U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2016.

Ministeriële regeling · BWBR0010360

Regeling communicatie rijksbinnenwateren

Wijzigingen Officiële bron
Regeling houdende nadere voorschriften voor de scheepvaart aangaande melden, uitluisteren en communiceren op de binnenwaterenRegeling communicatie en afmetingen rijksbinnenwaterenDe Minister van Verkeer en Waterstaat,

Gelet op artikel 4, eerste lid, van het Vaststellingsbesluit Binnenvaartpolitiereglement en op artikel 9.07 van het Binnenvaartpolitiereglement;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Verkeer en Waterstaat,T.Netelenbos

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.bijlage 1:

de van deze regeling deel uitmakende bijlage 1;

b. bijlage 2:

de van deze regeling deel uitmakende bijlage 2;

c. IVS-post:

post van het Informatie- en Volgsysteem voor de scheepvaart (IVS) als aangegeven in bijlage 1;

d.vaarweggedeelte:

vaarweggedeelte waarop het Binnenvaartpolitiereglement van toepassing is.

De in artikel 2 genoemde gegevens, met uitzondering van die genoemd onder c en h, mogen ook vanaf een andere plaats of door een andere persoon dan de schipper of de kapitein, tijdig schriftelijk of telefonisch dan wel anderszins aan de IVS-post die op de vaarroute het eerst zal worden gepasseerd, worden medegedeeld.

De schipper of de kapitein van een schip als bedoeld in artikel 2, meldt wanneer de vaart op een vaarweggedeelte dat deel uitmaakt van bijlage 1 gedurende meer dan twee uur wordt onderbroken, het begin en het einde van deze onderbreking aan de dichtsbijzijnde IVS-post.

De gegevens genoemd in artikel 2, onder a, b, c en d, worden door de schipper of de kapitein van een schip als bedoeld in artikel 2, onverminderd het in artikel 2 bepaalde, gemeld op het ter plaatse aangeduide marifoonkanaal bij het passeren van een sluis en bij een met teken B.11 uit bijlage 7 van het Binnenvaartpolitiereglement aangeduid meldpunt.

De schipper of de kapitein van een schip als bedoeld in bijlage 2, dat vaart op een vaarweggedeelte genoemd in die bijlage, meldt zich, onverminderd het in artikel 2 bepaalde, overeenkomstig hetgeen in die bijlage is aangegeven.

Andere schepen dan bedoeld in artikel 2, luisteren tijdens de vaart op een vaarweggedeelte genoemd in bijlage 2, uit en communiceren op het in die bijlage aangegeven marifoonkanaal.

De vaarwegen, en de daarop toegestane grootste lengte, breedte en diepgang van een schip of samenstel, bedoeld in artikel 9.02, eerste lid van het Binnenvaartpolitiereglement, zijn opgenomen in bijlage 3 van deze regeling.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 1999.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling communicatie en afmetingen rijksbinnenwateren.

Regio Rotterdam

De vaarwegen benedenstrooms van km 991.7 van de Nieuwe Maas en van km 998 van de Oude Maas

Regionale Verkeerscentrale Dordrecht

Wantij, van Prins Hendrikbrug tot de Beneden Merwede

Regionale Verkeerscentrale Dordrecht

Regionale Verkeerscentrale Dordrecht

Operationele voormelding

Regionale Verkeerscentrale Dordrecht

Vertrekkende en verhalende zeeschepen

Regio Amsterdam

De vaarwegen ten westen van km 26.5 van het afgesloten IJ tot aan de kustlijn en behorende tot het beheersgebied van de Gemeenschappelijke Regeling Centraal Nautisch Beheer Noorzeekanaalgebied.

Verkeerscentrale Schellingwoude

Verkeerspost Wijk bij Duurstede

sector Maarssen: Amsterdam-Rijnkanaal km 28,6 tot km 36,5

Verkeerspost Wijk bij Duurstede

Verkeerspost Wemeldinge

Operationele melding Oosterschelde-stroomgebied

Waddenzee

Administratieve voormelding Waddenzee buiten de VTS-gebieden

Operationele melding Waddenzee buiten:

Verkeerspost Schiermonnikoog

Verkeerspost Tiel

Verkeerspost Nijmegen

1Op het pand Geldersche IJssel – Eefde (voorpand) evenveel minder dan 2,80 m als de buitenwaterstand sluis Eefde lager is dan NAP + 3,20 m.

2Schepen die gebruik maken van de hefopening in de spoor- en verkeersbrug Zutphen (km 928,150) moeten rekening houden met de volgende beperkingen: a. de bodem ligt op ca. NAP + 0,50 m, d.w.z. ongeveer 0,50 m hoger dan overigens in dat riviervak; b. de bodembreedte op NAP + 0,50 m is slechts 8,00 m; c. eerst op ca NAP + 2,50 m is een breedte van 12 m aanwezig; d. bij doorvaart hiervan is een sterke waterspiegeldaling mogelijk.

3Bij waterstand = NAP of zoveel minder dan de waterstand lager is dan NAP.

4Bij waterstand = NAP of zoveel minder dan de waterstand lager is dan NAP. De drempeldiepte van de Meppelerdiep-brug ligt op NAP – 3,50 m. De keersluis in Zwartsluis wordt gesloten bij een waterstand hoger dan NAP + 0,50 m en bij een waterstand lager dan NAP – 0,50 m.

5Bij een waterstand van NAP – 0,50 m of hoger of zoveel minder dan de waterstand lager is dan NAP – 0,50 m.

6Bij een waterstand op de Waddenzee gelijk aan of boven NAP of op het IJsselmeer gelijk aan of boven NAP – 0,50 m dan wel evenveel minder dan de waterstand lager is dan NAP respectievelijk NAP – 0,50 m.

7Bij een waterstand van NAP – 0,40 m of zoveel minder dan de waterstand lager is dan NAP – 0,40 m.

8Bij een waterstand van NAP – 0,40 m op het Amsterdam-Rijnkanaal of hoger of zoveel minder dan de waterstand lager is. Bij een waterstand van NAP + 1,35 m of hoger of zoveel minder als de waterstand op de Lek bij de Koninginnesluis is.

9Bij een waterstand van NAP + 0,50 m of hoger of zoveel minder dan de waterstand is bij de Doorslagsluis te Nieuwegein.

10Bij een waterstand t.o.v. NAP, of zoveel hoger of zoveel minder dan de waterstand t.o.v. NAP.

11Bij een waterstand = NAP of zoveel minder dan de waterstand lager is dan NAP.

12Schepen langer dan 65 m moeten zijn uitgerust met een actieve kopbesturing.

13Bij een waterstand van NAPC + 0,50m of hoger of zoveel minder dan de waterstand beneden NAP + 0,50m.

14Bij een waterstand hoger dan of gelijk aan NAP – 0,75 m of zoveel minder dan de waterstand lager is dan NAP – 0,75 m.

15Bij een waterstand hoger dan of gelijk aan NAP – 0,55 m of zoveel minder dan de waterstand lager is dan NAP – 0,55 m met dien verstande dat deze diepgang slechts is toegestaan voor schepen die vanaf de Westerschelde komen met als directe bestemming loswal “Kaai 85” te Schore, alsmede voor schepen die vertrekken vanaf deze loswal met als directe bestemming Westerschelde.

16Bij een waterstand = NAP of zoveel minder dan de waterstand lager is dan NAP.

17Bij waterstand Oosterschelde-zijde NAP – 1,50 m of hoger.

18Kielspeling 10% van de waterdiepte.

19Of zoveel minder dan de waterstand in het benedentoeleidingskanaal lager is dan NAP + 16,95 m.

20Of zoveel minder dan de waterstand in het benedentoeleidingskanaal lager is dan NAP + 14,20 m.

21Maas tussen Grave (boven de sluis) en kmr 182 (brug A50) een maximale toegelaten diepgang van 3,20 m of zoveel meer dan de waterstand bij Grave-Beneden hoger is dan NAP + 5,20 m.

22Bij een waterstand NAP + 1 m of zoveel minder dan de buitenwaterstand in het benedentoeleidingskanaal lager is dan NAP + 1 m.

23Bij een waterstand van NAP of zoveel minder dan de buitenwaterstand in het benedentoeleidingskanaal lager is dan NAP of zoveel minder dan de waterstand in het boventoeleidingskanaal lager is dan NAP + 4,50 m

24Bij een waterstand van NAP of zoveel minder dan de buitenwaterstand in het benedentoeleidingskanaal lager is dan NAP of zoveel minder dan de waterstand in het boventoeleidingskanaal lager is dan NAP + 4,50 m

25Of zoveel minder dan de buiten- of de binnenwaterstand lager is dan NAP + 7,20 m.

26Bij een waterstand NAP + 1 m of zoveel minder dan de waterstand bij sluis St. Andries v.w.b. de Maaszijde lager is dan NAP + 1 m dan wel v.w.b. de Waalzijde lager is dan NAP + 2 m.