Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, nr. MJZ 22695035, houdende uitvoering van de Wet balansverkorting geldelijke steun volkshuisvesting Uitvoeringsregeling balansverkorting geldelijke steun volkshuisvestingDe Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Gelet op de artikelen 4, vijfde lid, en 16 van de Wet balansverkorting geldelijke steun volkshuisvesting;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage22 juni 1995De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, D.K.J.Tommel

Voor de toepassing van artikel 4, eerste lid, van de wet met betrekking tot de Regeling geldelijke steun uit ’s Rijks kas op voet van de Woningwet voor het verbeteren van complexen woningen van toegelaten instellingen en gemeenten (MG 73-24, MG 74-40, MG 81-13), onderdeel integrale bijdrage vaststelling op basis van een jaarverslag/exploitatie-overzicht, worden in afwijking van die bepaling van de wet

Voor de toepassing van artikel 4, eerste lid, van de wet met betrekking tot

zijn in afwijking van die bepaling van de wet met ingang van 1 juli 1993 de normbedragen voor onderhoud en algemene beheers- en administratie-kosten alsmede voor onderhoud lift en centrale verwarming de in bijlage I bij deze regeling genoemde bedragen.

Voor de toepassing van artikel 4, tweede lid, onderdeel a, van de wet met betrekking tot de Beschikking geldelijke steun particuliere huurwoningen (1966), en de Beschikking geldelijke steun particuliere huurwoningen 1968, zijn in afwijking van die bepaling van de wet met ingang van 1 juli 1993 van toepassing voor

Voor de toepassing van artikel 4, tweede lid, onderdeel c, van de wet met betrekking tot de Regeling geldelijke steun uit ’s Rijks kas op voet van de Woningwet voor het verbeteren van complexen woningen van toegelaten instellingen en gemeenten (MG 74-40 en MG 81-13), onderdeel na-oorlogse woningen, wordt, voor zover het betreft de in bijlage IV bedoelde exploitatiegedeelten van woningen (woningcomplexen), in afwijking van die bepaling van de wet de jaarlijkse stijging van de huur 3 procent.

De in artikel 6, eerste lid, van de wet bedoelde rentebijdrage wordt verstrekt aan toegelaten instellingen of gemeenten die op 1 januari 1995 leningen als bedoeld in dat artikellid verschuldigd waren of zodanige leningen, verstrekt voor woningen welke zij op 1 januari 1995 in eigendom hadden of die waren onderworpen aan een recht van erfpacht dat hen toebehoorde, tussen 1 november 1993 en 1 januari 1995 hebben afgelost.

Indien het percentage van de rente van een lening als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de wet na 1 januari 1995, doch voor het tijdstip van inwerkingtreding van een beschikking als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de wet ingevolge de voor die lening geldende leningsovereenkomst nader wordt vastgesteld, geldt voor de toepassing van artikel 6 van de wet dat nader vastgestelde percentage.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling balansverkorting geldelijke steun volkshuisvesting.

Exploitatiegedeelten van woningen (woningcomplexen) met een jaarlijkse huurstijging van 3 procent.

MODEL

(Uitvoeringsregeling balansverkorting geldelijke steun volkshuisvesting artikel 6, eerste lid, onderdeel a)

Cliënt:

Adres:

Vestigingsplaats:

Gemeente waar het woningbezit is gelegen:

Subsidietoekenning

BVH

Cliënt

Aantallen

Woningen

Eenheden

Bedden

Regeling

Ondertekening:

Plaats

datum

Het bestuur van de instelling

De afdeling DGVH/RAC/BVH zal een conform het bijgaand overzicht opgebouwd opgave-formulier toezenden naar de sociale verhuurder 1

, per gemeente waarin de woningen gelegen zijn, waarop de sociale verhuurder naar de situatie per 1-1-1995 per vermelde subsidie-toekenning dient aan te geven onder de kolom ’cliënt’ het aantal woningen, eenheden of bedden die aan de volgende voorwaarden voldoen:

Onder de kolom ’BVH’ zijn ter voorinformatie het aantal woningen, eenheden en bedden vermeld, zoals dat op 1 januari 1995 bij de afdeling DGVH/RAC/BVH bekend was.

Eventuele ontbrekende subsidie-toekenningen per 1-1-1995 dienen door de sociale verhuurder toegevoegd te worden.

De sociale verhuurder (het bestuur van de toegelaten instelling of het college van B&W) dient de opgave te ondertekenen.

De opgave dient voorzien te worden van een medeling van een accountant t.a.v. de juistheid van de opgave.

In geval de sociale verhuurder niet zowel het juridisch eigendom (inclusief het toebehoren van erfpacht) als het economisch eigendom over de woningen heeft, zal voor de subsidie-toekenningen, die betrekking hebben op deze woningen, naar de juridisch eigenaar een overzicht conform de in paragraaf 1 gemelde standaardopgave toegezonden worden.

Deze opgave dient analoog aan het gestelde in paragraaf 1 door de juridisch en economisch eigenaar gezamelijk ingevuld en ondertekend te worden.

In het geval dat een per 1-1-1995 toegelaten instelling na 1-1-1995 en voor 1-1-1997 het totale aantal woningen, die deel uitmaken van een bejaardenoord als bedoeld in artikel 1, onderdeel c van de Wet op de bejaardenoorden, verkrijgt van een rechtspersoon zonder winstoogmerk, zal door het DGVH/RAC/BVH voor de subsidietoekenningen, per gemeente waarin de woningen gelegen zijn, het in de paragraaf 1 gemelde opgaveformulier toezenden naar de toegelaten instelling.

De toegelaten instelling dient dit opgaveformulier analoog aan het gestelde in paragraaf 1 in te vullen voor de woningen, die deel uitmaken van het of de bejaardenoord(en) naar de situatie per 1-1-1995.

Daarnaast dient verklaard te worden dat:

(Uitvoeringsregeling balansverkorting geldelijke steun volkshuisvesting artikel 6, eerste lid, onderdelen b en c)

Cliënt:

Adres:

Vestigingsplaats:

Gemeente waar het woningbezit is gelegen:

Wenst in aanmerking te komen voor een aanvullende bijdrage DKP-bezit: ja/nee 1

Subsidietoekenning

Eigenaar c.s. per 1-1-1993

(Naam + vestigingsplaats per 1-1-1993)

Regeling BGSH‘75/NKS

Eigenaar 1 per 1-1-1993

Naam:

Adres:

Vestigingsplaats:

Aantal DKP-woningen per 1-1-1993:

Totaal woningbezit per 1-1-1993:

Eigenaar 2 per 1-1-1993

Naam:

Adres:

Vestigingsplaats:

Aantal DKP-woningen per 1-1-1993:

Totaal woningbezit per 1-1-1993:

Eigenaar 3 per 1-1-1993

Naam:

Adres:

Vestigingsplaats:

Aantal DKP-woningen per 1-1-1993:

Totaal woningbezit per 1-1-1993:

Ondertekening:

Plaats

datum

Het bestuur van de instelling

De afdeling DGVH/RAC/BVH zal een conform het bijgaand overzicht opgebouwd opgave-formulier toezenden naar de sociale verhuurder1, per gemeente waarin de woningen gelegen zijn, die op 1 januari 1995 (of 1 januari 1997 ingeval het woningen betreft bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de wet) eigenaar is van woningen (of daarop recht van erfpacht heeft) waarop geldelijke steun is toegezegd op basis van de beschikking geldelijke steun huurwoningen 1975, de regeling geldelijke steun huurwoningen in proefgemeenten normkostensysteem 1986 of de regeling geldelijke steun huurwoningen normkostensysteem 1988 (de DKP-toekenningen).

Op het opgave-formulier staan alle DKP-toekenningen vermeld, die de sociale verhuurder volgens de DGVH/RAC/BVH administratie op 1-1-1995 in eigendom of in erfpacht had.

De sociale verhuurder dient bovenaan het opgave-formulier aan te geven of hij in aanmerking wenst te komen voor een aanvullende bijdrage DKP-bezit of niet.

Indien hij niet in aanmerking wenst te komen voor de aanvullende bijdrage DKP-bezit dient hij dit aan te kruisen, en het formulier ondertekend te retourneren naar de afdeling DGVH/RAC/BVH.

Een sociale verhuurder, die wel in aanmerking wenst te komen voor een aanvullende bijdrage DKP-bezit, zal per op het opgave-formulier vermelde DKP-toekenning dienen aan te geven

De gemeente en het gemeentelijk woningbedrijf dienen daarbij gezamelijk als één eigenaar aangemerkt te worden.

Voor elke op het opgave-formulier vermelde eigenaar c.s. per 1-1-1993 dient vervolgens voor die eigenaar opgegeven te worden naar de situatie per 1-1-1993:

Daarbij dienen de telregels gehanteerd te worden conform de bijlage bij de Wet balansverkorting geldelijke steun volkshuisvesting.

Eventueel ontbrekende DKP-toekenningen per 1-1-1995 dienen door de sociale verhuurder toegevoegd te worden.

De sociale verhuurder (het bestuur van de instelling of het college van B&W) dient de opgave te ondertekenen.

De opgave dient voorzien te worden van een medeling van een accountant t.a.v. de juistheid van de opgave.

In geval een toegelaten instelling woningen voor eigen rekening en risico exploiteert, maar deze niet in eigendom of erpacht heeft verkregen i.v.m. verontreiniging van de bodem, kunnen deze woningen tot zijn eigendom per 1-1-1993 gerekend worden bij de bepaling van het aantal woningen gesubsidieerd op basis van de DKP-toekenningen en het totale woningbezit, indien voldaan wordt aan de eisen gesteld in artikel 7, eerste en derde lid.

Daarbij dient per DKP-subsidietoekenning aangegeven te worden ten aanzien van welk aantal woningen er per 1-1-1993 sprake was van eigendom danwel van exploitatie voor risico en rekening als ware zij eigenaar.

Ook ten aanzien van het totale woningbezit per 1-1-1993 dient opgegeven te worden welk deel in eigendom was, en welk deel geëxploiteerd werd voor risico en rekening als ware zij eigenaar.

In het geval dat een per 1-1-1995 toegelaten instelling na 1-1-1995 en voor 1-1-1997 het totaal aantal woningen, die deel uitmaken van een bejaardenoord als bedoeld in artikel 1, onderdeel c van de Wet op de bejaardenoorden, verkrijgt van een rechtspersoon zonder winstoogmerk, zal door het DGVH/RAC/BVH voor de DKP-toekenningen van de rechtspersoon per 1-1-1995, per gemeente waarin de woningen gelegen zijn, het in de paragraaf 1 gemelde opgaveformulier toezenden naar de toegelaten instelling.

De toegelaten instelling dient dit opgaveformulier analoog aan het gestelde in paragraaf 1 in te vullen voor de rechtspersoon die de woningen per 1-1-1993 in bezit had. Deze DKP-woningen dienen daarbij per 1-1-1997 in eigendom te zijn van de toegelaten instelling.

Alleen t.a.v. de woningen, die deel uitmaken van het bejaardenoord, zal een aanvullende bijdrage DKP-bezit verstrekt worden.

MODEL

Cliënt:

Cliëntnummer:

Adres:

Vestigingsplaats:

Hierbij verzoekt ondergetekende om een rentebijdrage herfinancieringverliezen in het kader van artikel 6 van de Wet balansverkorting geldelijke steun volkshuisvesting voor de rijksleningen, vermeld op het door U toegezonden ’overzicht van rijksleningen’ aangevuld met de hieronder vermelde correcties:

Ondertekening

Plaats

datum

Het bestuur van de instelling

Client naam:

Clientnummer:

Archiefnummer

LO-nummer

Herfinancieringsverlies fictief op basis artikel 6, lid 3 Wet balansverkorting

Totaal

Bedrag Herfinancieringsverlies

Archiefnummer :

Startdatum :

LO-nummer :

Perc.

BVH:

Exploitatiejaar

Schuldrestant

Renteverschil

CW-Renteverschil

Totaal bedrag Herfinancieringsverlies

Ondertekening:

Plaats

datum

Het bestuur van de instelling

Einddatum :

NKS% + opslag :

Herfinancieringen

Soort* *

Herfinanciering Bedrag

Herfinanciering HF %

Bedrag Disagio

Betaaldatum

NK-lening

Norm %

Totaal

De afdeling DGVH/RAC/BVH zal conform de bijgaand overzichten opgebouwde aanvraag- en opgaveformulieren toezenden naar de sociale verhuurder 11

De sociale verhuurder krijgt toegezonden:

a. ’Aanvraagformulier rentebijdrage herfinancieringsverliezen’

De sociale verhuurder dient middels dit formulier uiterlijk op de peildatum de aanvraag voor de rentebijdrage ingediend te hebben bij de afdeling DGVH/RAC/BVH.

Op dit aanvraagformulier dient tevens aangegeven te worden:

De sociale verhuurder dient het aanvraagformulier te ondertekenen.

b. ’Opgaveformulier herfinanciering per rijkslening’

De sociale verhuurder dient binnen 6 weken na de peildatum de opgaveformulieren herfinanciering per rijkslening bij de afdeling DGVH/RAC/BVH in gediend te hebben.

Indien de betrokken opgaveformulieren niet binnen de genoemde termijn bij de afdeling DGVH/RAC/BVH ingediend zijn, treedt het artikel 6, lid 7 in werking t.a.v. het niet door het Rijk verschuldigd zijn van rente.

Op het opgaveformulier per rijkslening dient ingevuld te worden:

Projectnummers of objectomschrijvingen aanwezig in het contract

Borgstellingen via het WSW en raadsbesluiten over leningen of garanties zijn altijd voorzien van projectnummers of objectomschrijvingen. Het Rijk accepteert de gegevens van de vervangende financiering(en) en de borgstellings- cq. disagiokosten onder de voorwaarde dat:

Incidenteel ontbreken van projectnummers of objectomschrijvingen

Als er projectnummers of objectomschrijvingen ontbreken in het lenings- en/of borgstellingscontract, de aanvraag of een raadsbesluit, kan de opgave ook door het Rijk geaccepteerd worden onder de voorwaarden dat: