U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-09-2002.

Wet · BWBR0004575

Wet op de waterhuishouding

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 14 juni 1989, houdende regelen inzake de waterhuishouding Wet op de waterhuishoudingWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is regelen te stellen in het belang van een samenhangend en doelmatig beleid en beheer met betrekking tot de waterhuishouding in haar geheel alsmede nadere regelen met betrekking tot het kwantiteitsbeheer over het oppervlaktewater;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage 14 juni 1989 Beatrix De Minister van Verkeer en Waterstaat, N. Smit-Kroes de dertiende juli 1989 De Minister van Justitie F. Korthals Altes

In het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder:

"Onze Minister": Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;

"Onze Ministers": Onze Minister van Verkeer en Waterstaat tezamen met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, voor zover het aangelegenheden betreft die mede tot zijn verantwoordelijkheid behoren;

"waterhuishouding": de overheidszorg die zich richt op het op en in de bodem vrij aanwezige water, met het oog op de daarbij betrokken belangen;

"waterhuishoudkundig systeem": een samenhangend geheel van oppervlaktewateren en grondwatervoorkomens;

"kwantiteitsbeheerder": het openbaar gezag dat belast is met kwantiteitsbeheer van oppervlaktewater;

"kwaliteitsbeheerder": het openbaar gezag dat bevoegd is tot vergunningverlening ingevolge de Wet verontreiniging oppervlaktewateren (Stb. 1981, 573).

Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde worden tot de oppervlaktewateren onder beheer van het Rijk mede gerekend de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen door anderen beheerde oppervlaktewateren die met de oppervlaktewateren onder beheer van het Rijk in open verbinding staan. Over een voordracht voor een zodanige algemene maatregel van bestuur stelt Onze Minister de kwantiteitsbeheerders van de betrokken oppervlaktewateren in de gelegenheid hun oordeel te geven.

Met betrekking tot grensvormende of grensoverschrijdende wateren raadplegen Onze Ministers de ten aanzien van die wateren bevoegde Duitse en Belgische autoriteiten.

Onze Minister kan aan provinciale staten omtrent de vaststelling of wijziging en de inhoud van een verordening als bedoeld in de artikelen 8, eerste lid en 9, vierde lid, aanwijzingen geven indien een samenhangend en doelmatig beleid en beheer met betrekking tot de waterhuishoudings zulks vorderen. Artikel 10, tweede, derde, vierde en vijfde lid is van overeenkomstige toepassing.

In afwijking van het bepaalde in artikel 13, eerste lid, kunnen provinciale staten bij verordening de kwantiteitsbeheerder de bevoegdheid geven de aanwijzing ingevolge artikel 12, eerste lid, uit te breiden.

Onze Minister kan aan provinciale staten omtrent de vaststelling of wijziging en de inhoud van een verordening als bedoeld in artikel 13, eerste lid, aanwijzingen geven indien een samenhangend en doelmatig beleid en beheer met betrekking tot de waterhuishouding zulks vorderen. Artikel 10, tweede, derde, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.

De kwantiteitsbeheerder zendt zo spoedig mogelijk een exemplaar van de aanvraag aan de kwaliteitsbeheerder, onder mededeling dat hij van advies kan dienen, alsmede aan gedeputeerde staten.

Ten aanzien van de oppervlaktewateren onder beheer van het Rijk onderscheidenlijk ten aanzien van de overige oppervlaktewateren kunnen bij algemene maatregel van bestuur onderscheidenlijk bij provinciale verordening gevallen worden aangewezen, waarin afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is op de voorbereiding van de beschikking op de aanvraag.

Vervallen

De kwantiteitsbeheerder doet van een beslissing tot verlening van een vergunning of tot weigering daarvan mededeling door toezending van een afschrift aan de kwaliteitsbeheerder en aan gedeputeerde staten.

Vervallen

De kwantiteitsbeheerder doet van een beslissing tot wijziging of tot weigering daarvan mededeling door toezending van een afschrift aan de kwaliteitsbeheerder en aan gedeputeerde staten.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Aan degene die ten gevolge van het vaststellen of wijzigen van een peilbesluit, het vaststellen of wijzigen van een waterakkoord, het verlenen, weigeren, wijzigen of intrekken van een vergunning, schade lijdt of zal lijden, welke redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven en waarvan de vergoeding niet of niet op andere wijze voldoende is verzekerd, wordt door het gezag dat het desbetreffende besluit heeft genomen, op zijn verzoek een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toegekend. De schadevergoeding kan worden bepaald in geld of op andere wijze.

Indien het in artikel 40 bedoelde gezag, niet zijnde het Rijk, een vergoeding als bedoeld in dat artikel geheel of gedeeltelijk toekent in verband met de noodzakelijke behartiging van een openbaar belang waarvan de behartiging niet of niet geheel tot zijn taak behoort, kan Onze Minister op verzoek van dit gezag aan het openbaar lichaam welks belang geheel of gedeeltelijk wordt behartigd, de verplichting opleggen de met toepassing van artikel 40 gemoeide kosten die het gevolg zijn van die belangenbehartiging, geheel of gedeeltelijk te vergoeden.

Een belanghebbende kan tegen een peilbesluit voor oppervlaktewateren onder beheer van het Rijk of een provincie beroep instellen bij de rechtbank.

In het geval dat een ander dan het Rijk of een provincie aan het waterakkoord deelneemt kan een belanghebbende beroep instellen bij gedeputeerde staten tegen een besluit als bedoeld in artikel 19, eerste lid. Voor de gevallen waarin gedeputeerde staten van meer dan één provincie van het beroep zouden moeten kennisnemen, wijzen provinciale staten van de desbetreffende provincies gedeputeerde staten van één van de provincies als beroepsinstantie aan. Deze aanwijzing geschiedt bij verordening, vastgesteld bij gemeenschappelijk besluit van provinciale staten van de desbetreffende provincies.

Tegen een beschikking ter zake van een vergunning als bedoeld in artikel 24 of de aanvrage daarvan staat, ingeval het een beschikking betreft van een beheerder, niet zijnde het Rijk of een provincie, voor belanghebbenden beroep open op gedeputeerde staten van de provincie waarbinnen het gebied van de beheerder is gelegen. Indien gedeputeerde staten van meer dan één provincie van het beroep zouden moeten kennis nemen, staat het beroep open op gedeputeerde staten van de provincie op het grondgebied waarvan het besluit betrekking heeft.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Indien een beslissing van gedeputeerde staten op een krachtens dit hoofdstuk ingesteld beroep strekt tot gehele of gedeeltelijke vernietiging van een reeds in werking getreden besluit, kan, zo daartoe termen aanwezig zijn, bij die beslissing worden bepaald dat een vergoeding zal worden toegekend ten laste van het lichaam dat het geheel of gedeeltelijk vernietigde besluit heeft genomen, onverminderd het recht van degene die het beroep heeft ingesteld, om op grond van andere wettelijke bepalingen schadevergoeding te vragen.

Geschillen omtrent de naleving van een in werking getreden waterakkoord als bedoeld in artikel 17, eerste lid, tussen de deelnemers worden beslist door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, voor zover zij niet behoren tot die, vermeld in artikel 112, eerste lid, van de Grondwet. Artikel 18a, eerste lid, eerste volzin, van de Wet op de Raad van State is van overeenkomstige toepassing.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Onze Minister is, voor zover het de hem bij of krachtens deze wet toegekende bevoegdheden betreft, bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van de bij of krachtens deze wet gestelde verplichtingen.

Bij algemene maatregel van bestuur kan in het belang van de landsverdediging worden bepaald dat de in artikel 12, eerste lid, gestelde verplichting en het in artikel 24, eerste lid, gestelde verbod niet van toepassing zijn. Daarbij kunnen voorschriften worden gegeven welke naar ons oordeel in het belang van de waterhuishouding nodig zijn.

De bevoegdheid tot het maken van verordeningen door waterschappen en gemeenten blijft ten aanzien van het onderwerp van deze wet gehandhaafd voor zover deze verordeningen niet met het bij of krachtens deze wet bepaalde in strijd zijn.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Deze wet kan worden aangehaald als: Wet op de waterhuishouding.

De artikelen van deze wet treden in werking op een door Ons te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld.