U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-09-2020.

Regeling · BWBR0006516

Besluit algemene rechtspositie politie

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 16 maart 1994, houdende vaststelling van de algemene rechtspositie van de politie Besluit algemene rechtspositie politieWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 17 november 1993, directoraat-generaal voor Openbare Orde en Veiligheid, directie Politie, hoofdafdeling Personeel, Onderwijs en Informatievoorziening, afdeling Arbeidsvoorwaardenbeleid, nummer EA93/U3170;

Gelet op artikel 50, eerste lid, van de Politiewet 1993;

De Raad van State gehoord (advies van 7 februari 1994, nummer WO4.93.0765);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 11 maart 1994, directoraat-generaal voor Openbare Orde en Veiligheid, directie Politie, hoofdafdeling Personeel, Onderwijs en Informatievoorziening, afdeling Arbeidsvoorwaardenbeleid, nummer EA94/418;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage 16 maart 1994 Beatrix De Minister van Binnenlandse Zaken, E. van Thijn de negenentwintigste maart 1994 De Minister van Justitie a.i., E. van Thijn

De ambtenaar van de rijksrecherche, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, wordt in vaste dienst aangesteld.

Vervallen

Onze Minister stelt nadere regels vast ter uitvoering van het in de artikelen 8a en 8b bedoelde onderzoek naar de betrouwbaarheid en geschiktheid voor zover ten behoeve van dat onderzoek wordt gevraagd om verstrekking van justitiële gegevens als bedoeld in artikel 23 van het Besluit justitiële gegevens en om verstrekking van gegevens als bedoeld in artikel 4:3 van het Besluit politiegegevens. Deze nadere regels bevatten in ieder geval waarborgen omtrent een voldoende bescherming van de persoonlijke levenssfeer van betrokkene.

De korpschef kan voor de vrijwillige ambtenaar minimale en maximale inzeturen vaststellen. Hij kan daarbij voor verschillende groepen vrijwillige ambtenaren verschillende minimale en maximale uren vaststellen.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De ambtenaar heeft aanspraak op 172,8 uren vakantie met behoud van bezoldiging per kalenderjaar, waarvan 144 uren wettelijke uren zijn.

De ambtenaar heeft geen aanspraak op vakantie voor de tijd gedurende welke hij:

Vervallen

De aanspraak op vakantie vervalt met ingang van het tweede kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin de aanspraak is ontstaan. Indien het voor de ambtenaar redelijkerwijs niet mogelijk is geweest om de vakantie voor het in de eerste volzin bedoelde moment op te nemen, vervalt de aanspraak op vakantie met ingang van het daarop volgende kalenderjaar.

Vervallen

Het bevoegd gezag kan nadere regels ter uitvoering van dit hoofdstuk vaststellen.

Onze Minister stelt een Regeling ruilmogelijkheden arbeidsvoorwaarden politie vast waarin, met inachtneming van de geldende fiscale bepalingen, de uitwisseling van arbeidsvoorwaarden is geregeld.

Onze Minister kan nadere regels stellen ter uitvoering van dit hoofdstuk.

Onverminderd hoofdstuk VII van dit besluit en hoofdstuk 9 van het Besluit bezoldiging politie geniet verlof:

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Onze Minister kan, in overeenstemming met een of meer hoofdbesturen van de verenigingen van ambtenaren die zijn toegelaten tot het overleg met de commissie, artikel 22a, eerste lid, van het Besluit overleg en medezeggenschap politie 1994, regels stellen inzake het toekennen van buitengewoon verlof voor vakbondsfaciliteiten, waaronder mede begrepen worden faciliteiten voor individuele belangenbehartiging.

Tenzij de belangen van de dienst zich daartegen verzetten, wordt buitengewoon verlof met behoud van volle bezoldiging verleend:

Tenzij de belangen van de dienst zich daartegen verzetten, wordt aan de ambtenaar buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging verleend:

Het bevoegd gezag kan nadere procedurele regels stellen omtrent het aanvragen en verlenen van buitengewoon verlof van korte duur.

De ambtenaar die calamiteiten- en ander kort verzuimverlof geniet als bedoeld in artikel 4:1, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg behoudt zijn volledige bezoldiging.

De ambtenaar die kortdurend zorgverlof geniet als bedoeld in artikel 5:1, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg behoudt, in afwijking van artikel 5:6, tweede lid, van die wet, zijn volledige bezoldiging.

De ambtenaar die als militair in werkelijke dienst is, is met buitengewoon verlof van lange duur.

Indien het verlof, bedoeld in artikel 43, uitsluitend strekt tot het persoonlijk belang van de ambtenaar, kan hem dit slechts worden verleend zonder behoud van bezoldiging en voor ten hoogste zes maanden.

Indien het verlof, bedoeld in artikel 43, ten doel heeft de ambtenaar in de gelegenheid te stellen een andere functie te vervullen en met verlofverlening naar het oordeel van het bevoegd gezag niet uitsluitend het persoonlijk belang van de ambtenaar, maar ook het algemeen belang wordt gediend, kan het verlof in beginsel voor ten hoogste een jaar, zonder behoud van bezoldiging, worden verleend.

Indien het verlof, bedoeld in artikel 43, ten doel heeft de ambtenaar in de gelegenheid te stellen anders dan in vaste dienst hetzij een functie in dienst van een volkenrechtelijke organisatie te vervullen hetzij ten behoeve van Sint Maarten, Curaçao, Aruba of Bonaire, Sint Eustatius en Saba dan wel als deskundige tijdelijk ten behoeve van een vreemde mogendheid werkzaam te zijn en met verlofverlening naar het oordeel van Onze Minister het algemeen belang in overwegende mate wordt gediend, kan het verlof voor een door het bevoegd gezag te bepalen periode, al dan niet met behoud van bezoldiging, worden verleend.

Onze Minister stelt regels ten aanzien van levensloopverlof.

De ambtenaar is in geval van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte verplicht dit zo spoedig mogelijk, doch in elk geval niet later dan op de tweede dag van die ongeschiktheid, te melden.

De ambtenaar die ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte, is verplicht:

In bijzondere gevallen kan aan de ambtenaar een tegemoetkoming worden verleend in noodzakelijk gemaakte kosten die verband houden met ziekte die de ambtenaar voor zichzelf en zijn medebelanghebbenden heeft gemaakt, indien hierin niet ingevolge een andere regeling wordt voorzien en deze kosten redelijkerwijze niet te zijnen laste kunnen blijven. Het bevoegd gezag kan over de uitvoering van dit artikel regels vaststellen.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Een ambtenaar kan een krachtens artikel 55dc, eerste lid, aangewezen vertrouwenspersoon integriteit in vertrouwen raadplegen over een vermoeden van een misstand.

De vertrouwenspersoon integriteit maakt de identiteit van de melder niet bekend zonder schriftelijke instemming van de melder.

Degene bij wie een melding is gedaan, stelt de hoogste leidinggevende onverwijld in kennis van de melding en de datum waarop deze is ontvangen.

Diegenen die betrokken zijn bij de behandeling van de melding gaan vertrouwelijk met de melding en de identiteit van de melder om.

De hoogste leidinggevende bevestigt de ontvangst van de melding schriftelijk aan de melder, al dan niet via de vertrouwenspersoon integriteit, en informeert de persoon of personen op wie de melding betrekking heeft over de melding, tenzij daardoor een onderzoeksbelang of een belang van de melder onnodig of onevenredig kan worden geschaad.

Degene aan wie een tegemoetkoming is toegekend, kan worden verplicht tot terugbetaling, indien hij de procedure waarop de tegemoetkoming betrekking heeft voortijdig staakt. Deze verplichting geldt niet, indien het staken van de procedure direct voortvloeit uit de intrekking door het bevoegd gezag van de beslissing of het herzien van de handeling, waartegen de procedure is gericht.

De artikelen 55ia, tweede lid, 55jc, 55lb, vijfde lid, zoals dit luidde op 1 oktober 2015, en 55ob zijn van overeenkomstige toepassing op de reorganisatie in verband met de inbedding van de Politieacademie in het nieuwe politiebestel die is aangevangen in oktober 2015.

Tijdens de reorganisatie Politiewet 2012 is dit hoofdstuk niet van toepassing op de procedure voor het benoemen en vervullen van de functies sectorhoofd, teamchef B en teamchef C. Deze functies worden vervuld op grond van een in de Commissie als bedoeld in artikel 2 van het Besluit overleg en medezeggenschap politie 1994, vastgestelde selectie- en benoemingsprocedure.

De ambtenaar die is aangesteld in tijdelijke dienst voor een proeftijd en de ambtenaar aangesteld in vaste dienst, van wie de functie in verband met een reorganisatie is opgeheven, wordt aangewezen als te herplaatsen ambtenaar, hierna te noemen: herplaatsingkandidaat.

De reorganisatiecommissie wordt paritair samengesteld en bestaat uit ten minste drie en ten hoogste vijf leden. De reorganisatiecommissie brengt binnen zes weken na ontvangst van het verzoek, bedoeld in artikel 55l, vierde lid, een schriftelijk oordeel uit aan het bevoegd gezag.

De ambtenaar wordt over zijn aanwijzing als herplaatsingkandidaat schriftelijk geïnformeerd.

Het mobiliteitscentrum Nederlandse politie stelt in overleg met het bevoegd gezag van de herplaatsingkandidaat een inventarisatie op van zijn competenties en mogelijkheden voor een passende functie.

Onze Minister stelt nadere regels vast ter uitvoering van dit hoofdstuk met inbegrip van regels over het proces van reorganisatie en flankerende voorzieningen voor ambtenaren.

Indien de toepassing van dit hoofdstuk of de nadere regels ter uitvoering van dit hoofdstuk in individuele gevallen leidt tot onbillijkheden van overwegende aard of indien er sprake is van een bijzondere situatie van een individuele herplaatsingskandidaat, kan het bevoegd gezag, na afweging van de belangen van het individu en van de organisatie, afwijken van dit hoofdstuk of de nadere regels ter uitvoering van dit hoofdstuk worden afgeweken.

Van dit hoofdstuk en van de nadere regels ter uitvoering van dit hoofdstuk kan, in overeenstemming met de Commissie voor georganiseerd overleg in politieambtenarenzaken, bedoeld in artikel 2 van het Besluit overleg en medezeggenschap politie 1994, uitsluitend worden afgeweken bij reorganisaties waarbij naast de arbeidsvoorwaarden van de sector Politie ook arbeidsvoorwaarden van andere sectoren of rechtspersonen betrokken zijn.

Aan de herplaatsingskandidaat en de preherplaatsingskandidaat die een functie buiten de politie heeft aanvaard, wordt kwijtschelding verleend van de terugbetalingsverplichtingen, opgenomen in de regelgeving van de rechtspositie van de ambtenaar.

Onverminderd het bepaalde over de toekenning van een vertrekstimuleringspremie dan wel buitengewoon verlof, overeenkomstig artikel 55y, wordt op verzoek van de ambtenaar die niet als herplaatsingskandidaat of pre-herplaatsingskandidaat is aangewezen door het bevoegd gezag toepassing gegeven aan één of meer van de op grond van artikel 55u gebaseerde en de in dit besluit opgenomen flankerende voorzieningen die ter beschikking staan voor ambtenaren die zijn aangewezen als herplaatsingkandidaat, indien aan de ambtenaar op diens aanvraag ontslag wordt verleend en op de vrijkomende formatieplaats een pre-herplaatsingkandidaat kan worden geplaatst of een herplaatsingkandidaat kan worden herplaatst.

De aspirant, de ambtenaar in opleiding, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, die opsporingsbevoegdheid bezit, de vrijwilliger-aspirant, de vrijwillige ambtenaar in opleiding, de vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak of de ambtenaar van de rijksrecherche, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de rijksrecherche, die opsporingsbevoegdheid bezit kunnen zich niet beroepen op de omstandigheid niet in dienst te zijn, in die gevallen, waarin hun optreden redelijkerwijze is vereist.

Indien de ambtenaar verhinderd is zijn dienst te verrichten, is hij verplicht daarvan, onder opgave van redenen, zo spoedig mogelijk mededeling te doen op de door het bevoegd gezag aangegeven wijze.

Vervallen

Een ambtenaar in dienst van de politie kan op zijn verzoek door Onze Minister ter beschikking worden gesteld van Aruba, Curaçao en Sint Maarten en van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba voor het vervullen van een functie bij de overheden in die landen en in die openbare lichamen dan wel ten behoeve van het verrichten van werkzaamheden in het kader van de samenwerking tussen de landen van het Koninkrijk in het recherchesamenwerkingsteam.

Op de terbeschikkingstellingen bedoeld in artikel 62a zijn de voorwaarden van toepassing die in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst zijn overeengekomen voor de terbeschikkingstelling van ambtenaren, die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn, aan Aruba, Curaçao en Sint Maarten en van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Op aanvraag van de ambtenaar kan hem een andere functie worden opgedragen, al dan niet op een andere dan de hem aangewezen plaats van tewerkstelling of binnen een ander dan het hem aangewezen werkgebied, of kan hem op aanvraag worden opgedragen zijn functie op een andere dan de aangewezen plaats van tewerkstelling dan wel een ander dan het aangewezen werkgebied uit te oefenen.

Vervallen

Met inachtneming van de door Onze Minister ter zake vastgestelde gespreksleidraad wordt met de ambtenaar ten minste eenmaal per drie jaar een gesprek gehouden over een persoonlijk ontwikkelingsplan. Op aanvraag van de ambtenaar dan wel in overleg met de ambtenaar kan het bevoegd gezag bepalen dat een gesprek over een persoonlijk ontwikkelingsplan plaatsvindt met een grotere frequentie dan eenmaal per drie jaar, doch met een maximum van eenmaal per jaar. De hoofdzaken van dit gesprek worden in overeenstemming met de ambtenaar in een door de ambtenaar medeondertekend document vastgelegd. De ambtenaar ontvangt een afschrift van dit document.

Een diploma verbonden aan het voltooien van een initiële opleiding, die de ambtenaar is begonnen vóór 1 januari 2002, wordt voor wat betreft de benoembaarheid van de ambtenaar in een functie, bij nader door Onze Minister te stellen regels, gelijkgesteld aan een diploma verbonden aan een voltooide initiële opleiding van na 1 januari 2002 en aan een diploma verbonden aan een politieopleiding als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel s, onder 1°, van de Politiewet 2012.

Aan de vrijwillige ambtenaar kan een vergoeding worden verstrekt overeenkomstig door Onze Minister vast te stellen regels. Deze vergoeding kan voor de verschillende categorieën vrijwillige ambtenaren verschillend worden vastgesteld.

Dit hoofdstuk is niet van toepassing op de directeur van de Politieacademie en zijn plaatsvervanger.

In de artikelen 80a tot en met 80i wordt verstaan onder:

De commissie wordt bijgestaan door een secretaris en een plaatsvervangend secretaris. Zij worden door Onze Minister ter beschikking gesteld aan de commissie.

De ambtenaar dient van de ontvangst van een besluit inzake strafoplegging te doen blijken door onmiddellijke terugzending van een door hem ondertekend en gedateerd ontvangstbewijs.

De straf, behalve die van schriftelijke berisping, wordt niet ten uitvoer gelegd zolang zij niet onherroepelijk is geworden, tenzij bij het opleggen van de straf is bevolen dat deze onmiddellijk ten uitvoer wordt gelegd.

Dit hoofdstuk, met uitzondering van artikel 98, is niet van toepassing op de directeur van de Politieacademie en zijn plaatsvervanger.

De ambtenaar is van rechtswege in zijn ambt geschorst wanneer hem rechtmatig zijn vrijheid is ontnomen, tenzij de vrijheidsontneming het gevolg is van een maatregel, anders dan op grond van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten of de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg, genomen in het belang van de volksgezondheid.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Indien een ontslag als bedoeld in artikel 12, tweede lid, van de Ambtenarenwet 2017 door het bevoegd gezag of bij koninklijk besluit wordt verleend, is de instemming vereist van Onze Minister.

Vervallen

Aan de ambtenaar die als gevolg van een ontslag op grond van de artikelen 89, eerste tot en met derde lid, artikel 90, eerste, tweede en achtste lid91, eerste lid, 92, of artikel 94, eerste lid, onderdeel e, f of g, van dit besluit, werkloos is geworden in de zin van de Werkloosheidswet, kan een bovenwettelijke aanvulling op zijn WW-uitkering worden toegekend krachtens het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politie. Bij samenloop van het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politie met het Besluit suppletie gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector politie, wordt laatstgenoemd besluit uitgevoerd. Het recht op grond van het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politie leidt in dat geval niet tot uitkering en de berekening van de periode daarvan wordt niet gewijzigd.

In geval de directeur van de Politieacademie of zijn plaatsvervanger wordt ontslagen wegens zwaarwegende in de persoon van de betrokkene gelegen redenen, niet zijnde ongeschiktheid of onbekwaamheid voor de vervulde functie, kan bij koninklijk besluit een regeling getroffen worden waarbij hem een uitkering wordt toegekend die met het oog op de omstandigheden redelijk is te achten. Deze uitkering zal in geen geval minder mogen zijn dan die welke de directeur van de Politieacademie of zijn plaatsvervanger zou toekomen krachtens het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politie in geval van ontslag als daar bedoeld.

Op de ambtenaar die op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekeringen recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering blijven de bepalingen uit het Besluit algemene rechtspositie politie waarin sprake is van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering van toepassing, zoals deze luidden op 28 december 2005.

Op de aanspraak op vakantie van de ambtenaar ontstaan voor 1 januari 2015, blijven Hoofdstuk IV en artikel 100 van toepassing zoals zij luidden op 31 december 2014.

Wijzigt dit besluit.

Een voor de inwerkingtreding van dit artikel door Onze Minister genomen besluit op grond van artikel 95, tweede lid, ten aanzien van een ambtenaar die een functie vervult waarvoor een salarisschaal 17 of lager geldt, wordt indien het op het moment van inwerkingtreding van dit artikel nog niet onherroepelijk is geworden, geacht te zijn genomen door de korpschef.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De vermelding van de aanstelling, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel c, de inzetbaarheid, bedoeld in artikel 10, vierde lid, of het vakgebied, bedoeld in artikel 10, vierde lid, tweede volzin, wordt de ambtenaar die uiterlijk op 30 juni 2018 is aangesteld eerst medegedeeld, indien sprake is van een wijziging van een ander in artikel 10, eerste lid, bedoeld gegeven, behoudens de wijziging van een algemeen verbindend voorschrift waarnaar is verwezen.

Aanspraken die een vrijwillige ambtenaar had op grond van het Besluit rechtspositie vrijwillige politie worden geacht te zijn gegrond op het Besluit rechtspositie vrijwillige politie zoals dat luidde op de dag voor de inwerkingtreding van het Besluit tot wijziging van het Besluit algemene rechtspositie politie en enkele andere algemene maatregelen van bestuur in verband met de invoeging van rechtspositionele bepalingen omtrent politievrijwilligers en de intrekking van het Besluit rechtspositie vrijwillige ambtenaren van politie.

De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de termijnen genoemd in dit besluit, met uitzondering van die, genoemd in artikel 51, tweede en derde lid.

Het Ambtenarenreglement voor de rijkspolitie 1975, het Ambtenarenreglement voor de gemeentepolitie 1958, het Besluit benoemingseisen politieambtenaren 1958, het Besluit bevorderingseisen hoger politiepersoneel 1958, het Besluit bekwaamheidseisen bevordering politie 1964, en de Rechtspositieregeling opleiding ter verkrijging van het diploma van inspecteur van gemeentepolitie of officier der rijkspolitie worden ingetrokken.

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 april 1994.

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit algemene rechtspositie politie.

Niet operationele functies

Administratief Secretarieel Medewerker

Administratief Secretarieel Medewerker A

Administratief Secretarieel Medewerker B

Bedrijfsvoeringspecialist A

Bedrijfsvoeringspecialist B

Bedrijfsvoeringspecialist C

Bedrijfsvoeringspecialist D

Bedrijfsvoeringspecialist E

Bedrijfsvoeringspecialist F

Chauffeur (HSM)

Directiesecretaresse/Office Manager

Gespecialiseerd Medewerker A

Gespecialiseerd Medewerker B

Gespecialiseerd Medewerker C

Gezagvoerder Binnenvaart

Gezagvoerder Zeevaart

Gezagvoerder Zeevaart Beperkte Inzet

Medewerker Huisvesting, Services en Middelen A

Medewerker Huisvesting, Services en Middelen B

Medewerker Huisvesting, Services en Middelen C

Medewerker Huisvesting, Services en Middelen D

Medewerker Techniek A

Medewerker Techniek B

Medewerker Techniek C

Medewerker Techniek D

Secretarieel Medewerker

Stuurman Zeevaart

Teamchef A

Operationele functies

Assistent Beveiliging A

Assistent Beveiliging B

Assistent Forensische Opsporing

Assistent GGP A

Assistent GGP B

Assistent Intake & Service A

Assistent Intake & Service B

Chef Vlieger

Generalist Beveiliging

Generalist Forensische Opsporing

Generalist GGP

Generalist Intake & Service

Generalist Intelligence

Generalist Interventie

Generalist Meldkamer

Generalist Observatie

Generalist Tactische Opsporing

Medewerker Beveiliging

Medewerker Forensische Opsporing

Medewerker GGP

Medewerker Intake & Service

Medewerker Intelligence

Medewerker Observatie

Medewerker Tactische Opsporing

Operationeel Expert Beveiliging

Operationeel Expert Forensische Opsporing

Operationeel Expert GGP

Operationeel Expert Informantenrunner

Operationeel Expert Intake & Service

Operationeel Expert Intelligence

Operationeel Expert Interventie

Operationeel Expert Meldkamer

Operationeel Expert Observatie

Operationeel Expert Tactische Opsporing

Operationeel Specialist A

Operationeel Specialist B

Operationeel Specialist C

Operationeel Specialist D

Operationeel Specialist E

Operationeel Specialist F

Politie Vlieger

Senior Beveiliging

Senior Forensische Opsporing

Senior GGP

Senior Informantenrunner

Senior Intake & Service

Senior Intelligence

Senior Interventie

Senior Meldkamer

Senior Observatie

Senior Tactische Opsporing