Wijzigingen Officiële bron
Wet van 18 maart 1998, houdende financiële compensatie voor langdurige militaire dienst (Uitkeringswet KNIL-beroepsmilitairen)Uitkeringswet KNIL-beroepsmilitairenWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is een voorziening te treffen houdende een eenmalige financiële compensatie voor beroepsmilitairen die ten minste vijf maar minder dan vijftien jaren bij het voormalige KNIL in werkelijke dienst zijn geweest en daarvoor geen pensioen, dan wel uitkering bij wijze van pensioen ontvangen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage18 maart 1998 Beatrix De Minister van Binnenlandse Zaken, H. F. Dijkstal zevende april 1998 De Minister van Justitie, W. Sorgdrager

In deze wet wordt verstaan onder:

De gewezen militair die een werkelijke dienst aantoont van ten minste vijf maar minder dan vijftien jaren en voor wie geen recht of uitzicht bestaat op vergelding van die tijd met enig pensioen of uitkering bij wijze van pensioen, en die in de periode voor de inwerkingtreding van deze wet ten minste één jaar onafgebroken in Nederland gevestigd is geweest, heeft aanspraak op een eenmalige uitkering ten bedrage van € 3 403,35.

Indien de in artikel 2 genoemde aanspraak in verband met het overlijden van de militair niet kan worden geëffectueerd, heeft de weduwe recht op een eenmalige uitkering, gelijk aan het bedrag dat wordt gevonden door het bedrag van € 3 403,35 te vermenigvuldigen met een breuk, waarvan de teller gelijk is aan dat deel van de werkelijke dienst waarin zij met de militair gehuwd is geweest en de noemer gelijk is aan de werkelijke dienst.

De gemeentebesturen en ambtenaren van de burgerlijke stand zijn verplicht op een door de stichting aan te geven wijze desgevraagd kosteloos inlichtingen te verschaffen en overigens ook alle medewerking te verlenen, benodigd voor de uitvoering van deze wet.

De over de uitkering verschuldigde belasting ingevolge de Wet inkomstenbelasting 2001 en de Wet op de loonbelasting 1964 alsmede de premie voor de volksverzekeringen ingevolge de Wet financiering sociale verzekeringen, komen ten laste van de stichting.

De uitkering blijft buiten beschouwing bij de verlening van bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand en andere, op het inkomen van de rechthebbende afgestemde publiekrechtelijke uitkeringen of verstrekkingen.

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Deze wet wordt aangehaald als: Uitkeringswet KNIL-beroepsmilitairen.