U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-04-2010.

Regeling · BWBR0007246

Uitvoeringsbesluit Rijksoctrooiwet 1995

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 20 februari 1995, houdende regels ter uitvoering van de Rijksoctrooiwet 1995Uitvoeringsbesluit Rijksoctrooiwet 1995Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 3 oktober 1994, nr. 94068512 WJA/W;

Gelet op de artikelen 5, eerste lid, onder b, 17, tweede lid, 19, derde en vierde lid, 20, tweede lid, 23, derde lid, 24, vierde en vijfde lid, 25, tweede lid, 32, derde lid, 37, derde lid, 38, tweede lid, 52, eerste, zesde en zevende lid, 56, tweede lid, 57, tweede lid, 58, vijfde lid, 61, 64, tweede lid, 84, derde lid, 92, 95 en 110 van de Rijksoctrooiwet 1995;

De Raad van State van het Koninkrijk gehoord (advies van 12 december 1994, nr. W10.94.0609/K);

De bepalingen van het Statuut voor het Koninkrijk in acht genomen zijnde;

Gezien het nader rapport van de voornoemde Staatssecretaris van 6 februari 1995, nr. 94092803 WJA/W;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad en in het Publicatieblad van de Nederlandse Antillen zal worden geplaatst.

's-Gravenhage20 februari 1995BeatrixDe Staatssecretaris van Economische Zaken,A. van Dok-van Weelede zevende maart 1995De Minister van Justitie,W. Sorgdrager

In dit besluit wordt verstaan onder:

Het bureau stelt, met inachtneming van de artikelen 3 tot en met 5, de inrichting van het octrooiregister vast.

De inschrijving van aanvragen om octrooi geschiedt door vermelding in het octrooiregister van:

Indien het bureau met betrekking tot een beschikking of een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke uitspraak als bedoeld in artikel 57, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 58, eerste lid, van de wet tot inschrijving van een licentie als bedoeld in de artikelen 57 en 58 redelijke grond voor twijfel heeft over de juistheid van de daarin opgenomen gegevens als bedoeld in artikel 24, kan het bureau ter zake bewijs of nader bewijs verlangen.

Bij ministeriële rijksregeling worden nadere regels gesteld over een verzoek tot inschrijving van een pandrecht en van een beslag als bedoeld in artikel 67, vijfde lid, respectievelijk 68, zesde lid, van de wet. Artikel 14a, derde lid, tweede volzin, is van overeenkomstige toepassing.

De in de wet bedoelde verzoekschriften worden door de indiener of diens gemachtigde ondertekend en vermelden:

Bij een overeenkomstig artikel 25, tweede lid, van de wet verricht depot wordt een schriftelijke verklaring van de bewaargever gevoegd, inhoudende:

Indien het depot, bedoeld in de artikelen 18, eerste lid, en 20, tweede lid, is geschied overeenkomstig het in artikel 18, eerste lid, onder a, bedoelde verdrag, zijn in geval van strijdigheid van de bepalingen van deze paragraaf met dat verdrag, de bepalingen van dat verdrag doorslaggevend.

Staten als bedoeld in artikel 57, tweede lid, van de wet zijn:

Aanvragen om octrooi, ingediend bij het bureau voor de industriële eigendom in de Nederlandse Antillen, worden na ontvangst bij het bureau in Nederland ingeschreven in het octrooiregister met inachtneming van het in artikel 31 van de wet bepaalde.

De artikelen van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit Rijksoctrooiwet 1995.