U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2006.
Wijzigingen Officiële bron
Wet van 27 april 1994, houdende maatregelen gericht op een goede financiële basis voor de privatisering van het Algemeen burgerlijk pensioenfonds en reparatie van de invaliditeitspensioenenWet financiële voorzieningen privatisering ABPWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is voorwaarden te scheppen voor de privatisering van het Algemeen burgerlijk pensioenfonds en dat daartoe maatregelen dienen te worden getroffen die leiden tot een gezonde financiële basis voor die privatisering, onder gelijktijdige invoering van een aantal inhoudingen in verband met de sociale zekerheid van het overheidspersoneel, en dat voorts de sociale partners in de overheidssector reparatie van de invaliditeitspensioenen gewenst achten;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage27 april 1994BeatrixDe Minister van Binnenlandse Zaken,E. van ThijnDe Minister van Defensie,A. L. ter BeekDe Minister van Financiën,W. Kokde negenentwintigste april 1994De Minister van Justitie,E. M. H. Hirsch Ballin

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De wijziging van het ambtelijk inkomen, bedoeld in artikel C 1 van de Abp-wet, en van de pensioengrondslag, bedoeld in artikel C 1 van de Amp-wet, die het gevolg is van de salarisaanpassing, bedoeld in artikel 34, wordt buiten beschouwing gelaten voor de toepassing van de bepalingen van die pensioenwetten betreffende de pensioenberekening, voor zover dat ambtelijk inkomen, onderscheidenlijk die pensioengrondslag betrekking heeft op de pensioenberekening ter zake van diensttijd voor 1 januari 1995.

De in verband met het in deze paragraaf bepaalde nadere vaststelling van bedragen en nader te stellen regels werken terug tot en met 1 januari 1995.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

De volgende wetten worden ingetrokken:

De ministeriële regeling, bedoeld in artikel 31, derde lid, wordt tot stand gebracht in overeenstemming met de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid.

De militair als bedoeld in artikel 28, eerste lid, onderdeel b, onder 3°, is met ingang van 1 januari 1995 maandelijks een premie, bijdrage of vergoeding verschuldigd, waarvan de grootte dezelfde is als het vut-bijdrageverhaal dat zou zijn ingehouden op het loon, indien het een overheidswerknemer in de zin van artikel 2 van de Wet privatisering ABP betrof die werkzaam is binnen de sector Defensie. De doelstelling en de wijze van inhouding of verrekening van die premie, bijdrage of vergoeding worden vastgesteld bij algemene maatregel van bestuur.

Artikel A 8 van de Abp-wet en artikel L 1 van de Amp-wet, zoals deze artikelen luidden op 31 december 1994, blijven van toepassing ten aanzien van wijzigingen in de bezoldiging van het rijkspersoneel voor die datum.

Vervallen

In afwijking van artikel D 1 van de Abp-wet, zoals dat ingevolge deze wet is komen te luiden, blijft het derde lid van genoemd artikel, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel 53, onderdeel F, van deze wet, van kracht ten aanzien van diensttijd tussen 30 september 1986 en de datum van die inwerkingtreding, onverminderd artikel III, onderdeel B, van de wet van 3 juli 1986, tot wijziging van de Algemene burgerlijke pensioenwet en de Spoorwegpensioenwet met betrekking tot aanspraken van deelgerechtigden die de leeftijd van 25 jaar nog niet hebben bereikt (Stb. 393).

In afwijking van artikel F 12 van de Abp-wet, zoals dat ingevolge deze wet is komen te luiden, blijft het eerste lid van genoemd artikel, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel 53, onderdeel F, van deze wet, van kracht ten aanzien van diensttijd tussen 30 september 1986 en de datum van die inwerkingtreding, onverminderd artikel III, onderdeel B, van de wet van 3 juli 1986, tot wijziging van de Algemene burgerlijke pensioenwet en de Spoorwegpensioenwet met betrekking tot aanspraken van deelgerechtigden die de leeftijd van 25 jaar nog niet hebben bereikt (Stb. 393).

Ten aanzien van degene die ingevolge de Abp-wet of de Amp-wet nabestaanden- of wezenpensioen heeft verkregen voor 1 januari 1995, wordt diensttijd waarnaar het pensioen is of geacht wordt te zijn berekend en die niet daadwerkelijk in dienstverhouding is doorgebracht, voor zover nodig medebegrepen onder diensttijd gelegen voor die datum.

De pensioenen die ingevolge de artikelen J 1a en J 2a van de Abp-wet, zoals deze luidden op 31 december 1994, dan wel ingevolge de artikelen J 1a en J 2a van de Abp-wet, zoals deze luidden op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wet invoering franchisesysteem, zijn beperkt, worden met ingang van 1 januari 1995 nader vastgesteld.

De pensioenen die ingevolge de artikelen J 1a en J 2a van de Amp-wet, zoals deze luidden op 31 december 1994, dan wel ingevolge de artikelen J 1a en J 2a van de Amp-wet, zoals deze luidden op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wet invoering franchisesysteem militaire pensioenen, zijn beperkt, worden met ingang van 1 januari 1995 nader vastgesteld.

Voor de toepassing van artikel K 5, tweede lid, van de Abp-wet wordt het ambtelijk inkomen uit de oorspronkelijke betrekking, voor zover dat inkomen betrekking had of kan worden geacht betrekking te hebben gehad op een tijdvak gelegen voor 1 januari 1995, aangepast overeenkomstig de aanpassing van de salarissen ingevolge artikel 34 van deze wet.

In afwijking van artikel 6, tweede lid, van de Vut-wet bedraagt de uitkering voor de belanghebbende, bedoeld in artikel 1, onderdeel i, van die wet, wiens vut-uitkering is ingegaan voor 1 januari 1995, het in het eerstbedoelde artikel vermelde percentage van de, met het percentage zoals dat in kolom 2 van de bij deze wet behorende tabel III is opgenomen achter de daarbij in kolom 1 genoemde bezoldigingsgrenzen, verminderde bezoldiging. Een en ander met dien verstande dat de in artikel 6, derde lid, van die wet gegeven garantie inzake een minimum inkomen onverkort van toepassing is.

Artikel 10 van de wet van 20 december 1984, houdende aanpassing van uitkeringspercentages van ontslaguitkerings- en arbeidsongeschiktheidsregelingen voor overheidspersoneel, onderwijspersoneel en daarmee gelijk te stellen personeel, (Stb. 657) blijft van toepassing ten aanzien van de invaliditeitspensioenen, bedoeld in artikel 79, eerste lid.

Deze wet wordt aangehaald als: Wet financiële voorzieningen privatisering ABP.