U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-11-2009.

Regeling · BWBR0005775

Luchtverkeersreglement

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 18 december 1992, houdende regelen ter bevordering van de veiligheid en de regelmaat van het luchtverkeerLuchtverkeersreglementWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 17 juli 1992, nr. JBZ/L 92.007482, Rijksluchtvaartdienst, gedaan mede namens Onze Minister van Defensie;

Overwegende dat het in verband met het tot stand komen van de Wet Luchtverkeer (Stb. 1992, 368) noodzakelijk is de regels met betrekking tot het luchtverkeer aan te passen en opnieuw vast te stellen;

Gelet op de artikelen 7, 13 en 14 van de Wet Luchtverkeer;

De Raad van State gehoord (advies van 1 december 1992, nr. W09.92.0347);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, mede namens Onze Minister van Defensie van 11 december 1992, nr. JBZ/L92.013025, Rijksluchtvaartdienst;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Het Oude Loo18 december 1992BeatrixDe Minister van Verkeer en Waterstaat,J. R. H. Maij-WeggenDe Minister van Defensie a.i.,J. P. Pronkde dertigste december 1992De Minister van Justitie,E. M. H. Hirsch Ballin

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Voor zover de LVNL beslissingen neemt ingevolge de bij of krachtens dit besluit verleende bevoegdheden die mede betrekking hebben op het militaire luchtverkeer handelt zij in overeenstemming met Onze Minister van Defensie.

Alarmering wordt verzorgd:

Onze Minister kan ter bescherming van het luchtverkeer ten opzichte van bepaalde soorten luchtverkeer of van bijzondere luchtverkeersactiviteiten, delen van het vluchtinformatiegebied Amsterdam aanwijzen als bijzondere luchtverkeersgebieden; aan deze aanwijzingen kunnen regels worden verbonden.

Onze Minister kan regels geven voor:

Onze Minister geeft regels met betrekking tot het gebruik van de hoogtemeter en het bepalen van kruishoogtes.

Vervallen

Wanneer twee luchtvaartuigen elkaar recht vooruit of bijna recht vooruit naderen en gevaar voor botsing bestaat, verlegt elk van deze luchtvaartuigen zijn koers naar rechts.

Een luchtvaartuig, dat een ander luchtvaartuig inhaalt, wijkt - onverschillig of eerstgenoemde stijgt, daalt of zich horizontaal voortbeweegt - uit door zijn koers naar rechts te verleggen. Geen daarop volgende veranderingen van de positie van de beide luchtvaartuigen ten opzichte van elkaar ontslaat het inhalende luchtvaartuig van deze verplichting, totdat het zich op ruime afstand voorbij het andere luchtvaartuig bevindt.

Een luchtvaartuig dat zich in de lucht bevindt of zich voortbeweegt op de grond of op het water, verleent voorrang aan een luchtvaartuig dat bezig is te landen of zich bevindt in de laatste naderingsfase voor de landing.

Een luchtvaartuig verleent voorrang aan een ander luchtvaartuig dat genoodzaakt is te landen.

Het is verboden aan het luchtverkeer deel te nemen onder nagebootste blindvliegomstandigheden tenzij:

Een luchtvaartuig op het water voldoet aan de voorschriften ter voorkoming van botsing die ter plaatse gelden voor vaartuigen.

Bij beëindiging van een gecontroleerde vlucht, hetzij door landing, dan wel bij voortzetting daarvan als niet gecontroleerde vlucht, wordt de betrokken verlener van luchtverkeersleidingsdiensten daarvan zo spoedig mogelijk in kennis gesteld.

Onze Minister geeft regels met betrekking tot de bediening van de boordapparatuur voor het beantwoorden van ondervragingen door radargrondstations.

Onverminderd het gestelde in artikel 11 wordt een VFR-vlucht uitgevoerd in overeenstemming met de algemene vliegvoorschriften voor gecontroleerde vluchten wanneer de vlucht:

Bij het uitvoeren van een VFR-vlucht in gebieden of langs routes, als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onder b of c wordt, onderscheidenlijk worden:

Vervallen

Onverminderd het gestelde in artikel 11 wordt een IFR-vlucht uitgevoerd in overeenstemming met de algemene vliegvoorschriften voor gecontroleerde vluchten, wanneer de vlucht wordt uitgevoerd in een luchtverkeersdienstverleningsgebied klasse A tot en met E.

Bij het uitvoeren van een IFR-vlucht in luchtverkeersdienstverleningsgebieden F en G en in gebieden of langs routes als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onder b of c moet:

Onze Minister kan nadere regels stellen ten aanzien van vluchten waarbij door de aard van het luchtvaartuig of het doel van de vlucht niet kan worden voldaan aan bij of krachtens hoofdstuk III van dit besluit gestelde regels.

De ankerkabel van een zich in de lucht bevindende kabelballon, of van een aan een kabel verankerd luchtschip, wordt - buiten de in artikel 28, eerste lid, genoemde periode - voorzien van de bij ministeriële regeling vastgestelde dagkenmerken.

Op een landingsterrein verleent een voetganger of bestuurder van een voertuig vrije doorgang aan een luchtvaartuig en geeft gevolg aan een aanwijzing gegeven door de exploitant en op een gecontroleerde luchthaven door de plaatselijke verlener van luchtverkeersleidingsdiensten.

Vervallen

Ten behoeve van de vluchtvoorbereiding en de vluchtuitvoering verstrekt de LVNL vóór de vlucht de volgende luchtvaartinlichtingen:

Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld met betrekking tot luchtvaartinlichtingen. Deze regels betreffen ten minste:

Abonnementen op de luchtvaartpublicaties en luchtvaartkaarten worden verstrekt tegen vergoeding van de kosten welke jaarlijks door de LVNL worden vastgesteld.

Het Luchtverkeersreglement-1980 (Stb. 786) wordt ingetrokken.

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet Luchtverkeer in werking treedt.

Dit besluit kan worden aangehaald als: Luchtverkeersreglement.