Wijzigingen Officiële bron
Subsidieregeling energie-efficiency- en milieu-adviezen Schoner Produceren Subsidieregeling energie-efficiency- en milieuadviezen Schoner ProducerenDe Minister van Economische Zaken, handelende in overeenstemming met de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Gelet op artikel 3 van de Kaderwet EZ-subsidies;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd. Van deze terinzagelegging zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant).

’s-Gravenhage10 september 1998De Minister van Economische Zaken, A.Jorritsma-Lebbink

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.ondernemer:

een natuurlijke persoon of rechtspersoon, niet zijnde een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, die een onderneming in stand houdt, niet zijnde een onderneming waarvan de omzet in hoofdzaak wordt verkregen uit de uitoefening van de primaire landbouw of visserij of waarop het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeen-schap voor Kolen en Staal van toepassing is;

b. extern adviseur:

een onafhankelijke natuurlijke of rechtspersoon, deskundig en ervaren in het geven van adviezen met betrekking tot de verbetering van de energiehuishouding of de milieu-aspecten van een object;

c. object:d. emissie:

uitstoot van stoffen naar bodem, lucht en water, alsmede het ontstaan van afvalstoffen en het voortbrengen van geluid en stank.

De subsidie bedraagt 50 procent van de kosten, doch niet meer dan € 6 900 per object, indien het betreft een advies, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, dan wel niet meer dan € 3 500 per object, indien het betreft een advies als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b of c.

De minister geeft een beschikking binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag.

De minister beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag indien hij de kosten op minder dan € 567 raamt.

De minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat indien een aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag en met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag voldoet aan de wettelijke voorschriften met betrekking tot de verdeling als datum van ontvangst geldt.

Op de subsidie-ontvanger rusten de in de artikelen 11, 12 en 13 opgenomen verplichtingen.

De subsidie-ontvanger dient het advies te laten uitbrengen overeenkomstig hetgeen daarover in de beschikking tot subsidieverlening is bepaald en uiterlijk op het daarin vermelde tijdstip.

De minister geeft de beschikking tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag dan wel nadat de voor het indienen ervan geldende termijn is verstreken.

De Subsidieregeling energiebesparings- en milieuadviezen 1998 wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op aanvragen die zijn ingediend voor de inwerkingtreding van deze regeling.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling energie-efficiency- en milieuadviezen Schoner Produceren.