U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 17-10-2007.

Regeling · BWBR0006759

Bekostigingsbesluit cultuuruitingen

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 21 juni 1994, houdende regels met betrekking tot het verstrekken van subsidies en specifieke uitkeringen ten behoeve van cultuuruitingenBekostigingsbesluit cultuuruitingenWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur van 2 september 1993 (kenmerk DGCZ/SCB-U-935307),

Gelet op artikel 8 van de Wet op het specifiek cultuurbeleid;

Gezien de adviezen van de Raad voor de Gemeentefinanciën, de Raad voor het cultuurbeheer en de Raad voor de Kunst;

De Raad van State gehoord (advies van 28 maart 1994, no. W.13.93.0601);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur van 13 juni 1994, DGCZ/SCB-U-944172;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage21 juni 1994BeatrixDe Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur,H. d’Anconade dertigste juni 1994De Minister van Justitie,A. Kosto

Onze Minister maakt openbaar welke activiteiten voor subsidie of voor een specifieke uitkering als bedoeld in artikel 40 in aanmerking komen voor zover dit niet reeds blijkt uit nota’s die van belang zijn voor het cultuurbeleid of uit de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 4a van de wet, alsmede voor zover hij voornemens is af te wijken van het in die nota’s of ministeriële regeling gestelde onderscheidenlijk bepaalde.

Onze Minister verstrekt subsidie voor perioden van ten hoogste vier jaren.

Een subsidie of een specifieke uitkering als bedoeld in artikel 40 ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Onze Minister kan regels stellen met betrekking tot de wijze waarop het bedrag van een specifieke uitkering als bedoeld in artikel 40 of van een subsidie wordt berekend.

Onze Minister kan ieder jaar subsidieplafonds vaststellen voor de verschillende categorieën van activiteiten waarvoor een subsidie kan worden verstrekt.

Deze paragraaf is op aangewezen instellingen en fondsen slechts van toepassing voor zover het betreft projectsubsidies.

Indien aan een aangewezen instelling of een fonds voor de eerste maal een subsidie als bedoeld in artikel 11 wordt verleend, is artikel 10 van overeenkomstige toepassing.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De subsidieontvanger zorgt ervoor dat:

De subsidieontvanger zorgt er voorts voor dat:

De subsidieontvanger doet zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan Onze Minister van omstandigheden die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie. Daarbij worden de relevante stukken overgelegd.

Vervallen

De subsidieontvanger die aan derden goederen ter beschikking stelt of voor derden diensten verricht, brengt daarvoor een vergoeding in rekening die ten minste kostendekkend is, tenzij het derden betreft voor wie de gesubsidieerde activiteiten bestemd zijn. Onze Minister kan ook andere gevallen aanwijzen waarin de bepaling niet geldt.

Vervallen

Binnen vier maanden na afloop van de periode dan wel het project, waarvoor subsidie is verleend, dient de subsidieontvanger in ieder geval de volgende bescheiden in:

Het activiteitenverslag geeft inzicht in de aard, duur en omvang van de in het kader van de subsidiëring verrichte activiteiten. Het activiteitenverslag vergelijkt de verrichte activiteiten met de voorgenomen activiteiten in het activiteitenplan of, ingeval van subsidieverlening aan aangewezen instellingen of fondsen, in het prestatieoverzicht.

Na ontvangst van de gegevens, bedoeld in de artikelen 33 tot en met 37, stelt Onze Minister de subsidie binnen zes maanden vast.

Vervallen

Specifieke uitkeringen aan provincies en gemeenten ten behoeve van het door het desbetreffende openbaar lichaam te voeren cultuurbeleid worden door Onze Minister verstrekt met inachtneming van de artikelen 41 tot en met 49.

Met het oog op de onderlinge afweging van aanvragen kan Onze Minister bepalen dat op een aanvraag niet wordt beslist voor een bepaalde datum in een kalenderjaar, dan wel op of na een of meer data in een kalenderjaar. Op een aanvraag wordt dertien weken voorafgaande aan de betrokken uitkeringsperiode beslist.

Gedeputeerde staten of het college van burgemeester en wethouders doet zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan Onze Minister van omstandigheden die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging of intrekking van een specifieke uitkering. Daarbij worden de relevante stukken overgelegd. Artikel 4:49 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.

Vervallen

Gedeputeerde staten of het college van burgemeester en wethouders werkt mee aan door of namens Onze Minister ingestelde onderzoekingen die erop zijn gericht Onze Minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van het beleid.

Voor zover niet uit de jaarrekening van de provincie of gemeente, alsmede uit de accountantsverklaring en het verslag van bevindingen, behorend bij die jaarrekening krachtens artikel 217 van de Provinciewet of artikel 213 van de Gemeentewet, blijkt dat een specifieke uitkering rechtmatig is besteed, kan het bedrag waarvan de rechtmatige besteding niet vaststaat, worden teruggevorderd.

Onze Minister kan nadere regels stellen ten aanzien van de inrichting van aanvragen, het activiteitenplan de begroting, de liquiditeitsprognose, de administratie, de jaarrekening, bedoeld in de hoofdstukken IV en V, het financieel verslag, de verklaring van de accountant, bedoeld in artikel 36, eerste lid, het activiteitenverslag en het bestuursverslag.

Onze Minister kan, gelet op het belang dat dit besluit beoogt te beschermen, artikelen buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover strikte toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Vervallen

Vervallen

Dit besluit kan worden aangehaald als: Bekostigingsbesluit cultuuruitingen.