U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-07-2005.

Wet · BWBR0009640

Flora- en faunawet

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 25 mei 1998, houdende regels ter bescherming van in het wild levende planten- en diersoorten (Flora- en faunawet)Flora- en faunawetWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de verspreide wettelijke regels inzake de bescherming van in het wild levende planten- en diersoorten in één wet onder te brengen, dit vooral teneinde een betere afstemming tussen die regels te bewerkstelligen als ook in verband met de uitvoering van internationale verplichtingen en van besluiten van volkenrechtelijke organisaties inzake de bescherming van die soorten, zulks in het belang van de bescherming van die planten- en diersoorten en, voorzover het die diersoorten betreft, mede onder erkenning van de intrinsieke waarde van de daartoe behorende dieren;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage25 mei 1998 Beatrix De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, J. J. van Aartsen de veertiende juli 1998 De Minister van Justitie, W. Sorgdrager

Aanwijzingen van soorten als bedoeld in de artikelen 3, 4 en 5, kunnen worden beperkt naar gelang van de ontwikkelingsstadia van dieren en planten behorende tot die soorten. De aanwijzingen kunnen voorts worden beperkt tot de onderscheiden producten van dieren en planten, behorende tot de soorten bedoeld in de artikelen 3, 4 en 5.

Het is verboden planten, behorende tot een beschermde inheemse plantensoort, te plukken, te verzamelen, af te snijden, uit te steken, te vernielen, te beschadigen, te ontwortelen of op enigerlei andere wijze van hun groeiplaats te verwijderen.

Het is verboden dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, te doden, te verwonden, te vangen, te bemachtigen of met het oog daarop op te sporen.

Het is verboden dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, opzettelijk te verontrusten.

Het is verboden nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen van dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, te beschadigen, te vernielen, uit te halen, weg te nemen of te verstoren.

Het is verboden eieren van dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, te zoeken, te rapen, uit het nest te nemen, te beschadigen of te vernielen.

Bij algemene maatregel van bestuur kan in het belang van de instandhouding van beschermde inheemse plantensoorten of beschermde inheemse diersoorten het verrichten van bij die maatregel aangewezen handelingen worden verboden of aan beperkingen worden gebonden, voorzover die handelingen een ernstige bedreiging kunnen vormen voor planten of dieren behorende tot die soorten, dan wel kunnen leiden tot aanmerkelijke verslechtering van omstandigheden die voor het voortbestaan van die soorten noodzakelijk zijn.

Een besluit tot aanwijzing van een plaats als beschermde leefomgeving vermeldt handelingen die een aantasting van de betekenis van de aangewezen plaats als leefomgeving van de in dat besluit genoemde beschermde inheemse planten- of diersoort ten gevolge kunnen hebben.

Gedeputeerde staten stellen de provinciale planologische commissie in de gelegenheid advies uit te brengen over het ontwerp van een besluit tot aanwijzing van een plaats als beschermde leefomgeving en de daarover ontvangen zienswijzen.

Van een besluit als bedoeld in artikel 19, eerste lid, wordt in ieder geval mededeling gedaan aan de gebruiker van de percelen waarop de plaats waarop het besluit betrekking heeft, is gelegen en, indien deze niet tevens eigenaar is van deze percelen, ook aan deze laatste.

Gedeputeerde staten doen de in artikel 26, vierde lid, onderdeel b, bedoelde mededeling indien het achterwege laten van die mededeling strijd oplevert met internationale verplichtingen waaraan de Nederlandse overheid is gebonden.

Voorzover blijkt dat een belanghebbende ten gevolge van de aanwijzing van een plaats als beschermde leefomgeving, een mededeling, als bedoeld in artikel 26, vierde lid, onderdeel b, of voorschriften als bedoeld in artikel 26, tweede lid, schade lijdt of zal lijden, welke redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven, kennen gedeputeerde staten hem op zijn verzoek een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe.

Gerechtigd tot het genot van de jacht is:

Voorzover en voor zolang het genot van de jacht ten tijde van de eigendomsovergang van de grond, het vestigen dan wel tenietgaan van een beperkt recht of het aangaan dan wel beëindigen van een pachtovereenkomst op die grond, op de in artikel 34 bepaalde wijze is verhuurd, blijft deze huurovereenkomst in stand.

De bevoegdheid tot het nemen van beschikkingen omtrent het verlenen en intrekken van valkeniersakten en kooikersakten berust bij Onze Minister.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld betreffende de akten, bedoeld in artikel 38. Tot deze regels behoren in ieder geval regels betreffende het betalen van een voor een akte verschuldigde geldsom waarvan de hoogte bij of krachtens die maatregel wordt vastgesteld, en betreffende de geldigheid en de inlevering van de akten.

De jager dient het wild tegen onnodig lijden als gevolg van de uitoefening van de jacht te beschermen.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent hetgeen een goed jager betaamt bij de uitoefening van de jacht.

Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de eisen waaraan jachtvelden waarop het genot van de jacht mag worden uitgeoefend, moeten voldoen.

Het is de houder van een jachtakte verboden een geweer te dragen op gronden waarop hij niet tot het gebruik van een geweer gerechtigd is.

Onverminderd het bepaalde bij of krachtens de artikelen 65 tot en met 70 en 72, is het de houder van een jachtakte of valkeniersakte slechts toegestaan gebruik te maken van geweren of jachtvogels voor het uitoefenen van de jacht of het schieten van kleiduiven.

Bij de registratie worden tevens geregistreerd de naam en het adres van de houder of houders van een kooikersakte, die volgens opgave van de eigenaar als kooikers zullen optreden.

Gedurende het tijdvak waarin de jacht op eenden ingevolge het bepaalde krachtens artikel 46 is gesloten, is het verboden een geregistreerde eendenkooi vangklaar te houden.

Het bepaalde in artikel 65 is van overeenkomstige toepassing voor de gebruiker van opstallen, niet zijnde grondgebruiker, voorzover het de door hem gebruikte opstallen en de daarbij behorende erven betreft.

In afwijking van de artikelen 29, 30, 46, vijfde lid, 67, 68 en 74a, tweede lid, neemt Onze Minister besluiten als bedoeld in die artikelen voorzover het terreinen betreft waar het genot van de jacht berust bij de Kroondrager.

Gedeputeerde staten verschaffen Onze Minister desgevraagd alle inlichtingen met betrekking tot het nemen van besluiten als bedoeld in de artikelen 65, 67 en 68.

Bij de bestrijding van schade en overlast bij of krachtens de artikelen 65 tot en met 70 dan wel krachtens een ontheffing als bedoeld in artikel 75, dient onnodig lijden van dieren te worden voorkomen.

Bij algemene maatregel van bestuur kan het aantal ontheffingen voor het onder zich hebben van jachtvogels alsmede het aantal vogels per ontheffing, aan een maximum worden gebonden.

Onze Minister kan een vergoeding van kosten vragen overeenkomstig een door hem vast te stellen tarief voor de afgifte van:

Een vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken indien:

Aan de voorafgaande goedkeuring van Onze Minister zijn onderworpen besluiten van het Faunafonds tot:

Onze Minister kan, in overeenstemming met gedeputeerde staten van de provincies, regels stellen over de inrichting van de begroting, het financieel verslag en aandachtspunten voor de accountantscontrole.

De ingevolge artikel 94 ontvangen bijdragen worden met inachtneming van bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels verantwoord aan en ter beschikking gesteld van het Faunafonds.

Het Faunafonds verstrekt desgevraagd aan Onze Minister of aan gedeputeerde staten de voor de uitoefening van hun taak benodigde inlichtingen. Onze Minister en gedeputeerde staten kunnen inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voorzover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijs nodig is.

Indien het Faunafonds zijn taken, voortvloeiend uit artikel 83, naar het oordeel van Onze Minister of gedeputeerde staten van de provincies verwaarloost, kan Onze Minister, na overleg met gedeputeerde staten van de provincies, de noodzakelijke voorzieningen treffen.

Voorzover in dit hoofdstuk is voorzien in besluiten van Onze Minister en gedeputeerde staten van de provincies, neemt Onze Minister die besluiten indien niet binnen drie maanden overeenstemming is bereikt over gelijkluidende besluiten.

Een krachtens de artikelen 15, 30, tweede lid, 37, derde lid, 48, 49, 50, tweede lid, 65, eerste lid, 68, eerste lid, onderdeel e, 72, eerste lid, 75, eerste en vierde lid, onderdeel c, vast te stellen algemene maatregel van bestuur treedt niet eerder in werking dan acht weken na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin hij is geplaatst. Van de plaatsing wordt onverwijld mededeling gedaan aan de beide kamers der Staten-Generaal.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Ten aanzien van degene aan wie voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 62, op grond van artikel 15 van de Vogelwet 1936 vergunning is verleend, ten behoeve van het prepareren van beschermde vogels, is het bepaalde in artikel 62, tweede lid, niet van toepassing.

Wijzigt deze wet.

Wijzigt deze wet.

Wijzigt deze wet.

Wijzigt de Wet op de economische delicten.

Wijzigt de Wet wapens en munitie.

Wijzigt de Wet milieubeheer.

Wijzigt deze wet.

Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet, en vervolgens telkens na vier jaar, aan de beide kamers der Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld.

Deze wet kan worden aangehaald als: Flora- en faunawet.