Wijzigingen Officiële bron
Regeling vergoeding van reis- en verblijfkosten bij dienstreizen voor onderwijspersoneelRegeling vergoeding van reis- en verblijfkosten bij dienstreizen voor onderwijspersoneelDe minister van onderwijs en wetenschappen en de minister van landbouw, natuurbeheer en visserij,

Gelet op artikel I-J14, eerste lid van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel;

Besluiten:

De minister van onderwijs en wetenschappen, dr. ir. J.M.M.RitzenDe minister van landbouw, natuurbeheer en visserij, drs. P.Bukman.

Als aantal gereden kilometers wordt aangemerkt het aantal kilometers—afgerond op het naasthogere gehele getal- langs de kortste gebruikelijke weg gemeten van het punt waar de reis een aanvang nam, langs het reisdoel of de reisdoelen, naar het punt waar de reis eindigde.

Indien het bij geregeld herhaalde reizen voor het bevoegd gezag voordeliger zou zijn geweest wanneer de betrokkene gebruik zou hebben gemaakt van een abonnementskaart of trajectkaart en dergelijke, wordt wanneer zulks te voorzien was een bedrag vergoed gelijk aan de prijs van zodanige kaart.

Indien de betrokkene andere personen voor de dienst heeft vervoerd met toestemming van het bevoegd gezag, op wiens last die personen de dienstreis maakten, wordt hem, met inachtneming artikel 9, voor leder van die personen een vergoeding verleend als bedoeld in de artikelen 6 of 7. De medereizende heeft voor zichzelf geen aanspraak op vergoeding wegens reiskosten.

De vergoeding voor het gebruik van het eigen motorvoertuig bedraagt in totaal nimmer meer dan de kilometervergoeding, berekend overeenkomstig het bepaalde in artikel 5, derde lid.

De vergoeding voor het gebruik bij dienstreizen van een eigen bromfiets bedraagt, per kalenderjaar, voor de eerst 5000 kilometers 21 cent per kilometer en vervolgens 14 cent per afgelegde kilometer, met dien verstande dat voor geregeld herhaalde reizen met een dergelijk vervoermiddel een vergoeding overeenkomstig het bepaalde in artikel 7 wordt verleend of, indien dat artikel geen toepassing kan vinden, bij voorkeur een vergoeding per maand, gebaseerd op een gemiddeld aantal per maand te rijden kilometers, wordt toegekend.

Voor de toepassing van de artikelen 6 tot en met 11 wordt het aantal kilometers berekend zoals in artikel 5, derde lid, is aangegeven. Het bepaalde in artikel 5, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Onder reiskosten worden mede begrepen de kosten voor het gebruik maken van een parkeerplaats, garage of stalling, bruggelden, overvaartgelden, tunnelgelden en dergelijke, met dien verstande, dat voor het gebruik van een motorvoertuig, waarvoor vergoeding wordt genoten op basis van de kosten van openbaar vervoer, de eerstbedoelde kosten slechts in aanmerking worden genomen, indien en voor zover deze ook verschuldigd zouden zijn geweest indien per openbare vervoermiddelen zou zijn gereisd.

Indien de vergoedingen als bedoeld in artikel 5, derde lid, de artikelen 6 tot en met 9, 13 en 14 van deze regeling geheel of gedeeltelijk op grond van of krachtens de Wet op de Loonbelasting 1964 geacht wordt tot het loon te behoren, zal daarop de daarover verschuldigde loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen in mindering worden gebracht.

Voor zover de te verrichten werkzaamheden dit toelaten mag tijdens een dienstreis, waarbij te bestember plaatse moet worden overnacht, eenmaal per week voor gezinsbezoek naar de standplaats of woonplaats worden teruggekeerd, voor welke reizen vergoeding wordt verleend tot ten hoogste naar de maatstaf van gebruik van openbare middelen van vervoer. Verblijft het gezin, waartoe de betrokkene behoort, tijdelijk buiten de woonplaats, dan worden reiskosten naar en van die verblijfplaats slechts vergoed voor zoveel deze niet meer bedragen dan die naar en van de woonplaats.

Bij een gewone dienstreis wordt na een voortgezet verblijf in dezelfde gemeente, nadat de in artikel 17, zevende lid, genoemde etmaalvergoeding voor tien etmalen is berekend, per vol etmaal een korting van vijftien procent toegepast. Voor de toepassing van deze korting wordt het verblijf in dezelfde gemeente geacht opnieuw te zijn aangevangen nadat het voor de dienstuitoefening noodzakelijk was vijf of meer achtereenvolgende etmalen -in voorkomend geval- met inbegrip van een weekeinde of algemeen erkende feestdagen uit die gemeente afwezig te zijn.

Indien en voor zover bij een gewone dienstreis voeding en/of nachtverblijf van overheidswege is genoten, wordt op de in artikel 17, zevende lid, genoemde etmaalvergoeding, onverminderd het bepaalde in artikel 18, een korting toegepast, onderscheidenlijk gelijk aan de in artikel 17, achtste lid genoemde toeslagen, c.q. worden de bedoelde toeslagen in gedeelten van een etmaal niet genoten. Eventueel betaalde kosten voor van overheidswege genoten voeding en/of nachtverblijf worden vergoed. Deze vergoeding treedt voor wat de toepassing van artikel 17, derde lid, betreft, in de plaats van een toeslag, als bedoeld in artikel 17, tweede lid.

Over het treffen van algemeen geldende regelen inzake vergoeding voor reis- of verblijfkosten wordt overleg gevoerd met de sectorcommissie.

Deze regeling zal in Uitleg OenW-Regelingen worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

Deze regeling treedt in werking op 1 januari 1994.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vergoeding van reis- en verblijfkosten bij dienstreizen voor onderwijspersoneel.