Ministeriële regeling · BWBR0007702

Reisregeling buitenland politie

Wijzigingen Officiële bron
Reisregeling buitenland politieReisregeling buitenland politieDe Minister van Binnenlandse Zaken,

Gelet op de artikelen 4, 5, 8, 9, 10, 11, 12 en 13 van het Besluit vergoeding dienstreizen politie;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage07-12-1995De Minister van Binnenlandse Zaken,H.F. Dijkstal

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.besluit:

het Besluit vergoeding dienstreizen politie;

b.werkgebied:

het werkgebied, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder p van het Besluit algemene rechtspositie politie;

c.dienstreis:

een door het bevoegd gezag opgedragen reis in verband met het verrichten van diensten buiten Nederland alsmede het hiermee verband houdende verblijf, met uitzondering van de reis die in Nederland is begonnen en waarbij het reisgedeelte buiten Nederland beperkt is of waarbij de grensoverschrijding niet noodzakelijkerwijs leidt tot uitgaven voor maaltijden of overnachtingen in het buitenland.

Indien voor een binnen Nederland verlopend gedeelte van de dienstreis dat aansluit op een reisgedeelte per openbaar vervoer, vliegtuig of boot gebruik wordt gemaakt van een eigen motorvoertuig, wordt daarvoor een vergoeding verleend volgens artikel 3 van de Reisregeling binnenland politie.

Indien naar het oordeel van het bevoegd gezag het dienstbelang ermee is gebaat dat tijdens een dienstreis gebruik wordt gemaakt van een gehuurd vervoermiddel, worden de aan dat gebruik verbonden kosten vergoed.

Het bevoegd gezag kan bij een dienstreis van lange duur aan de ambtenaar toestemming verlenen voor één of meer bezoeken van korte duur naar zijn woonplaats terug te keren. De reiskosten die blijkens overlegde bewijsstukken voor een bezoekreis zijn gemaakt, worden slechts vergoed indien in overeenstemming met het bevoegd gezag gebruik is gemaakt van een openbaar vervoermiddel, een vliegtuig of een boot, naar de laagste klasse. Voor een bezoekreis is het vierde lid van artikel 2 van overeenkomstige toepassing.

Indien de ambtenaar aantoont dat hij tijdens een dienstreis tengevolge van ziekte of van een ongeval kosten heeft moeten maken, kan het bevoegd gezag hiervoor een vergoeding vaststellen voor zover deze kosten ten laste van de ambtenaar blijven.

Behalve bij betrekkelijk geringe schade kan een dergelijke vergoeding van aangetoonde kosten, tot een bedrag van maximaal € 2.268,90 per dienstreis, eveneens worden vastgesteld in geval van verlies, diefstal of beschadiging van voor de dienstreis meegenomen noodzakelijke bagage.

Indien de ambtenaar een dienstreis maakt van langer dan zestig dagen vanwege het tijdelijk verrichten van werkzaamheden in of vanuit één bepaalde plaats buiten Nederland bestaat de vergoeding voor verblijfskosten die verband houden met de tijdelijke vestiging in of in de omgeving van die plaats in ieder geval met ingang van de éénenzestigste dag, of zoveel eerder als daartoe naar oordeel van het bevoegd gezag aanleiding is, uit:

De tegemoetkoming als bedoeld in artikel 13, vierde lid, van het besluit bedraagt de helft van de naar het oordeel van het bevoegd gezag noodzakelijk gemaakte kosten van aanschaf van kleding en uitrusting. Per kalenderjaar kan de tegemoetkoming maximaal € 453,78, waarvan € 226,89 voor gebieden met tropische warmte en € 226,89 voor gebieden met polaire koude. Een aantal van deze gebieden worden met de daarbij behorende periodes in de bij dit besluit gevoegde bijlage II genoemd.

Indien in verband met de dienstreis kosten moeten worden gemaakt waarvan op grond van de overige bepalingen van deze regeling in het geheel niet in een vergoeding wordt voorzien, kan het bevoegd gezag voor zover het daartoe aanleiding ziet, een afzonderlijke vergoeding voor die kosten vaststellen.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling wordt aangehaald als: Reisregeling buitenland politie.

I. Gebieden met polaire koude en gebieden met tropische warmte

II. Gebieden met tropische warmte gedurende (vrijwel) het gehele jaar

III. Gebieden met tropische warmte in de maanden mei tot en met september

IV. Gebieden met tropische warmte in de maanden september tot en met maart