U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2002.

Wet · BWBR0006169

Wet voorzieningen gehandicapten

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 7 oktober 1993, houdende regels met betrekking tot de verlening van voorzieningen aan gehandicaptenWet voorzieningen gehandicaptenWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het vanuit een oogmerk van doelmatigheid wenselijk is de verstrekking van woonvoorzieningen op grond van de Regeling geldelijke steun huisvesting gehandicapten en leefvoorzieningen alsmede genees- en heelkundige voorzieningen op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet te beëindigen, en de gemeenten te belasten met de verlening van woonvoorzieningen, vervoersvoorzieningen en rolstoelen en aldus mede te bevorderen dat personen van 65 jaar en ouder geleidelijk en op passende wijze in aanmerking kunnen worden gebracht voor voorzieningen die thans krachtens de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet in beginsel uitsluitend worden verstrekt aan personen onder de 65 jaar;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage7 oktober 1993BeatrixDe Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,J. WallageDe Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,E. HeermaDe Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur,H. J. Simonsde tweede november 1993De Minister van Justitie,E. M. H. Hirsch Ballin

Het gemeentebestuur biedt verantwoorde voorzieningen aan. Onder verantwoorde voorzieningen worden verstaan de voorzieningen die doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht worden verleend.

Het gemeentebestuur kan de gehandicapte, voor zover dit van belang kan zijn voor de beoordeling van de aanspraak op een voorziening, oproepen in persoon te verschijnen en zich door een of meer daartoe aangewezen deskundigen te doen onderzoeken.

Roerende zaken, voor de aanschaf waarvan krachtens deze wet een financiële vergoeding is verleend, dan wel die krachtens deze wet in eigendom of bruikleen zijn verleend, zijn niet vatbaar voor vervreemding, verpanding, belening of beslag, zolang die roerende zaken geschikt zijn om de beperkingen van de gehandicapte op het gebied van het wonen of van het zich binnen of buiten de woning verplaatsen op te heffen of te verminderen. Elk beding strijdig met dit artikel is nietig.

Onze Minister van Defensie is bevoegd uit eigen beweging en desgevraagd verplicht, kosteloos, uit de door of namens hem gevoerde administratie, aan de gemeentebesturen die gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zendt in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer binnen drie jaar na inwerkingtreding van deze wet, en vervolgens binnen drie jaar daarna, aan de Staten-Generaal een verslag over de verlening van woonvoorzieningen, vervoersvoorzieningen en rolstoelen krachtens deze wet.

Aan de gehandicapte aan wie over de periode onmiddellijk voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van deze wet, krachtens artikel 57, tweede lid, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, of krachtens artikel P 9, tweede lid, van de Algemene burgerlijke pensioenwet, of krachtens artikel P 8, tweede lid, van de Spoorwegpensioenwet, dan wel krachtens artikel X5, eerste en tweede lid, van de Algemene militaire pensioenwet een financiële tegemoetkoming is verleend in de kosten van het gebruik van een vervoermiddel, wordt desgevraagd door het gemeentebestuur ook over de jaren 1994 en 1995 een financiële tegemoetkoming verleend, tenzij in de verordening als bedoeld in artikel 5, eerste lid, anders wordt bepaald.

De bepalingen bij of krachtens artikel 7 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, zoals die bepalingen luidden onmiddellijk voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van deze wet blijven van toepassing op de beroepsmilitair die is ontslagen, anders dan uit hoofde van invaliditeit met dienstverband, en die op grond van de regeling geneeskundige verzorging gepensioneerde militairen KL/Klu (Stb. 1962, 241), dan wel op de voet van die regeling, in aanmerking is gebracht voor genees- en heelkundige voorzieningen.

Voor de datum van inwerkingtreding van deze wet ingediende aanvragen voor een voorziening als bedoeld in artikel 57, tweede lid, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, of artikel P 9, tweede lid, van de Algemene burgerlijke pensioenwet, of artikel P 8, tweede lid, van de Spoorwegpensioenwet, dan wel artikel X5, eerste en tweede lid, van de Algemene militaire pensioenwet worden afgehandeld op basis van de regels zoals die luidden onmiddellijk voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van deze wet, met dien verstande dat geen financiële tegemoetkoming wordt verleend over een periode gelegen na de datum van inwerkingtreding van deze wet.

Indien het bij koninklijke boodschap van 6 november 1992 ingediende voorstel van Wet, houdende wettelijke regeling van aanspraak op zorg in de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en wijziging van enige andere wetten tot wet wordt verheven en in werking treedt, komt artikel 2 tweede lid, als volgt te luiden:

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Deze wet kan worden aangehaald als: Wet voorzieningen gehandicapten.

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen, onderdelen daarvan of voor de verlening van onderscheidenlijk de woonvoorzieningen, de vervoersvoorzieningen of de rolstoelen verschillend kan worden vastgesteld.