalt vijf jaar nadat de overtreding is begaan.

De bevoegdheid tot het opleggen van een boete vervalt indien ter zake van het feit op grond waarvan de boete kan worden opgelegd, tegen de betrokkene een strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen, dan wel het recht tot strafvervolging is vervallen ingevolge artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht.

Het recht tot strafvordering vervalt indien Onze Minister, onderscheidenlijk het college, aan de betrokkene ter zake van hetzelfde feit een boete heeft opgelegd.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

In bijzondere omstandigheden in verband met de handhaving van de internationale rechtsorde of met de internationale betrekkingen is Onze Minister bevoegd om in overeenstemming met Onze Minister van Buitenlandse Zaken aan de houder van de concessie aanwijzingen te geven met betrekking tot het postvervoer, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van of naar gebieden buiten Nederland.

In geval voor Nederland of een gedeelte daarvan, op grond van de artikelen 7, eerste lid, of 8, eerste lid, van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden, bepalingen uit de Oorlogswet voor Nederland in werking zijn gesteld, oefent Onze Minister de in artikel 21, eerste lid, bedoelde bevoegdheid uit in overeenstemming met Onze Minister van Defensie.

Onze Minister geeft aan de houder van de concessie voorschriften ten aanzien van de door deze te nemen organisatorische en personele maatregelen met betrekking tot de voorbereiding van het postvervoer, bedoeld in artikel 2, eerste lid, in buitengewone omstandigheden als bedoeld in artikel 19 en de door deze daarover aan Onze Minister te verstrekken informatie. De Minister bepaalt in die voorschriften welke kosten van de uitvoering redelijkerwijs ten laste van de houder van de concessie dienen te komen.

De afbeelding van de Koning op een postzegel of postzegelafdruk behoeft Diens goedkeuring.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

De Postwet 1954 (Stb. 592) wordt ingetrokken.

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Deze wet kan worden aangehaald als: Postwet.