Ministeriële regeling · BWBR0009939

Regeling eenmalige subsidies niet-winstbeogende instellingen

Wijzigingen Officiële bron
De Regeling houdende regels terzake van subsidies met betrekking tot niet-winstbeogende instellingenRegeling eenmalige subsidies niet-winstbeogende instellingenDe Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Gelet op artikel 33, eerste lid, van het Besluit woninggebonden subsidies 1995;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage9 oktober 1998 De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, J.W.Remkes

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.DKP-regeling:

Beschikking geldelijke steun huurwoningen 1975, Regeling geldelijke steun huurwoningen in proefgemeenten normkostensysteem 1986 of Regeling geldelijke steun huurwoningen normkostensysteem 1988, zoals de desbetreffende regeling luidde voor het tijdstip dat deze is ingetrokken;

b.de minister:

de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.

Voor de toepassing van artikel 3 wordt de contante waarde berekend met een disconteringsrente van 6,75 procent per jaar, met dien verstande dat wordt uitgegaan van maanden van 30 dagen en van jaren van 360 dagen.

De subsidievaststelling heeft tot gevolg dat:

Indien de subsidie-ontvanger in voorkomende gevallen niet binnen vier weken na de subsidievaststelling de door hem ingediende bezwaren en beroepen tegen besluiten op grond van een DKP-regeling intrekt, kan de minister de subsidie intrekken.

De beschikking op de aanvraag wordt gegeven binnen vier jaar na ontvangst van de aanvraag.

Subsidie wordt verstrekt aan de instelling die overeenkomstig artikel 17 tezamen met de instelling waarvan de goederen in eigendom zullen worden verkregen, een aanvraag heeft ingediend.

Indien op de aanvraag een beschikking tot subsidievaststelling wordt gegeven, bedraagt het subsidiebedrag het in de aanvraag gevraagde bedrag.

Indien de subsidie-ontvanger niet binnen een door de minister te bepalen termijn de goederen in eigendom verkrijgt van de instelling waarmee hij overeenkomstig artikel 17 een aanvraag voor subsidie heeft ingediend, kan de minister de subsidie intrekken.

Indien bij de aanvraag een schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 17, zesde of zevende lid, is overgelegd, heeft een beschikking op die aanvraag, waarbij subsidie wordt vastgesteld, tot gevolg dat aanspraken van het Rijk op de instelling waarvan de goederen in eigendom zullen worden verkregen of op de gemeente waaraan ten gunste van die instelling geldelijke steun is verleend, voortvloeiende uit herziening van beschikkingen op grond van een DKP-regeling, vervallen.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling eenmalige subsidies niet-winstbeogende instellingen.