U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 15-01-2003.
Wijzigingen Officiële bron
Wet van 27 juni 1990, houdende bepalingen inzake het toezicht op beleggingsinstellingen Wet toezicht beleggingsinstellingenWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is regels te geven voor beleggingsinstellingen met het oog op een adequate werking van de financiële markten en de positie van de beleggers op die markten, en dat het noodzakelijk is uitvoering te geven aan de Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 december 1985 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's) (85/611/EEG);

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage 27 juni 1990 Beatrix De Minister van Financiën, W. Kok de negentiende juli 1990 De Minister van Justitie E. M. H. Hirsch Ballin

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Geen effecten in de zin van deze wet zijn:

De bepalingen van deze wet en de daarop berustende bepalingen ten aanzien van een beleggingsinstelling die een beleggingsfonds is, zijn gericht tot de beheerder.

Artikel 6 is niet van toepassing op een in dat artikel omschreven beleggingsinstelling die:

Aan een vergunning kunnen beperkingen worden gesteld en voorschriften worden verbonden met het oog op een adequate werking van de financiële markten en de positie van de beleggers op die markten, indien feiten en omstandigheden die betrekking hebben op degene voor wie de vergunning zal gelden dit vereisen. De beperkingen kunnen uitsluitend worden gesteld ten aanzien van de reikwijdte en de tijdsduur van de vergunning.

Als bewaarder mag slechts optreden een rechtspersoon die in belangrijke mate zijn bedrijf maakt van het bewaren en administreren van beleggingsobjecten ten behoeve van derden.

Indien Onze minister van oordeel is dat van de in Nederland gevoerde of te voeren naam van de beleggingsinstelling gevaar voor verwarring is te duchten, verlangt hij van de beleggingsinstelling een verklarende vermelding aan de naam toe te voegen.

Onze minister kan een vergunning slechts intrekken:

Artikel 19 is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 17, voor zover het betreft het toezicht op de naleving van het bij en krachtens artikel 17 bepaalde.

Indien de beleggingsinstelling waaraan een vergunning is verleend of de bewaarder, indien aan de beleggingsinstelling verbonden, niet blijkt te voldoen aan de bij en krachtens deze wet gestelde eisen, regels, beperkingen of gegeven voorschriften, kan Onze minister aan de instelling of de bewaarder een aanwijzing geven om binnen een door hem te stellen termijn daaraan alsnog te voldoen.

Indien een accountant naar het oordeel van Onze Minister niet of niet meer de nodige waarborgen biedt dat deze de toevertrouwde taak met betrekking tot de beleggingsinstelling naar behoren zal vervullen, kan Onze Minister bepalen dat hij niet bevoegd is de in deze wet en daaruit voortvloeiende besluiten bedoelde verklaringen omtrent de getrouwheid met betrekking tot die beleggingsinstelling af te leggen.

Treedt op een later tijdstip in werking.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Indien een beleggingsinstelling de inkoop van haar rechten van deelneming opschort, stelt zij Onze minister en, indien zij een beleggingsinstelling is als bedoeld in artikel 6, eerste lid, het bevoegde gezag van de Lid-Staten waar de rechten van deelneming van de beleggingsinstelling worden verhandeld onverwijld daarvan op de hoogte.

Met het oog op een adequate werking van de financiële markten en de positie van de beleggers op die markten, kan Onze minister, voor zover nodig in afwijking van artikel 19, vijfde lid, en artikel 24, ter openbare kennis brengen:

Onze minister kan, voor zover nodig in afwijking van artikel 24, periodiek in de Staatscourant mededeling doen van de voornaamste gegevens, voortkomende uit de informatieverschaffing als bedoeld in artikel 12. Zonder schriftelijke toestemming van de beleggingsinstelling die het aangaat, worden gegevens met betrekking tot afzonderlijke beleggingsinstellingen niet gepubliceerd.

Onze minister dan wel een rechtspersoon aan wie ingevolge artikel 29, eerste lid, taken en bevoegdheden zijn overgedragen, is bevoegd de kosten die gemaakt worden voor de uitvoering van die taken en de uitoefening van die bevoegdheden aan beleggingsinstellingen in rekening te brengen volgens door Onze minister te stellen regels.

Onze minister kan bepalen dat een vergunning op grond van deze wet wordt geweigerd of ingetrokken, of dat aan de vergunning beperkingen worden gesteld en voorschriften worden verbonden, dan wel dat de eerder gestelde beperkingen en gegeven voorschriften worden gewijzigd, indien:

Onze minister kan ten aanzien van de beleggingsinstelling die onder de omschrijving in artikel 6, eerste lid, onderdelen a en b, valt en die niet in een Lid-Staat is gevestigd dan wel in een Lid-Staat is gevestigd die nog geen uitvoering aan de richtlijn heeft gegeven, het bepaalde bij of krachtens artikel 6, derde tot en met zevende lid, alsmede artikel 12, tweede lid, van overeenkomstige toepassing verklaren.

Onze minister kan een organisatie van beleggingsinstellingen of bewaarders, de rechtspersoon of rechtspersonen als bedoeld in artikel 29, eerste lid, gehoord, aanwijzen als representatieve organisatie met betrekking tot de uitvoering van deze wet.

Degene jegens wie door Onze Minister een handeling is verricht waaraan hij in redelijkheid de gevolgtrekking kan verbinden dat hem wegens een overtreding een boete zal worden opgelegd, is niet verplicht ter zake daarvan enige verklaring af te leggen. Hij wordt hiervan in kennis gesteld alvorens hem mondeling om informatie wordt gevraagd.

De werkzaamheden in verband met het opleggen van een dwangsom of van een boete worden verricht door personen die niet betrokken zijn geweest bij het vaststellen van de overtreding en het daaraan voorafgaande onderzoek.

Treedt op een later tijdstip in werking.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld.

Deze wet kan worden aangehaald als: Wet toezicht beleggingsinstellingen.

Voor de overtredingen genoemd in tabel 1 en tabel 2, begaan na het tijdstip van inwerkingtreding van Hoofdstuk VII B van deze wet, zijn de boetebedragen vastgesteld als volgt:

1. Indien een boete wordt opgelegd voor het overtreden van een bepaling als genoemd in tabel 11, is bij de vaststelling van de hoogte van deze boete de volgende categorie-indeling naar eigen vermogen van toepassing met de daarbij behorende factor2:

Categorie-indeling normgeadresseerden

Categorie I: beleggingsmaatschappijen, beleggingsfondsen en bewaarders, met een eigen vermogen van minder dan € 453 800; Factor: 1;

Categorie II: beleggingsmaatschappijen, beleggingsfondsen en bewaarders met een eigen vermogen van ten minste € 453 800 maar minder dan € 4 538 000; Factor: 2;

Categorie III: beleggingsmaatschappijen, beleggingsfondsen en bewaarders met een eigen vermogen van ten minste € 4 538 000 maar minder dan € 45 378 000; Factor: 3;

Categorie IV: beleggingsmaatschappijen, beleggingsfondsen en bewaarders met een eigen vermogen van ten minste € 45 378 000 maar minder dan € 453 780 000; Factor: 4;

Categorie V: beleggingsmaatschappijen, beleggingsfondsen en bewaarders met een eigen vermogen van ten minste € 453 780 000; Factor: 5.

2. De boete wordt vastgesteld door het bedrag, bedoeld in artikel 1, te vermenigvuldigen met de factor behorende bij de categorie naar eigen vermogen, bedoeld in het eerste lid.

3. Indien de gegevens omtrent het eigen vermogen niet aan Onze Minister beschikbaar zijn gesteld, kan Onze Minister aan degene aan wie de boete wordt opgelegd verzoeken deze gegevens binnen een door hem te stellen termijn te verstrekken. Indien de betrokkene niet binnen de gestelde termijn voldoet aan dit verzoek, is bij de vaststelling van de hoogte van de boete categorie V van toepassing.

Op grond van artikel 33f, tweede lid, behoeft de betrokkene niet in de gelegenheid te worden gesteld om naar keuze schriftelijk of mondeling zijn zienswijze naar voren te brengen voordat de boete wordt opgelegd, indien het een overtreding betreft waarvoor tariefnummer 1 of 2 is vastgesteld.

Tabel 1

Tabel 2