U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-07-2009.
Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 25 juni 1993, houdende bepalingen betreffende verplaatsingskostenvergoedingen ten behoeve van burgerlijke ambtenaren bij het Ministerie van DefensieVerplaatsingskostenbesluit burgerlijke ambtenaren defensieWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Defensie van 1 februari 1993, nr. PAV 2210/93002671;

Gelet op artikel 125, eerste lid en artikel 134, eerste lid, van de Ambtenarenwet 1929;

De Raad van State gehoord (advies van 29 maart 1993, nr. W07.93.0065);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Defensie van 16 juni 1993, nr. PAV2210/93008944;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage25 juni 1993BeatrixDe Minister van Defensie,A. L. ter Beekde dertiende juli 1993De Minister van Justitie,E. M. H. Hirsch Ballin

Geen tegemoetkoming in verhuiskosten ingevolge artikel 3, eerste, tweede, of derde lid, of de artikelen 5 dan wel 6 wordt verleend, indien de verhuizing niet heeft plaatsgevonden binnen twee jaren nadat de verplichting tot verhuizen is opgelegd dan wel na de datum van het ontslag, het overlijden of de verplaatsing.

De tegemoetkoming in verhuiskosten, bedoeld in artikel 3, vierde lid, wordt vastgesteld volgens nader door Onze Minister vast te stellen regels.

Indien bij een verplaatsing uit, naar en buiten Nederland de door Onze Minister vastgestelde regels niet toelaten, dat de ambtenaar zijn gezinsleden op rijkskosten meeneemt, bestaat slechts aanspraak op vergoeding van:

Bij een verplaatsing naar een land buiten Europa en terug kan - indien de tewerkstelling aldaar naar verwachting tenminste een jaar zal duren - de tegemoetkoming in verhuiskosten mede bestaan uit een tegemoetkoming in de kosten van het transport over zee van een aan de ambtenaar in eigendom behorende personenauto volgens nader door Onze Minister vast te stellen regels.

Vervallen

Van de bevoegdheid tot het vaststellen van ministeriële regelingen als bedoeld in artikel 14 kan mandaat worden verleend aan de hoofddirecteur personeel van het Ministerie van Defensie.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 april 1993.

Dit besluit wordt aangehaald als: Verplaatsingskostenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie.