Ministeriële regeling · BWBR0006424

Regeling opbrengsten ingebruikgeving en verhuur

Wijzigingen Officiële bron
Regeling opbrengsten ingebruikgeving en verhuurRegeling opbrengsten ingebruikgeving en verhuurDe minister van onderwijs en wetenschappen,

Gelet op artikel 96m, tweede lid onderdeel e, van de Wet op het voortgezet onderwijs, artikel F.47 van de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs in samenhang met de artikelen 39, eerste lid onderdeel d, en 41 van de Wet op het leerlingwezen en met artikel 39 van het Besluit proefprojecten deeltijd vervolg/beroepsonderwijs, zoals deze bepalingen luidden op 31 juli 1993, artikel 3.47, tweede lid onderdeel e, van de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs, artikel 4 van de Experimentenwet onderwijs, en de artikelen 61 en 62 van het Besluit vormingswerk voor jeugdigen;

Besluit:

De minister van onderwijs en wetenschappen, dr. ir. J.M.M. Ritzen

In deze regeling wordt verstaan onder

a.de WVO:

de Wet op het voortgezet onderwijs;

b.de WCBO:

de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs;

c.de WLW:

de Wet op het leerlingwezen, zoals deze luidde op 31 juli 1993;

d.het RPBO:

het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel;

e.in gebruik geven:

tenzij in deze regeling anders bepaald, het in (mede)gebruik geven en verhuren zoals bedoeld in:

f.instelling:g.bevoegd gezag:

het bevoegd gezag of het bestuur van de instelling, bedoeld in artikel 1 onder f1, f2, f3, f4, f6, f8, f10, f12, f13 en f14;

h.opbrengst:

het positieve saldo dat resteert nadat de inkomsten zijn aangewend voor de als gevolg van het in gebruik geven voor rekening van het bevoegd gezag komende lasten.

De opbrengst die het bevoegd gezag van de instelling geniet, in voorkomende gevallen als rechtsopvolger van een instelling als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, ten vijfde, ten zevende, ten negende, ten elfde, of ten vijftiende uit het in gebruik geven van gebouwen, terreinen en roerende zaken, waarvoor vergoeding wordt genoten, wordt in mindering gebracht op de rijksvergoeding.

De artikelen 2 en 3 hebben voor wat betreft de landelijke organen van het leerlingwezen betrekking op de opbrengst, verkregen in de periode 1 januari 1993 tot en met 31 juli 1993 voor het verhuren van gebouwen en lokalen, bedoeld in artikel 39, eerste lid, onderdeel d, van de WLW, zoals dat luidde op 31 juli 1993.

Deze regeling zal met de toelichting in Uitleg OenW-Regelingen worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de derde dag na de datum van uitgifte van Uitleg OenW-Regelingen, waarin deze regeling is bekendgemaakt en vindt voor het eerst toepassing ten aanzien van de opbrengst, verkregen in het boekjaar 1993.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling opbrengsten ingebruikgeving en verhuur.