Wijzigingen Officiële bron
Verordening van het Productschap Zuivel van 3 januari 2003, houdende voorschriften ten behoeve van de inrichting van centrale melkdepots, centra voor standaardisering, melkbehandelings- en melkverwerkingsinrichtingen alsmede melkveehouderijbedrijven (Zuivelverordening 2003, Inrichtingseisen zuivelbereiding)Zuivelverordening 2003, Inrichtingseisen zuivelbereidingHet bestuur van het Productschap Zuivel;

Gelet op Richtlijn nr. 92/46/EEG van de Raad tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften voor de Productie en het in de handel brengen van rauwe melk, warmtebehandelde melk en producten op basis van melk PbEG L 268), zoals gewijzigd bij Richtlijn nr . 94/71/EG van de Raad van de Europese Unie van 13 december 1994 (PbEG L 368), Beschikking nr. 951165/EG van de Commissie van 4 mei 1995 tot vaststelling van de uniforme criteria voor het toestaan van afwijkingen aan bepaalde inrichtingen die producten op basis van melk bereiden (PbEG L 108) en de artikelen 93, tweede lid, onder b, 95 en 102 van de Wet op de Bedrijfsorganisatie en artikel 5, eerste lid, onder d, alsmede artikel 2 van de Landbouwkwaliteitsregeling rauwe melk en zuivelbereiding (Stcrt 1994, 25);

Besluit:

Den Haag 3 januari 2003G.A.Koopstra,voorzitter, F.Beekman,secretaris.

Goedgekeurd door de Bestuurskamer van de Sociaal-Economische Raad bij besluit van 13 augustus 2003 en door de Minister van Landbouw, Natuur en beheer en Visserij bij beschikking van 14 juli 2003, nr. TRCJZ/2003/194.

In deze verordening wordt verstaan onder:

Inrichtingen moeten ten minste zijn voorzien van:

Onverminderd de in artikel 4 bedoelde algemene voorwaarden, moeten centrale melkdepots ten minste beschikken over:

Onverminderd de in artikel 4 bedoelde algemene voorwaarden moeten centra voor standaardisering ten minste beschikken over:

Onverminderd de in artikel 4 bedoelde algemene voorwaarden moeten melkbehandelings- en melkverwerkingsinrichtingen ten minste beschikken over:

Desgevraagd wordt door de exploitant of beheerder van de inrichting nadere informatie verstrekt, welke nodig is voor de beoordeling van de aanvraag.

Aan de exploitant of beheerder van een inrichting waar in het voorafgaande jaar ten hoogste 2.000.000 kg melk is verwerkt tot producten op basis van melk, kan door de voorzitter, gehoord de bevoegde autoriteit, ontheffing worden verleend van het gestelde in de artikelen 4 en 7 voor zover zij uitgaan beven of afwijken van bestaande nationale voorschriften. Een ontheffing als hiervoor bedoeld kan eveneens worden verleend indien de exploitant of beheerder van de inrichting zich schriftelijk verbindt jaarlijks niet meer dan 2.000.000 kg melk te verwerken. Het bepaalde artikel 8, leden 2 en 3 is van overeenkomstige toepassing.

De melk moet, wanneer zij niet binnen twee uur na het einde van het melken wordt opgehaald, worden gekoeld tot een temperatuur van 8°C of lager indien de ophaling dagelijks plaatsvindt, en van 6°C of lager indien de ophaling niet dagelijks plaatsvindt. Gedurende het vervoer naar de melkbehandelings- en/of melkverwerkingsinrichting mag de temperatuur van de gekoelde melk niet hoger zijn dan 10°C , tenzij er melk is opgehaald binnen twee uur na het einde van het melken. Om technologische redenen die verband houden met de bereiding van sommige producten op basis van melk, kan door de voorzitter, gehoord de bevoegde autoriteit, van bovenstaande temperatuurseisen ontheffing worden verleend, mits wordt voldaan aan de in de Warenwetregeling Zuivelbereiding (Stcrt. 1994, 243) neergelegden microbiologische criteria voor de bereiding van producten op basis van melk.

De bij deze verordening gestelde regelen zijn bindend voor zowel de in artikel 102, lid 1,van de Wet op de bedrijfsorganisatie bedoelde natuurlijke en rechtspersonen als voor de in artikel 102, lid 2, van de Wet de bedrijfsorganisatie bedoelde natuurlijke en rechtspersonen, voor deze laatsten voor zover zij handelingen verrichten die bedrijfsmatig plegen te worden verricht in de ondernemingen, bedoeld in artikel 102, lid 1, van de Wet op de bedrijfsorganisatie.

Overtredingen van het bepaalde in artikel 2 en artikel 14 zijn strafbare feiten.

De Zuivelverordening 1993, Inrichtingseisen Zuivelbereiding wordt ingetrokken.

Deze verordening treedt in werking op de dag na publicatie in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.

Deze verordening wordt aangehaald als Zuivelverordening 2003, Inrichtingseisen zuivelbereiding