U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-06-2003.

Wet · BWBR0004798

Wet politieregisters

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 21 juni 1990, houdende regels ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer in verband met politieregisters Wet politieregistersWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer met betrekking tot politieregisters uitvoering dient te worden gegeven aan artikel 10, tweede en derde lid, van de Grondwet;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage 21 juni 1990 Beatrix De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin De Minister van Binnenlandse Zaken a.i., E. M. H. Hirsch Ballin De Minister van Defensie, A. H. ter Beek de zestiende augustus 1990 De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin

Deze wet is niet van toepassing op verzamelingen van persoonsgegevens

Voordrachten tot een algemene maatregel van bestuur krachtens deze wet worden gedaan door Onze Ministers.

Artikel 49, eerste tot en met derde lid, en artikel 50, eerste lid, van de Wet bescherming persoonsgegevens zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de beheerder voor de toepassing van deze artikelen wordt aangemerkt als de verantwoordelijke.

De beheerder en al degenen die verder bij de werking van het register zijn betrokken, zijn verplicht het reglement dat voor het register geldt, na te leven.

Uit een politieregister worden gegevens verstrekt aan:

Bij algemene maatregel van bestuur kan ten aanzien van bepaalde categorieën van gegevens de verplichting ingevolge de artikelen 14, 15, eerste lid, en 16, eerste lid, om deze gegevens te verstrekken, worden beperkt. Daarbij kan verder de bevoegdheid worden beperkt om ingevolge deze bepalingen uit een politieregister:

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent de voor verzoeken tot verstrekking van gegevens uit een politieregister en de verstrekking daarvan in acht te nemen procedure en de vastlegging van verstrekkingen uit het register.

De beheerder die in een register persoonsgegevens heeft verbeterd, aangevuld of daaruit heeft verwijderd naar aanleiding van een verzoek van een belanghebbende ingevolge artikel 22, een bevel van de rechter ingevolge artikel 23 of een daartoe strekkende aanbeveling van het College bescherming persoonsgegevens, is verplicht om aan hen aan wie hij naar zijn weten in het jaar voorafgaand aan het verzoek en in de sinds dat verzoek verstreken periode de betrokken gegevens heeft verstrekt, mededeling te doen van deze wijziging.

Vervallen

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Onze Ministers zenden binnen vier jaar na de inwerkingtreding van paragraaf 3a van deze wet, en vervolgens telkens na vier jaar, aan de Staten-Generaal, gehoord de Registratiekamer, een verslag over de doeltreffendheid en effecten van deze paragraaf in de praktijk.

Deze wet kan worden aangehaald als: Wet politieregisters.