U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2002.
Wijzigingen Officiële bron
Wet van 21 maart 1990, houdende regelen met betrekking tot de uitoefening van de diergeneeskundeWet op de uitoefening van de diergeneeskunde 1990Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is nieuwe regelen te stellen met betrekking tot de uitoefening van de diergeneeskunde, en tevens voorzieningen te treffen inzake de tuchtrechtspraak voor personen die de diergeneeskunde, al dan niet in volle omvang, uitoefenen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage21 maart 1990BeatrixDe Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,G. J. M. BraksDe Minister van Justitie,E. M. H. Hirsch Ballinde tweeëntwintigste mei 1990De Minister van Justitie,E. M. H. Hirsch Ballin

Tot de uitoefening van de diergeneeskunde zijn, onverminderd het bepaalde in de artikelen 3, 4, 5 en 6, slechts dierenartsen toegelaten.

Degenen die op het moment van inwerkingtreding van dit artikel in het bezit zijn van een geldige, hun ingevolge artikel 5, tweede lid, van de Wet op de Uitoefening van de Diergeneeskunst verleende vergunning tot uitoefening van de verloskunde, zijn toegelaten tot het als beroep verlenen van hulp met betrekking tot de geboorte of verwijdering van een vrucht van dieren van in die vergunning genoemde soorten, voor zover deze hulp bestaat uit:

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regelen worden gesteld omtrent:

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regelen worden gesteld omtrent het brengen in Nederland, gebruiken, voorhanden hebben, in voorraad hebben, verkopen, te koop aanbieden, kopen en afleveren van bij die maatregel aangewezen elektromedische apparaten die bij de uitoefening van de diergeneeskunde worden gebruikt.

Op een dierenarts kunnen een of meer van de maatregelen, bedoeld in artikel 16, worden toegepast, indien:

Op een para-veterinair, een dierverloskundige of een kastreur kunnen een of meer van de maatregelen, bedoeld in artikel 16, worden toegepast, indien:

Het in de artikelen 46c, tweede lid, 46d, tweede lid, 46f, 46g, eerste en tweede lid, 46i met uitzondering van het eerste lid, onderdeel c, 46j, 46l, eerste lid, onderdeel a, en derde lid, 46m, 46oen 46p, eerste tot en met vijfde lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren voor de leden van de rechterlijke macht bepaalde is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de leden van het veterinair tuchtcollege en hun plaatsvervangers.

De voorzitter, de overige leden en hun plaatsvervangers, ontvangen een vacatiegeld, alsmede van reis- en verblijfkosten en van verdere verschotten, volgens door Onze Ministers te stellen regelen.

Het veterinair tuchtcollege houdt zitting in een samenstelling bestaande uit vijf leden, te weten de voorzitter, alsmede:

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regelen worden gesteld met betrekking tot de rechtsgang, welke waarborgen geven voor een deugdelijke berechting.

Beslissingen van het veterinair tuchtcollege, genomen met een ander aantal personen of in een andere samenstelling, dan is voorgeschreven, zijn nietig.

Het veterinair beroepscollege houdt zitting in een samenstelling bestaande uit vijf leden, te weten de drie rechtsgeleerden waaronder de voorzitter, alsmede:

Het bepaalde in de artikelen 30-34 en 36 is van overeenkomstige toepassing.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regelen worden gesteld inzake:

De in artikel 42, tweede lid, bedoelde ambtenaren hebben toegang tot elke plaats, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is.

De artikelen 5:13 en 5:16 tot en met 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de in artikel 42, tweede lid, bedoelde ambtenaren.

De in artikel 42, tweede lid, bedoelde ambtenaren zijn voorts te allen tijde bevoegd tot inbeslagneming van daarvoor vatbare voorwerpen. Zij kunnen daartoe hun uitlevering vorderen.

Vervallen

De bij artikel 47 strafbaar gestelde feiten worden beschouwd als overtredingen.

Het bepaalde in artikel 195 van het Wetboek van Strafrecht vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van een persoon, bedoeld in de artikelen 14 en 15,

De krachtens deze wet vastgestelde regelen van algemene aard worden, voor zover zij niet zijn vervat in een algemene maatregel van bestuur, bekendgemaakt in de Nederlandse Staatscourant.

De Wet op de Uitoefening van de Diergeneeskunst (Stb. 1954, 372) wordt ingetrokken.