U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-08-2002.
Wijzigingen Officiële bron
Wet van 7 juli 1993, houdende herziening van de Wet rijonderricht motorrijtuigen Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de regels inzake de bevoegdheid tot het geven van onderricht in het besturen van motorrijtuigen te herzien;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage 7 juli 1993 Beatrix De Minister van Verkeer en Waterstaat, J. R. H. Maij-Weggen de vijfde augustus 1993 De Minister van Justitie a.i., J. E. Andriessen

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Indien het instituut is of wordt ontbonden dan wel indien zich andere omstandigheden voordoen ten gevolge waarvan het instituut naar het oordeel van Onze Minister niet in staat is de in artikel 2, eerste lid, genoemde werkzaamheden te verrichten, draagt Onze Minister er zorg voor dat deze werkzaamheden naar behoren worden uitgevoerd.

Treedt op een later tijdstip in werking.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Onverminderd het bepaalde in artikel 13 verliest een certificaat zijn geldigheid door:

Vervallen

Ten aanzien van certificaten ten behoeve van het geven van bijscholing zijn de artikelen 10-12 en 14 en 15 van overeenkomstige toepassing.

Een certificaat voor het geven van bijscholing verliest zijn geldigheid met ingang van de datum waarop het in artikel 17, tweede lid, onderdeel a, bedoelde certificaat of diploma zijn geldigheid verliest.

Bij veroordeling wegens overtreding van artikel 7 of van artikel 16 kan de rechter de openbaarmaking van zijn uitspraak gelasten.

De houder van een instructeursbewijs als bedoeld in artikel 27, eerste lid, die rijonderricht geeft, is gehouden om in de periode die aanvangt twee jaar en eindigt vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van deze wet, een toets af te leggen waaruit blijkt dat hij voldoet aan de in artikel 9, tweede lid, onderdeel b, bedoelde eisen in verband met het behoud van de vereiste mate van bekwaamheid. Onze Minister stelt regels vast met betrekking tot het tijdstip waarop deze gehoudenheid aanvangt.

Degenen die op het tijdstip van inwerkingtreding van hoofdstuk IV van deze wet werkzaam zijn als docent cursusleider in het kader van een alcohol-verkeerscursus, zoals deze wordt gegeven door consultatiebureaus voor alcohol en drugs, en die niet voldoen aan de bij en krachtens artikel 17, tweede lid, gestelde eisen, wordt afgifte van een certificaat als bedoeld in dat artikel deswege niet geweigerd.

Indien in deze wet geregelde onderwerpen in het belang van een goede uitvoering van de wet nadere regeling behoeven, kan deze geschieden bij algemene maatregel van bestuur.

De Wet rijonderricht motorrijtuigen wordt ingetrokken.

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld.

Deze wet kan worden aangehaald als "Wet rijonderricht motorrijtuigen" met vermelding van het jaartal van het Staatsblad waarin zij zal worden geplaatst.