U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-08-2008.
Wijzigingen Officiële bron
Wet van 24 december 1992, tot vaststelling van de Wet op de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en van enkele andere produktenWet op de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en van enkele andere produktenWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het in verband met de aanpassing van de wetgeving inzake accijnzen aan de Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende de algemene regeling voor accijnsprodukten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop (92/12/EEG van 25 februari 1992; PbEG L 76) wenselijk is een afzonderlijke wettelijke regeling in te voeren voor het stelsel van heffing van de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en van pruimtabak en snuiftabak;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te Het Oude Loo24 december 1992BeatrixDe Staatssecretaris van Financiën,M. J. J. van Amelsvoortde dertigste december 1992De Minister van Justitie,E. M. H. Hirsch Ballin

In deze wet en in de daarop gebaseerde regelingen wordt verstaan onder:

Onder alcoholvrije dranken worden verstaan vruchte- en groentesap, mineraalwater en limonade, ook indien zij alcohol bevatten, voor zover zij niet worden aangemerkt als bier, wijn, tussenprodukten of overige alcoholhoudende produkten in de zin van de Wet op de accijns.

De belasting bedraagt voor pruimtabak en snuiftabak € 24,04 per kilogram.

De belasting wordt geheven van de vergunninghouder van de inrichting.

In afwijking van artikel 16 wordt de belasting bij toepassing van artikel 4, eerste lid, geheven van degene die de alcoholvrije dranken, pruimtabak of snuiftabak voorhanden heeft.

De belasting wordt verschuldigd op het tijdstip van de uitslag.

In afwijking van artikel 18 wordt de belasting bij toepassing van artikel 4, eerste lid, verschuldigd op het tijdstip van de aanvang van het voorhanden hebben van de alcoholvrije dranken, pruimtabak of snuiftabak.

De artikelen 54 en 55 van de Wet op de accijns zijn van overeenkomstige toepassing.

De vervoerder van alcoholvrije dranken, pruimtabak of snuiftabak is hoofdelijk aansprakelijk voor het bedrag aan belasting dat wordt vertegenwoordigd door de hoeveelheid van die goederen waarvan de belasting niet is geheven die door hem wordt vervoerd naar het buitenland, naar een inrichting of naar een persoon of lichaam als bedoeld in artikel 4, eerste lid, indien tijdens dat vervoer door hem of door zijn toedoen een onregelmatigheid of een overtreding is begaan.

Ter zake van de belasting bij invoer zijn de wettelijke bepalingen, bedoeld in artikel 1:1, eerste en tweede lid, van de Algemene douanewet, met uitzondering van artikel 868 van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek, van overeenkomstige toepassing.

De artikelen 68 en 69 van de Wet op de accijns zijn van overeenkomstige toepassing.

De inspecteur beslist op een verzoek om teruggaaf bij voor bezwaar vatbare beschikking.

De artikelen 80, 81, 83 en 84 van de Wet op de accijns zijn van overeenkomstige toepassing.

Het is verboden:

Met betrekking tot pruimtabak en snuiftabak zijn de artikelen 93 tot en met 96 van de Wet op de accijns van overeenkomstige toepassing.

Degene die opzettelijk een in artikel 39 opgenomen verbod overtreedt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie of, indien dit bedrag hoger is, ten hoogste eenmaal het bedrag van de te weinig geheven belasting.

Degene die opzettelijk alcoholvrije dranken, pruimtabak of snuiftabak waarvoor vrijstelling of teruggaaf van belasting is verleend een bestemming geeft waarvoor geen vrijstelling of teruggaaf van belasting zou zijn verleend, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie of, indien dit bedrag hoger is, ten hoogste eenmaal het bedrag van de te weinig geheven belasting.

Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 1993.

Deze wet kan worden aangehaald als Wet op de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en van enkele andere produkten.