Ministeriële regeling · BWBR0009129

IJkregeling meetreservoirs

Wijzigingen Officiële bron
IJkregeling meetreservoirsIJkregeling meetreservoirsDe Minister van Economische Zaken,

Gelet op de artikelen 11, derde lid, en 28 van de IJkwet en artikel 2, tweede lid, van het IJkreglement;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage12 december 1997 De Minister van Economische Zaken, G.J.Wijers

In deze regeling wordt verstaan onder:

wet:

de IJkwet;

meetreservoirs:

meetwerktuigen, die zijn ingericht om, al dan niet met behulp van een ander meetmiddel, door bepaling van de hoogte van de vloeistofspiegel de hoeveelheid vloeistof die zij bevatten, vast te stellen en die tevens zijn bestemd voor bewaring of vervoer daarin of aflevering daaruit van die vloeistof, met uitzondering van de scheepstanks, bedoeld in artikel 1 van de IJkregeling scheepstanks;

keuring:

de keuring, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de wet;

herkeuring:

de herhaalde keuring, bedoeld in artikel 11, vierde lid, van de wet;

toezicht:

het onderzoek, bedoeld in artikel 5:18 van de Algemene wet bestuursrecht.

De bepalingen van deze regeling moeten wat betreft meetreservoirs in acht worden genomen bij:

Met de meetreservoirs, die de in artikel 10, eerste lid, van de wet, bedoelde keuring hebben ondergaan, worden gelijkgesteld meetreservoirs, die in een andere lid-staat van de Europese Unie dan wel in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte rechtmatig zijn geproduceerd of in de handel zijn gebracht en die door een gelijkwaardige, door die andere staat erkende instantie zijn gekeurd, mits bij die keuringen aan gelijkwaardige eisen is voldaan.

Ten aanzien van meetreservoirs geldt artikel 11, tweede lid, van de wet niet.

Meetreservoirs zijn naar de wijze, waarop de hoogte van de vloeistofspiegel wordt bepaald, te onderscheiden in:

Van de meetreservoirs, bedoeld in artikel 4, onder b, en, voor zover bij het vaststellen van de aanwezige hoeveelheid vloeistof gebruik wordt gemaakt van een meetmiddel, ingedeeld in eenheden van lengte, van de meetreservoirs, bedoeld in artikel 4, onder c, moet een certificaat van meting deel uitmaken.

Meetreservoirs zijn naar hun samenstelling en de wijze van opstelling te onderscheiden in:

In een meetreservoir mogen verwarmingselementen, leidingen en andere hulpinrichtingen, die in verband met het gebruik noodzakelijk zijn, zijn aangebracht, mits deze de goede werking van het meetreservoir niet schaden.

Een meetreservoir moet zo nodig aan de bovenzijde zijn voorzien van een meetopening of, indien de samenstelling of de opstelling van het meetreservoir van invloed is op de juistheid van de meting, van meer meetopeningen.

Een peilstok als bedoeld in artikel 4, onder a of b, mag zijn voorzien van een aanslag die zijn stand in de meetopening, waarvoor hij bestemd is, tijdens de meting ondubbelzinnig bepaalt.

Een schaaldeel van de verdeling van een peilstok als bedoeld in artikel 4, onder a, moet een lengte hebben van ten minste 1 mm en ten hoogste 10 mm.

De maximaal toelaatbare fout van de aanwijzing van de gemeten hoeveelheid bedraagt:

De vaststelling van de kleinste door middel van een meetreservoir te meten hoeveelheid dan wel van het kleinste te meten verschil in hoogte van twee vloeistofspiegels, zijnde tevens de kleinste te meten hoogte van een vloeistofspiegel boven de bodem bij de vaststelling door middel van één meting van de in het meetreservoir aanwezige vloeistof, wordt bepaald door de ijkinstelling of de ijkbevoegde.

Het volume van het onderste gedeelte van een meetreservoir wordt volumetrisch door inliteren van water of van het product waarvoor het meetreservoir bestemd is, bepaald.

Aan een meetreservoir, dat is ingericht voor het daarop aanbrengen van een meetwerktuig, bestemd voor het meten van de hoogte van de vloeistofspiegel in een zodanig meetreservoir, moeten voorzieningen zijn aangebracht, welke geschikt zijn om steeds voldoende nauwkeurige controlemetingen van de met dat meetwerktuig gemeten hoogte van de vloeistofspiegels te kunnen uitvoeren.

Op een peilstok als bedoeld in artikel 4, onder a of b, moet zijn vermeld:

In afwijking van het bepaalde in hoofdstuk 2 geldt dat meetreservoirs, die voor 1 mei 1989 zijn aangewezen krachtens artikel 11, derde lid, van de wet en zijn goedgekeurd overeenkomstig de bepalingen van de IJkbeschikking, zoals deze luidden tot 1 mei 1989, bij de keuring, de herkeuring, het onderzoek, bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de wet en het toezicht moeten voldoen aan de bepalingen van de IJkbeschikking, zoals deze luidden tot 1 mei 1989.

Na de inwerkingtreding van deze regeling berusten de krachtens de IJkregeling meetreservoirs (Stcrt. 1989, 81) vastgestelde besluiten op deze regeling.

De IJkregeling meetreservoirs (Stcrt. 1989,81) wordt ingetrokken.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zijn wordt geplaatst.

Deze regeling wordt aangehaald als: IJkregeling meetreservoirs.