Ministeriële regeling · BWBR0006437

Landbouwkwaliteitsregeling rauwe melk en zuivelbereiding

Wijzigingen Officiële bron
Landbouwkwaliteitsregeling rauwe melk en zuivelbereidingLandbouwkwaliteitsregeling rauwe melk en zuivelbereidingDe Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

handelend mede namens de Minister van Economische Zaken en in overeenstemming met de Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur;

Gelet op de artikelen 3, 4, 5 en 9 van het Landbouwkwaliteitsbesluit rauwe melk en zuivelbereiding;

Gezien het advies van:

- het Produktschap voor Zuivel,

- het Centraal Orgaan voor Kwaliteitsaangelegenheden in de Zuivel (COKZ),

- de Koninklijke Nederlandse Zuivelbond FNZ,

- de Vereeniging voor Zuivelindustrie en Melkhygiëne (VVZM),

- het Gemeenschappelijk Zuivelsekretariaat (GEMZU);

Besluit:

's-Gravenhage31 januari 1994 De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, Voor deze: De directeur-generaal van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, G. van derLely De Minister van Economische Zaken, J.E.Andriessen

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a.besluit:

Landbouwkwaliteitsbesluit rauwe melk en zuivelbereiding;

b.bevoegde autoriteit:

ambtenaren van de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) en, voorzover een inrichting of produktiebedrijf is aangesloten bij het COKZ, de keurmeesters en controleurs van het COKZ; .

c.centraal melkdepot:

een inrichting waar rauwe melk verzameld en eventueel gekoeld en gezuiverd mag worden;

d.centrum voor standaardisering:

een inrichting die niet verbonden is aan een centraal melkdepot of een melkbehandelings- of een melkverwerkingsinrichting, waarin rauwe melk mag worden afgeroomd of waarin het gehalte aan natuurlijke melkbestanddelen mag worden gewijzigd;

e.melkbehandelingsinrichting:

een inrichting waar melk een warmtebehandeling ondergaat;

f.melkverwerkingsinrichting:

een inrichting of een produktiebedrijf waar melk en produkten op basis van melk worden behandeld, verwerkt en verpakt;

g.produktschapsverordening:

Zuivelverordening 1993, Inrichtingseisen Zuivelbereiding van het produktschap;

h. beschikking 95/165/EG:

Beschikking nr. 95/165/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 4 mei 1995 tot vaststelling van uniforme criteria voor het toestaan van afwijkingen aan bepaalde inrichtingen die produkten op basis van melk bereiden (PbEG L 108).

De regels bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b, van het besluit worden door het produktschap bij verordening gesteld, voorzover het betreft inrichtingseisen voor het produktiebedrijf van rauwe melk van koeien of buffelkoeien.

De Warenwetregeling Zuivelbereiding is, met uitzondering van artikel 3, eerste tot en met vierde lid, geheel in deze regeling ingelast en maakt daarvan deel uit.

Artikel 3 van de produktschapsverordening is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot inrichtingen waar melk van geiten en ooien of produkten op basis van melk van geiten en ooien worden verwerkt of behandeld.

Voor de bereiding van kaas met een rijpingstijd van ten minste 60 dagen kan vrijstelling of, op aanvraag, ontheffing verleend worden van de eisen van de bijlage, hoofdstuk IV, voor wat betreft de kenmerken van rauwe melk.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag waarop het Landbouwkwaliteitsbesluit rauwe melk en zuivelbereiding in werking treedt.

Deze regeling wordt aangehaald als: Landbouwkwaliteitsregeling rauwe melk en zuivelbereiding.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

1.

De rauwe melk is afkomstig zijn van:

2.

Wanneer op het produktiebedrijf verschillende diersoorten worden gehouden, moet voor elke soort worden voldaan aan de gezondheidseisen die zouden gelden indien alleen dieren van diesoort werden gehouden.

3.

Indien op een produktiebedrijf geiten samen met runderen worden gehouden, moeten de geiten worden gecontroleerd op tuberculose.

4.

Rauwe melk moet van behandeling, verwerking, verkoop en consumptie worden uitgesloten:

Indien de schapen en geiten niet in de open lucht worden gehouden, moeten de gebruikte lokalen zo worden ontworpen, gebouwd, onderhouden en beheerd dat wordt gezorgd voor:

1.

Onder toezicht van het COKZ worden geregeld controles uitgevoerd terzake van de eventuele toevoeging van water aan de rauwe melk. In het kader hiervan wordt met name het vriespunt van de melk van elke produkt-installatie regelmatig gecontroleerd, en wel op de volgende wijze:

2.

De melkbehandelings- of melkverwerkingsinrichting waarschuwt het COKZ zodra de maximumnormen voor het kiemgetal en het aantal somatische cellen worden bereikt. Het COKZ neemt de passende maatregelen.

3.

Als de melk van het betrokken produktiebedrijf binnen drie maanden na de kennisgeving door de inrichting:

Wanneer in melk het gehalte aan residuen van farmacologisch werkzame substanties in de bijlage I en III van Verordening (EEG) nr. 2377/90 van de Raad van 26 juni 1990 houdende een communautaire procedure tot vaststelling van maximumwaarden voor residuen van geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik in levensmiddelen van dierlijke oorsprong (PbEG L 224) vastgestelde maximumwaarden overschrijdt mag deze melk niet voor menselijke consumptie worden bestemd.

Met het oog op de naleving van deze normen, vindt het onderzoek van de rauwe melk steeksproefsgewijs plaats op een representatief monster van de melk die op ieder afzonderlijk produktiebedrijf is opgehaald.

A. Rauwe koemelk

Onverminderd de in bijlagen I en III van Verordening (EEG) nr. 2377/90 vastgestelde maximumwaarden:

B. Rauwe melk van buffelkoeien

Onverminderd de in bijlagen I en III van Verordening (EEG) nr. 2377/90 vastgestelde maximumwaarden:

C. Rauwe melk van geiten en schapen

Onverminderd de in de bijlagen I en III van Verordening (EEG) nr. 2377/90 vastgestelde maximumwaarden:

D. Als in de punten A, B en C vastgestelde maximumnormen worden overschreden en als uit daaropvolgend onderzoek blijkt dat er sprake is van potentieel gevaar voor de gezondheid, neemt de bevoegde autoriteit passende maatregelen.