Regeling · BWBR0007336

Besluit krediethypotheek bijstand

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 12 april 1995, houdende vaststelling van een Besluit krediethypotheek bijstandBesluit krediethypotheek bijstandWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 14 juli 1992, Directoraat-Generaal Sociale Zekerheid, nr. SZ/BV/UKB/AUB/7032;

Gelet op artikel 20, zevende lid, en artikel 53, tweede lid, van de Algemene bijstandswet;

De Raad van State gehoord (advies van 9 september 1992, nr. W12.92 0340);

Gezien het nader rapport van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 7 april 1995, Directie Bijstandszaken nr. BZ/UK/95/U-1259;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage12 april 1995BeatrixDe Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,A. P. W. Melkertde dertiende april 1995De Minister van Justitie a.i.,H. F. Dijkstal

Indien bijstand wordt verleend in de vorm van een geldlening onder verband van hypotheek als bedoeld in artikel 20, tweede lid, van de Algemene bijstandswet wordt daartoe mede gerekend de eventuele bijstand in de kosten genoemd in artikel 2, derde lid.

Indien binnen een periode van twee jaar na beëindiging van de bijstandverlening onder verband van hypotheek wederom recht op bijstand bestaat, wordt deze verleend met toepassing van de laatst gevestigde hypotheek.

Aan belanghebbende wordt telkens na afloop van een kalenderjaar een opgave verstrekt van de stand van de geldlening en van de rentevorderingen.

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Algemene bijstandswet in werking treedt.

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit krediethypotheek bijstand.