U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 21-02-2003.

Regeling · BWBR0007687

Arbeidstijdenbesluit

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 4 december 1995, houdende nadere regels inzake de arbeids- en rusttijden ArbeidstijdenbesluitWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 11 juli 1995, AV/RV/95/1620;

Gelet op de Richtlijnen van de Raad van de Europese Unie van 23 november 1993 betreffende een aantal aspecten van de organisatie van de arbeidstijd (PbEG 1993, L 307) en van 22 juni 1994 betreffende de bescherming van jongeren op het werk (PbEG 1994, L 216);

Gelet op de artikelen 2:1, eerste lid, 2:7, eerste lid, 4:3, tweede en vierde lid, en 5:12, eerste lid, van de Arbeidstijdenwet;

De Raad van State gehoord (advies van 4 september 1995, no. W12.95 0352);

Gezien het nader rapport van voornoemde minister van 28 november 1995, Directie Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Aangelegenheden, nr. WBJA/W2/95/1377;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen, dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage 4 december 1995 Beatrix De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, A. P. W. Melkert de negentiende december 1995 De Minister van Justitie, W. Sorgdrager

In dit besluit wordt verstaan onder alternatieve sanctie:

In dit besluit wordt verstaan onder:

Artikel 5:15 van de wet is niet van toepassing op arbeid verricht in het kader van een alternatieve sanctie.

Artikel 5:4 van de wet is niet van toepassing op arbeid verricht door de werknemer in verband met het vervullen van een geestelijk ambt alsmede op arbeid verricht door de werknemer die hem in de uitoefening van dat ambt bijstaat.

De artikelen 4:2 en 4:3 en de hoofdstukken 5 en 6 van de wet en de daarop berustende bepalingen zijn niet van toepassing op arbeid verricht door een werknemer van 18 jaar of ouder, die uitsluitend werkzaamheden verricht als gezinshuisouder in het kader van de residentiële hulpverlening als bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdeel b, van de Wet op de jeugdhulpverlening, of in het kader van de verpleging of verzorging.

De hoogte van het bedrag, bedoeld in artikel 2.1:5, eerste lid, bedraagt:

De artikelen 4:2 en 4:3 en de hoofdstukken 5 en 6 van de wet en de daarop berustende bepalingen zijn niet van toepassing op arbeid verricht door de werknemer van 18 jaar of ouder, die uitsluitend of in hoofdzaak als acteur, artiest of musicus in zijn levensonderhoud voorziet.

De artikelen 4:2 en 4:3 en de hoofdstukken 5 en 6 van de wet en de daarop berustende bepalingen zijn op ten hoogste 14 dagen in elke periode van 26 achtereenvolgende weken niet van toepassing op werknemers van 18 jaar of ouder die arbeid verrichten welke bestaat uit het leiden of begeleiden van leerlingen onderscheidenlijk personen tijdens schoolkampen of -reizen onderscheidenlijk vakantiedagen of -kampen, welke in het kader van de onderwijsinstelling, een inrichting ten behoeve van de jeugdhulpverlening of een inrichting voor verpleging of verzorging worden georganiseerd en welke arbeid buiten die instelling onderscheidenlijk inrichting wordt verricht, mits die werknemer na het verrichten van deze arbeid een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 36 uren, welke rusttijd dient in te gaan uiterlijk op de derde dag na terugkeer van de bedoelde schoolkampen of -reizen onderscheidenlijk vakantiedagen of -kampen.

De artikelen 4:2 en 4:3 en de hoofdstukken 5 en 6 van de wet en de daarop berustende bepalingen zijn niet van toepassing op arbeid verricht door de werknemer van 18 jaar of ouder, die uitsluitend of in hoofdzaak door middel van het beoefenen van sport in zijn levensonderhoud voorziet.

De artikelen 4:2 en 4:3 en de hoofdstukken 5 en 6 van de wet en de daarop berustende bepalingen zijn niet van toepassing op arbeid verricht door de werknemer van 18 jaar of ouder, die wetenschappelijk onderzoek verricht, voor zover de aard van dit onderzoek of de in het onderzoek toe te passen processen dit noodzakelijk maken.

De artikelen 4:2 en 4:3 en de hoofdstukken 5 en 6 van de wet en de daarop berustende bepalingen zijn niet van toepassing op arbeid verricht door de werknemer van 18 jaar of ouder, die werkzaam is als medisch specialist, als huisarts, als verpleeghuisarts of als sociaal geneeskundige en als zodanig staat geregistreerd in één van de registers van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst, dan wel als tandheelkundig specialist en als zodanig staat ingeschreven in het specialistenregister van de Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde.

Paragraaf 5.2 van de wet en de daarop berustende bepalingen zijn van toepassing op arbeid verricht door een werknemer van 18 jaar of ouder in dienst van de Dienst Koninklijk Huis, tenzij bijzondere omstandigheden om redenen van veiligheid en privacy samenhangend met de leden van het Koninklijk Huis de toepassing van die paragraaf en de daarop berustende bepalingen belemmeren.

Paragraaf 5.1 van de wet en - voor zover aangeduid als strafbare feiten - de paragrafen 5.2 tot en met 5.5 van de wet en de daarop berustende bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing op de persoon, die zonder werkgever of werknemer te zijn in de zin van de wet, arbeid verricht op of vanaf of ten behoeve van een mijnbouwinstallatie.

Paragraaf 5.1 van de wet en – voor zover aangeduid als strafbare feiten – de paragrafen 5.2 tot en met 5.5 van de wet en de daarop berustende bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing op de persoon, die zonder werknemer of werkgever te zijn in de zin van de wet duikwerkzaamheden en de direct daarmee samenhangende werkzaamheden verricht in de civiele onderwaterbouw.

De werkgever zorgt er voor, dat op een bemande mijnbouwinstallatie de op die mijnbouwinstallatie betrekking hebbende deugdelijke registratie, bedoeld in artikel 4:3, eerste lid, van de wet aanwezig is. Een afschrift van deze registratie dient na ten hoogste 6 weken, gerekend vanaf de datum waarop de desbetreffende gegevens en bescheiden betrekking hebben, aanwezig te zijn in het hoofdkantoor van de werkgever in Nederland.

De werkgever en de persoon als bedoeld in artikel 2:7, eerste lid, van de wet bewaart de gegevens en bescheiden met betrekking tot de in artikel 4:3 van de wet neergelegde registratieverplichting ten minste 52 weken, gerekend vanaf de datum waarop de desbetreffende gegevens en bescheiden betrekking hebben.

Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op arbeid verricht in het kader van een alternatieve sanctie.

De werknemer die bij een werkgever arbeid verricht in het kader van een alternatieve sanctie, verstrekt aan die werkgever uit eigen beweging tijdig de voor de naleving van de wet en de daarop berustende bepalingen nodige inlichtingen betreffende zijn arbeid.

Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder feestdag: Nieuwjaarsdag, Eerste en Tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, Eerste en Tweede Pinksterdag en Eerste en Tweede Kerstdag.

Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op arbeid die semi- of volcontinu in een ploegenstelsel door de werknemer van 18 jaar of ouder wordt verricht.

Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder baggerwerkzaamheden: werkzaamheden die bestaan uit het baggeren, zuigen, opspuiten, verplaatsen of winnen van materialen voor industriële, bouwkundige of andere doeleinden en de direct daarmee samenhangende werkzaamheden.

Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op baggerwerkzaamheden op het Nederlands territoir, verricht door een werknemer van 18 jaar of ouder die geen schepeling als bedoeld in artikel 6.1:2 van het Arbeidstijdenbesluit vervoer of bemanningslid als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart is.

Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op beveiligingswerkzaamheden die worden verricht door de werknemer van 18 jaar of ouder en waarvoor die werknemer toestemming als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus heeft verkregen en bij de uitvoering van die werkzaamheden een legitimatiebewijs als bedoeld in artikel 9, vierde lid, van die wet bij zich draagt.

Vervallen

Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op arbeid verricht door de werknemer van 18 jaar of ouder:

Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op arbeid“arbeid” moet zijn “arbeid, die” de werknemer verricht en die die“die die” moet zijn “die” bestaat uit het bakken van brood en banket en de direct daarmee samenhangende werkzaamheden.

Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op arbeid, waarbij de werknemer van 18 jaar of ouder werkzaamheden verricht in verband met de samenstelling, produktie en verspreiding van ochtendkranten, alsmede de direct daarmee samenhangende werkzaamheden.

Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op arbeid verricht door defensiepersoneel dat als zodanig werkzaam is.

Vervallen

Vervallen

Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op arbeid, waarbij werkzaamheden worden verricht die tot doel hebben goederen gereed te houden, te groeperen of over te slaan ten behoeve van het transport van die goederen alsmede het laden en lossen van die goederen, en de direct daarmee samenhangende werkzaamheden, waaronder het veilen van die goederen, verricht door de werknemer van 18 jaar of ouder.

Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder horecabedrijf: café's, casino's, discotheken, hotels, nachtclubs, pensions, restaurants en daarmee vergelijkbare bedrijven.

Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op arbeid verricht door de werknemer van 18 jaar of ouder in het horecabedrijf.

Voor de toepassing van deze paragraaf worden als inlichtingen- en veiligheidsdienst aangemerkt, de diensten als genoemd in artikel 6, eerste lid, en artikel 7, eerste lid, van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002.

Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op arbeid verricht door een werknemer van 18 jaar of ouder in dienst van een inlichtingen- of veiligheidsdienst.

In afwijking van paragraaf 5.2 van de wet is, met uitsluiting van hetgeen in hoofdstuk 4 en de paragrafen 5.1 tot en met 5.9 en 5.11 tot en met 5.27 is bepaald, deze paragraaf van toepassing op arbeid als bedoeld in artikel 2.1:4.

De werknemer verricht op ten minste 4 zondagen in elke periode van 13 achtereenvolgende weken geen arbeid.

De werknemer verricht ten hoogste in elke periode van 4 achtereenvolgende weken gemiddeld 50 uren per week en in elke periode van 13 achtereenvolgende weken gemiddeld 45 uren per week arbeid.

De arbeid van de werknemer wordt na ten hoogste 4 uren aaneengesloten arbeid in een dienst onderbroken door een pauze.

Elk beding waarbij ten nadele van de werknemer wordt afgeweken van deze paragraaf is nietig.

Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op arbeid verricht door een werknemer van 18 jaar of ouder als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, van de Politiewet 1993.

Met uitsluiting van hetgeen in paragraaf 5.16 is bepaald, is deze paragraaf uitsluitend van toepassing op arbeid, die bestaat uit werkzaamheden met betrekking tot het totstandkomen en het uitzenden van audio-, visuele of audio-visuele producties alsmede de direct daarmee samenhangende werkzaamheden, verricht door werknemers van 18 jaar of ouder.

Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op landbouwarbeid, verricht door de werknemer van 18 jaar of ouder.

In afwijking van paragraaf 5.2 van de wet geldt voor de in die paragraaf aangegeven referentieperiode voor de arbeidstijd van 13 achtereenvolgende weken een referentieperiode van 52 achtereenvolgende weken.

Deze paragraaf is van toepassing op werknemers van 18 jaar of ouder die arbeid verrichten:

Artikel 5.14:2, derde en vierde lid, is niet van toepassing op arbeid verricht door werknemers in dienst van een niet in Nederland gevestigde werkgever op of vanaf een in zijn geheel verplaatsbare mijnbouwinstallatie.

Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder mobiele kraan hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 7.6, eerste lid, onder b, van de Arbeidsomstandighedenregeling.

Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op arbeid, die bestaat uit hijswerkzaamheden met een mobiele kraan en de direct daarmee samenhangende werkzaamheden, alsmede het gebruik van de openbare weg door die kraan, verricht door een werknemer van 18 jaar of ouder, die in het bezit is van een certificaat van vakbekwaamheid als bedoeld in artikel 7.32, eerste lid, onder a, van het Arbeidsomstandighedenbesluit.

Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op arbeid verricht door werknemers van 18 jaar of ouder, die in hun hoedanigheid van uitvaartverzorger onderscheidenlijk uitvaartleider, alle werkzaamheden in samenhang met een uitvaart organiseren.

Vervallen

Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder schoonmaakbedrijf: een onderneming die uitsluitend of in hoofdzaak haar beroep maakt van het periodiek dan wel telkens voor eenmaal schoonmaken in, op of aan gebouwen, terreinen en verkeersmiddelen, gebezigd voor het openbaar vervoer van personen of goederen, alsmede de direct daarmee samenhangende werkzaamheden.

Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op arbeid verricht door een werknemer van 18 jaar of ouder in een schoonmaakbedrijf.

Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op arbeid die bestaat uit verpleging of verzorging, verricht door de werknemer van 18 jaar of ouder.

Indien consignatie, aanwezigheidsdiensten en bereikbaarheidsdiensten worden opgelegd, organiseert de werkgever de arbeid zodanig, dat de werknemer ten hoogste 3 maal in elke aaneengesloten tijdruimte van 7 maal 24 uren en 26 maal in elke periode van 13 achtereenvolgende weken consignatie, een aanwezigheidsdienst of een bereikbaarheidsdienst wordt opgelegd.

Vervallen

Vervallen

Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op de werknemer van 18 jaar of ouder die arbeid verricht als arts, of die na het behalen van het doctoraal examen geneeskunde hiertoe in opleiding is, of als tandarts tot tandheelkundig specialist in opleiding is, of die als verloskundige werkzaam is in de intramurale gezondheidszorg.

Indien consignatie, aanwezigheidsdiensten en bereikbaarheidsdiensten worden opgelegd, organiseert de werkgever de arbeid zodanig, dat de werknemer ten hoogste 5 maal in elke aaneengesloten tijdruimte van 7 maal 24 uren en 26 maal in elke periode van 13 achtereenvolgende weken consignatie, een aanwezigheidsdienst of een bereikbaarheidsdienst wordt opgelegd.

Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op de werknemer van 18 jaar of ouder die arbeid verricht als verloskundige werkzaam in de extramurale gezondheidszorg, alsmede de werknemer van 18 jaar of ouder die hiertoe in opleiding is.

Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op arbeid verricht in directe samenhang met het vervoer van personen en goederen als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Arbeidstijdenbesluit vervoer, en die bestaat uit directe betrokkenheid bij het goederenvervoer-volgproces en het transport- en rangeerproces, verricht door een werknemer van 18 jaar of ouder.

Vervallen

Deze paragraaf is van toepassing op arbeid, verricht door een werknemer van 18 jaar of ouder, die bestaat uit:

Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op arbeid die bestaat uit danwel samenhangt met het verzorgen van kraamvrouwen, verricht door werknemers van 18 jaar of ouder.

Onder instellingen voor maatschappelijke opvang wordt verstaan: algemene crisisopvangcentra, instellingen voor dak- en thuislozenzorg, sociale pensions, vrouwenopvangcentra, evangelische opvangcentra, en daarmee vergelijkbare instellingen en centra.

Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op arbeid, verricht door werknemers van 18 jaar of ouder in instellingen voor maatschappelijke opvang.

Voor de toepassing van deze paragraaf wordt onder binnenwateren verstaan: de binnenwateren, bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Wet vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart.

Met uitsluiting van hetgeen in paragraaf 5.19 is bepaald, is deze paragraaf van toepassing op arbeid die bestaat uit ambulancezorg en de direct daarmee samenhangende werkzaamheden, verricht door de werknemer van 18 jaar of ouder.

Indien consignatie, aanwezigheidsdiensten en bereikbaarheidsdiensten worden opgelegd, organiseert de werkgever de arbeid zodanig, dat de werknemer ten hoogste 3 maal in elke aaneengesloten tijdruimte van 7 maal 24 uren en 26 maal in elke periode van 13 achtereenvolgende weken consignatie, een aanwezigheidsdienst of een bereikbaarheidsdienst wordt opgelegd.

Het niet-naleven van de artikelen 3.1:1, 3.1:2, eerste tot en met derde lid, 3.2:1, 4.1:2, tweede lid, 4.1:3, tweede lid, 4.2:2, tweede lid, 4.2:3, tweede en derde lid, 4.3:1, tweede lid, 4.4:1, tweede lid, 4.5;2, tweede en vierde lid, 4.5:3, tweede en derde lid, 4.5:4, tweede lid, 4.5:5, tweede lid, 4.6:1, derde en vierde lid, 4.7:1, tweede lid, 4.8:1, derde en vijfde lid, 4.8:2, tweede lid, 4.8:3, tweede lid, 4.8:4, tweede en derde lid, 4.9:1, tweede lid”"lid”" moet zijn "lid,"5.1:3, tweede lid, 5.1:4, tweede lid, 5.1:5, tweede lid, 5.2:2, tweede lid, 5.2:3, tweede lid, 5.3:2, derde lid, 5.3:3, vijfde lid, 5.3:4, vierde lid, 5.4:2, derde lid, 5.4:3, derde lid, 5.5:2, tweede lid, 5.6:2, derde lid, 5.6:3, tweede lid, 5.6:4, derde en vierde lid, 5.6:5, derde lid, 5.7:2, tweede lid, 5.8:3, tweede lid, 5.9:3, derde lid, 5.11:2, tweede en derde lid, 5.12:2, tweede lid, 5.13:2, derde lid, 5.14:2, vijfde tot en met achtste lid, 5.14:3, derde lid, voor zover het betreft artikel 5.14:2, vijfde tot en met achtste lid, 5.14:5, derde tot en met zesde lid, 5.14:6, tweede lid, 5.14:7, tweede lid, 5.14:8, derde lid, 5.14:9, derde en vierde lid, 5.15:3, tweede lid, 5.15:4, tweede lid, 5.16:2, vierde lid, 5.16:3, tweede lid, 5.16:4, tweede lid, 5.16:5, tweede lid, 5.17:2, tweede lid, 5.18:3, derde lid, 5.18:4, derde lid, 5.19:2, derde lid, 5.19:3, derde lid, 5.19:4, 5.20:2, tweede lid, 5.20:3, derde tot en met vijfde lid, 5.20:4, derde lid, 5.20:5, 5.21:2, derde lid, 5.21:3, vierde lid, 5.22:2, tweede lid, 5.23:2, vierde lid, 5.23:3, tweede lid, 5.23;4, tweede lid, 5.24:2, tweede lid, 5.25:3, tweede lid, 5.26:3, derde lid, 5.26:4, tweede lid, 5.27:2, tweede lid, 5.27:3, derde lid, 5.27:4, 5.22:2, tweede lid, 5.22:3, tweede lid, en 8.1:1 alsmede het bepaalde krachtens artikel 3.1:2, vierde lid, levert een strafbaar feit op.

Artikel 8.1:1 vervalt 10 jaren na het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Vervallen

Vervallen

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Dit besluit wordt aangehaald als: Arbeidstijdenbesluit.