Ministeriële regeling · BWBR0010774

Uitvoeringsregeling BSE 1999-IV

Wijzigingen Officiële bron
Uitvoeringsregeling BSE 1999-IVUitvoeringsregeling BSE 1999-IVDe Minister van Economische Zaken;

Gelet op de artikelen 2, tweede lid, 3, tweede lid, 5, eerste lid, en 6, eerste lid, van het Besluit subsidies energieprogramma’s,

Besluit:

Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage15 oktober 1999De Minister van Economische Zaken, A.Jorritsma-Lebbink

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling BSE 1999-IV.

Nadere informatie is verkrijgbaar bij:

Novem

Postbus 8242

3503 RE Utrecht

Tel. 030-2393588

Het doel van het programma Diensten 1999 is het bijdragen aan de realisatie van de energiebesparingsdoelstelling in de dienstensector, zoals die is geformuleerd in de Energiebesparingsnota uit 1998.

Het programma is onderverdeeld in drie onderdelen.

1. Nieuwbouw Utiliteit

De voornaamste soorten projecten die voor subsidie in aanmerking komen, zijn:

2. Techniekontwikkeling

Ten behoeve van techniekontwikkeling en stimulering in zowel de nieuwbouw als bestaande bouw komen in 1999 de volgende projecten voor subsidie in aanmerking:

haalbaarheidsprojecten, onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten, demonstratie- en marktintroductieprojecten en kennisoverdrachtprojecten die er op gericht zijn nieuwe technieken, methodieken of systemen voor de gebouwschil, die een substantiële bijdrage kunnen leveren aan het realiseren van besparingen in de nieuw- en bestaande utiliteitsbouw, grootschalig in de markt toegepast te krijgen.

3. Bestaande bouw

Met bedrijven, instellingen of branches uit de utiliteitsbouw, met name de zakelijke dienstverlening, de detailhandel en horeca, het onderwijs en de zorgsector, worden door de overheid meerjarenafspraken gemaakt waarin wordt vastgelegd op welke wijze er gewerkt zal gaan worden aan de realisatie van besparingsdoelstellingen. Naast de meerjarenafspraken wordt er met grote branches samengewerkt om op gestructureerde wijze kennisoverdracht plaats te laten vinden naar de individuele instellingen en bedrijven die binnen de branche vallen. In 1999 komen die projecten voor subsidie in aanmerking die plaatsvinden in het kader van meerjarenafspraken, branche-aanpakken of gemeentelijke besparingsplannen gericht op gemeentelijke gebouwen en faciliteiten. Het kan daarbij gaan om haalbaarheidsprojecten, onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten, demonstratie- en marktintroductieprojecten en kennisoverdrachtprojecten.

De projecten dienen gericht te zijn op:

Overige beoordelingsaspecten

De mate waarin een project bijdraagt aan de realisering van de doelstellingen van het programma, wordt tevens bepaald door de volgende aspecten:

Toelichting op de bovengenoemde aspecten

Ad a. Voor het vaststellen van de slaagkans van een project wordt, naast de technische en financieel/economische haalbaarheid, tevens rekening gehouden met factoren van organisatorische en bestuurlijke aard, alsmede met de financiële draagkracht van de aanvrager. Demonstratie- en marktintroductieprojecten kunnen worden ondersteund als de technische en financieel/economische haalbaarheid voldoende zijn aangetoond.

Ad b. Bij de bepaling van de milieuverdienste wordt, naast de energie-efficiency-verbetering, rekening gehouden met de te bereiken CO2-emissiereductie.

Ad d. Onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten worden mede beoordeeld op basis van de stand van zaken van voorafgaand onderzoek.

Ad e. De projectkosten worden getoetst aan de energie- en milieuverdienste in termen van kosten per hoeveelheid bespaarde primaire energie (gulden/GJ) en/of per hoeveelheid vermeden CO2-emissie (gulden/ton CO2).

Ad f. Onder het nieuwheidscriterium wordt verstaan:

Het betreft hier voor Nederland in meer of mindere mate grensverleggende toepassingen.

Ad g. De ondersteuning van een project wordt mede beoordeeld op basis van inzicht in de markttoepassing, het herhalingspotentieel van het project of product, alsook het draagvlak van het project of product bij relevante marktpartijen.

Ad h. Bij de beoordeling van het project dient voldoende inzicht te worden verschaft met betrekking tot de kostprijs(verlaging) van de techniek of het product om de markttoepassing ten opzichte van andere technieken/producten te beoordelen.

Ad i. De ondersteuning van een project wordt mede beoordeeld op basis van de in de aanvraag opgenomen relevante kennisoverdrachtactiviteiten. Afhankelijk van het soort project, dient de aanvrager bij te dragen aan kennisoverdrachtactiviteiten, bijvoorbeeld door het schrijven van een artikel voor een vakblad.

Aan de doelstelling van het programma Diensten kunnen met name partijen bijdragen die een structurele relatie hebben met de eindverbruikers. Hierbij gaat het vooral om energiedistributiebedrijven, adviesbureaus, installateurs, branche- of koepelorganisaties en andere intermediaire groepen. Specifiek voor de nieuwbouwkantoren kunnen ook beleggers of financiers, projectontwikkelaars en partijen die verantwoordelijk zijn voor het bouwmanagement projecten indienen.

Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidies op in 1999 ontvangen aanvragen met betrekking tot het programma Diensten bedraagt f 4.450.000,00.

Aanvragen met betrekking tot het programma Diensten moeten door Novem zijn ontvangen in de periode van 18 oktober 1999 tot en met 30 december 1999.

Nadere informatie is verkrijgbaar bij:

Novem, Postbus 8242, 3503 RE Utrecht

tel. 030-2393645

en

Novem, Postbus 17, 6130 AA Sittard

tel. 046-4202265

Doelstelling van het programma Apparaten is het bereiken van substantiële energiebesparing bij apparaten door techniekverbetering en het veranderen van aankoop- en gebruikersgedrag. Het programma heeft betrekking op elektrische en gasgestookte apparaten gebruikt in woningen en utiliteitsgebouwen. Onder apparaten wordt verstaan vrijstaande apparaten en (componenten van) installaties. Binnen het programma wordt prioriteit gegeven aan projecten die betrekking hebben op:

De voornaamste soorten projecten die in 1999 voor een subsidie in aanmerking komen zijn:

Overige beoordelingsaspecten

De mate waarin een project bijdraagt aan de realisering van de doelstellingen van het programma wordt tevens bepaald door de volgende aspecten:

Toelichting op bovengenoemde beoordelingsaspecten

Ad a. De slaagkans van de projecten moet zijn aangetoond. Voor de beoordeling van een project wordt, naast een inschatting van de technische en financieel/economische haalbaarheid, tevens rekening gehouden met factoren van organisatorische en bestuurlijke aard, alsmede met het financiële draagvlak van de aanvrager. Demonstratie- en marktintroductieprojecten kunnen worden ondersteund als de technische en financieel/economische haalbaarheid voldoende zijn aangetoond.

Ad b. Uiterlijk in 2010 moet een substantiële energiebesparing zijn bereikt. De projectkosten worden getoetst aan de energieverdiensten in termen van kosten per hoeveelheid bespaarde primaire energie in 2000, 2005 en 2010. Projecten met een duidelijk resultaat binnen 2 jaar krijgen de voorkeur.

Ad c. Bij de bepaling van de milieuverdienste wordt rekening gehouden met de mate waarin CO2-emissie wordt vermeden (ton/jaar).

Ad d. Het herhalingspotentieel en het maatschappelijk draagvlak bij relevante marktpartijen is tevens van belang.

Ad e. Onder het nieuwheidscriterium wordt verstaan:

Het betreft hier voor Nederland in meer of mindere mate grensverleggende toepassingen.

Ad f. Bijdragen van marktpartijen kunnen in materiële of immateriële zin zijn.

Ad g. In toenemende mate vormen vrijstaande apparaten en (componenten van) installaties onderdeel van internationaal productbeleid. Een project heeft een grotere slaagkans naarmate er meer mogelijkheden voor nationale kennisontwikkeling, nationale productie, internationale samenwerking, gebruikmaking van EU- stimuleringsprogramma’s en internationale spin-off zijn.

Aan de doelstelling van het programma kunnen met name bijdragen:

Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidies op in 1999 ontvangen aanvragen met betrekking tot het programma Apparaten bedraagt f 1.500.000,00

Aanvragen met betrekking tot het programma Apparaten moeten door Novem zijn ontvangen in de periode van 18 oktober 1999 tot en met 30 december 1999.