Ministeriële regeling · BWBR0006646

Spaarloonregeling rechterlijke ambtenaren

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Justitie van 27 april 1994 tot vaststelling van bepalingen inzake het gebruik van de mogelijkheid van spaarloon als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel h, onder 2°, van de Wet op de loonbelasting 1964, binnen de sector Rechterlijke MachtSpaarloonregeling rechterlijke ambtenarenDe Minister van Justitie,

Gelet op artikel 11, zesde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964;

Besluit:

De Minister van Justitie, E.M.H.Hirsch Ballin

In deze regeling wordt verstaan onder:

In afwijking van artikel 6, eerste lid, kunnen de spaarbedragen over 1999 en 2000 vanaf 1 januari 2003 worden opgenomen.

Het is de rechterlijk ambtenaar niet toegestaan het tegoed op zijn spaarloonrekening of de afgesloten levensverzekering op enigerlei wijze in onderpand te geven of zijn rechten hierop over te dragen.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 mei 1994.

Deze regeling wordt aangehaald als: Spaarloonregeling rechterlijke ambtenaren.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.