U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 18-06-2008.

Regeling · BWBR0010646

Uitvoeringsbesluit WEB

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 6 augustus 1999, houdende vaststelling van de algemene berekeningswijze van de rijksbijdrage voor het beroepsonderwijs, de educatie en de landelijke organen, alsmede vaststelling van voorschriften over het informatieverkeer, bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs (Uitvoeringsbesluit WEB)Uitvoeringsbesluit WEBWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordrachten van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen van 8 maart 1999, nr. 1998/8716 (3704) en van 31 maart 1999, nr. 1999/14257 (3693), directie Wetgeving en Juridische Zaken, de eerste voordracht gedaan mede namens Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

Gelet op de artikelen 2.2.1, eerste lid en vijfde lid, 2.2.4, vierde lid, 2.2.12, tweede lid, 2.3.1, eerste en derde lid, 2.3.6, tweede en derde lid, 2.4.1, eerste en tweede lid, 2.4.2, vierde lid, 2.5.3, negende lid, 2.5.5, tweede en derde lid, 2.5.10, eerste lid, en 2.6a van de Wet educatie en beroepsonderwijs, alsmede artikel 19, vijfde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs;

De Raad van State gehoord (adviezen van 29 april 1999, nr. W05.99.0160/II en van 6 mei 1999, nr. W05.99/0111/III);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, van 22 juli 1999, nr. 1999/30854 (3704), directie Wetgeving en Juridische Zaken, uitgebracht mede namens Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage6 augustus 1999Beatrix De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,L. M. L. H. A. Hermans De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,L. J. Brinkhorstde tweede september 1999De Minister van Justitie,A. H. Korthals

In dit besluit wordt verstaan onder:

Een ministeriële regeling als bedoeld in de artikelen 2.2.3, derde lid, 5.2.3, 6.1.1 en 6.1.4, tweede lid, wordt vastgesteld na overleg als bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, van de wet.

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

Binnen het raam van de door de begrotingswetgever voor het desbetreffende kalenderjaar beschikbaar gestelde middelen, stelt Onze Minister jaarlijks de omvang vast van de landelijk beschikbare budgetten voor de exploitatiekosten en voor de huisvestingskosten voor zowel het beroepsonderwijs als het voorbereidend beroepsonderwijs.

Onze Minister berekent het rijksbijdragedeel op grond van de maatstaf diploma's beroepsonderwijs volgens de formule:

DI.1 + 2DI.2 + 4DI.3

----------------------------------- x LMD

LD.1 + 2LD.2 + 4LD.3

In deze formule wordt verstaan onder:

DI.1: het aantal diploma's beroepsonderwijs dat aan die instelling is behaald in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het desbetreffende jaar bij opleidingen als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onder a, van de wet,

DI.2: het aantal diploma's beroepsonderwijs dat aan die instelling is behaald in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het desbetreffende jaar bij opleidingen als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onder b, van de wet,

DI.3: het aantal diploma's beroepsonderwijs dat aan die instelling is behaald in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het desbetreffende jaar bij opleidingen als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onder c tot en met f, van de wet,

LD.1: het aantal diploma's beroepsonderwijs dat landelijk is behaald in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het desbetreffende jaar bij opleidingen als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onder a, van de wet,

LD.2: het aantal diploma's beroepsonderwijs dat landelijk is behaald in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het desbetreffende jaar bij opleidingen als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onder b, van de wet,

LD.3: het aantal diploma's beroepsonderwijs dat landelijk is behaald in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het desbetreffende jaar bij opleidingen als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onder c tot en met f, van de wet, en

LMD: het landelijk deel ten behoeve van de maatstaf diploma's beroepsonderwijs, zoals dat voor het desbetreffende jaar is vastgesteld op grond van artikel 2.2.1, tweede lid, onder b.

Onze Minister berekent het rijksbijdragedeel voor voorbereidende en ondersteunende activiteiten als bedoeld in artikel 7.2.2, vierde lid, van de wet, voor een kalenderjaar door het landelijk beschikbare budget ten behoeve van voorbereidende en ondersteunende activiteiten, zoals dat voor dat kalenderjaar is vastgesteld op grond van artikel 2.2.1, eerste lid, over de instellingen te verdelen naar rato van het aantal deelnemers per instelling, voor zover deze deelnemers voldoen aan de volgende voorwaarden:

In geval van fusie van instellingen of indien vanwege afspraken tussen instellingen over de verzorging van beroepsopleidingen, bepaalde gegevens als bedoeld in de artikelen 2.2.3, eerste lid, 2.2.4 of 2.2.5, anders moeten worden toegerekend, geeft Onze Minister op overeenkomstige wijze toepassing aan die bepalingen. Afspraken als bedoeld in de eerste volzin blijken uit een door het bevoegd gezag, in voorkomend geval tezamen met andere betrokken bevoegde gezagsorganen, aan Onze Minister overgelegde en ondertekende verklaring dienaangaande.

Vervallen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Vervallen

Vervallen

In dit hoofdstuk wordt onder volwassen inwoner verstaan, een persoon van 18 jaren of ouder die op grond van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens bij een gemeente is ingeschreven.

Binnen het raam van de door de begrotingswetgever voor het desbetreffende kalenderjaar beschikbaar gestelde middelen, stelt Onze Minister jaarlijks de omvang vast van het landelijk beschikbare budget voor de educatie, bedoeld in artikel 2.3.1, eerste lid, van de wet.

Onze Minister stelt de percentages vast voor de maatstaven, bedoeld in artikel 3.2.2, eerste lid, onderdeel a, b en c, aan de hand waarvan de in artikel 2.3.1, eerste lid, van de wet bedoelde rijksbijdrage educatie wordt berekend.

Vervallen

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

De rijksbijdrage omvat:

Binnen het raam van de door de begrotingswetgever voor het desbetreffende kalenderjaar beschikbaar gestelde middelen, stelt Onze Minister jaarlijks de omvang vast van de landelijk beschikbare budgetten voor de exploitatiekosten en voor de huisvestingskosten van de kenniscentra.

Onze Minister berekent de rijksbijdrage voor de exploitatiekosten voor een kenniscentrum voor:

Het landelijk beschikbare budget voor de exploitatiekosten van de kenniscentra wordt verdeeld als volgt:

Bij de berekening, bedoeld in artikel 4.2.7, betrekt Onze Minister uitsluitend de leerbedrijven die zijn aangeduid met de code leerbedrijf, bedoeld in bijlage 3 bij dit besluit.

De rijksbijdrage omvat:

Binnen het raam van de door de begrotingswetgever voor het desbetreffende begrotingsjaar beschikbaar gestelde middelen, stelt Onze Minister jaarlijks het landelijk beschikbare budget vast voor de exploitatiekosten en voor de huisvestingskosten van het kenniscentrum op het gebied van de landbouw en de natuurlijke omgeving.

Onze Minister berekent de rijksbijdrage afzonderlijk voor:

Van het landelijk beschikbare budget voor de exploitatiekosten van het kenniscentrum wordt:

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De artikelen 4b.2.1 en 4b.2.3 zijn niet van toepassing op de verstrekking van gegevens op verzoek van de inspectie ten behoeve van een onderzoek door de inspectie als bedoeld in artikel 2.5.5b, derde lid, van de wet.

Ten behoeve van de vaststelling van de bekostiging van een instelling kan Onze Minister de volgende in het basisregister onderwijs opgenomen gegevens van een deelnemer of voormalige deelnemer van de instelling raadplegen:

De bepalingen van dit hoofdstuk hebben betrekking op:

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

Op verzoek van Onze Minister stelt het bevoegd gezag van een instelling, het college van burgemeester en wethouders dan wel het bestuur van een kenniscentrum gegevens aan hem ter beschikking, die door de instelling, het college van burgemeester en wethouders of het kenniscentrum op grond van artikel 5.2.1 zijn verzameld. De beschikbaarstelling geschiedt overeenkomstig de formulieren die op het beroepsonderwijs, de educatie respectievelijk de werkzaamheden van het kenniscentrum van toepassing zijn, zoals die zijn opgenomen in bijlage 4, bijlage 5, respectievelijk bijlage 6 bij dit besluit. In voorkomende gevallen kan Onze Minister bij het verzoek om beschikbaarstelling reeds bij hem bekende gegevens opnemen.

Bij ministeriële regeling kan in bijzondere gevallen een aanvullende vragenlijst ten aanzien van bekostiging worden vastgesteld ter beantwoording door het bevoegd gezag van een instelling.

De bepalingen van dit hoofdstuk hebben betrekking op:

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder kenniscentrum: een kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b2, van de wet.

Het personeel en het gewezen personeel van instellingen en kenniscentra zijn in elk geval belanghebbende in de zin van dit hoofdstuk.

Indien een instelling of een kenniscentrum de taken beëindigt en een rechtsopvolger ontbreekt, waaronder tevens is begrepen het geval van een onherroepelijk vonnis tot faillietverklaring van de desbetreffende instelling of het desbetreffende kenniscentrum, voorzien de bevoegde gezagsorganen van de overige instellingen onderscheidenlijk de besturen van de overige kenniscentra er gezamenlijk in dat aan de verplichtingen jegens het personeel en het gewezen personeel die uit de wet- en regelgeving voortvloeien, wordt voldaan. De toepassing van de eerste volzin geschiedt met inachtneming van het bepaalde over vermindering van de rijksbijdrage in verband met de kosten van uitkeringen voor gewezen personeel van een instelling die of een kenniscentrum dat de taken beëindigt in de ministeriële regeling op grond van artikel 12.3.48 van de wet onderscheidenlijk artikel 4.5.2.

Vervallen

Voor de toepassing van artikel 4b.2.3, eerste lid, in het studiejaar 2007–2008 wordt in onderdeel a voor «1 maart de voorlopige gegevens omtrent de inschrijvingen op 1 oktober van het desbetreffende studiejaar» gelezen: 8 maart de voorlopige gegevens omtrent de inschrijvingen op 1 oktober van het desbetreffende studiejaar, en op 8 maart de voorlopige gegevens omtrent de inschrijvingen op 1 februari van het desbetreffende studiejaar.

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

rijksbijdrage educatie: de rijksbijdrage, bedoeld in artikel 2.3.1, eerste lid, van de wet;

landelijk beschikbare budget: het landelijk beschikbare budget voor de educatie, bedoeld in artikel 2.3.1, eerste lid, van de wet;

oude berekening: berekening van de rijksbijdrage educatie voor het jaar 2000 op grond van de Tijdelijke regeling rijksbijdrage educatie zoals luidend op 1 september 1999, toegepast op het landelijk beschikbare budget voor het jaar 2000;

nieuwe berekening: berekening van de rijksbijdrage educatie voor het jaar 2000 op grond van de artikelen 3.2.2 en 3.2.3, toegepast op het landelijk beschikbare budget voor het jaar 2000.

De in deze paragraaf voor de jaren 2002 en 2003 berekende bedragen worden vastgesteld in euro's door de uitkomst van de berekeningen te delen door 2.20371.

Onze Minister stelt tot de datum, bedoeld artikel 6.3.2, eerste lid, het bedrag voor huisvestingskosten, bedoeld in artikel 4.3.1, eerste lid, voor elk kenniscentrum vast op basis van het percentage dat op grond van artikel 6.3.2, derde lid, voor dat kenniscentrum is vastgesteld.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Onze Minister evalueert de werking van hoofdstuk 4 na afloop van een periode van 5 jaren na het tijdstip van inwerkingtreding van dat hoofdstuk.

Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit WEB.

A. (Vervallen)

B. Personeel

In dit gegevenswoordenboek staat per gegeven de technische uitwerking, zoals die dient voor de uitwisseling van het gegeven tussen de instellingen en OCW. Het gaat hierbij om de gegevens zoals die door de instellingen worden vastgelegd. Dit betekent niet dat deze gegevens ook zo aan het departement worden geleverd. De manier waarop dat gebeurt wordt bepaald in bijlage 4, Formulieren. Verder betekent dit ook niet dat in alle gevallen de hier gepresenteerde waarden (codes) dienen te worden gebruikt in de eigen administratie. Dat hoeft feitelijk alleen bij de levering. Zo kan de instelling een volledige buitenlandse postcode hanteren, maar die naar de hier beschreven waarden omzetten bij levering.

De gegevens staan gegroepeerd volgens een hiërarchisch datamodel. Dat is een structuur die aangeeft hoe de gegevens met elkaar samenhangen. In deze bijlage zal worden aangegeven bij welke Groep elk gegeven hoort en hoe Groepen samenhangen. Een Groep kan verscheidene keren voorkomen. In theorie kan een gegeven ook verscheidene keren in een Groep voorkomen. In deze bijlage is dat echter niet het geval. Bij personeel is het hoogste niveau de werknemer, waaronder de Groepen Persoonskenmerken en Arbeidsovereenkomst vallen, maar geen losse gegevens.

De informatie die in deze bijlage per gegeven wordt verstrekt, omvat een aantal vaste rubrieken, de zogenaamde Kenmerken. Dat zijn bijvoorbeeld definitie en domein. Tezamen vormen deze Kenmerken het profiel van het gegeven.

De indeling van deze bijlage is als volgt. In hoofdstuk 2 worden enkele gebruikte termen gedefinieerd, voor zover dat niet al in andere teksten (wet, tekst Uitvoeringsbesluit) is gebeurd. Het bestaat uit twee delen: algemene termen en de Kenmerken met hun definities. Hoofdstuk 3 vormt de kern van deze bijlage en omvat de profielen van alle te registreren gegevens.

Sommige Kenmerken komen slechts bij een paar gegevens voor.

A. Deelnemers (Vervallen)

In deze paragraaf is een werknemer iemand die een arbeidsrelatie heeft met de instelling, waarbij hij / zij is benoemd in een functie die is vastgelegd in het vastgestelde formatieplan van de instelling.

Vervallen

Vervallen

Deze lijst bevat de (eventueel voormalige) landen die géén doelgroepland zijn voor de definitie van allochtoon bij Doelgroepen uit het Gegevenswoordenboek BVE-Instellingen. Alle andere landen zijn Doelgroepland. Daaronder vallen ook (eventueel voormalige) overzeese gebiedsdelen als Suriname en de Nederlandse Antillen en de EU-landen Griekenland, Italië, Portugal en Spanje.

Australië

België

Duitsland (incl. Bondsrepubliek en DDR)

Canada

Denemarken

Faeröer, de

Finland

Frankrijk

Groenland

Groot-Brittannië

Ierland

IJsland

Israël

Japan

Kaiser Wilhelmsland

Kanaaleilanden

Liechtenstein

Luxemburg

Man

Monaco

Nederland (exclusief overzeese gebiedsdelen)

Nederlands Indië

Nederlands Nieuw Guinea

New Foundland

Nieuw-Zeeland

Noorwegen

Norfolk

Oostenrijk

Oostenrijk-Hongarije

Palestina

Saarland

V.S.

Zweden

Zwitserland

In dit gegevenswoordenboek staat per gegeven de technische uitwerking, zoals die dient voor de uitwisseling van het gegeven tussen de gemeenten en OCW.

Het gaat in het Uitvoeringsbesluit alléén om opleidingen die voor bekostiging door de minister van OCW in aanmerking komen. Voor de opleidingen die gebaseerd zijn op eerdere wetgeving worden zo veel mogelijk dezelfde gegevens gehanteerd. Afwijkingen zullen in de rubriek «opmerkingen» worden aangegeven. De gegevens staan gegroepeerd volgens een hiërarchisch datamodel. Dat is een structuur die aangeeft hoe de gegevens met elkaar samenhangen. Zo horen een Financieringsbron en het bedrag van de financiering bij elkaar. Deze gegevens vormen samen de Groep Financiering. In deze bijlage zal worden aangegeven bij welke Groep elk gegeven hoort. Bij de contractgegevens onderscheiden we de Groepen Gemeente, Contract, Opleiding en Financiering, bij de deelnemergegevens de Groepen Deelnemer, Kwalificatie en Vak. Het hiërarchisch model geeft niet alleen aan tot welke Groep een gegeven hoort, maar ook hoe Groepen samenhangen. Bij de contractgegevens is het hoogste niveau de Groep Gemeente. Daaronder vallen de Groepen Contract en Financiering. Onder Contract valt nog de Groep Opleiding.

De informatie die in deze bijlage per gegeven wordt verstrekt, omvat een aantal vaste rubrieken, de zogenaamde Kenmerken. Dat zijn bijvoorbeeld definitie en domein. Tezamen vormen deze Kenmerken het profiel van het gegeven.

De indeling van deze bijlage is als volgt. In hoofdstuk 2 worden enkele gebruikte termen gedefinieerd, voor zover dat niet al in andere teksten (wet, tekst Uitvoeringsbesluit) is gebeurd. Het bestaat uit twee delen: algemene termen en de Kenmerken met hun definities. Hoofdstuk 3 vormt de kern van deze bijlage en omvat de profielen van alle te registreren gegevens.

Sommige Kenmerken komen slechts bij een paar gegevens voor.

INHOUDSOPGAVE

In dit gegevenswoordenboek staat per gegeven de technische uitwerking, zoals die dient voor de uitwisseling van het gegeven tussen de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven en OCenW.

Het gaat hierbij om de gegevens zoals die door de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven worden vastgelegd. Dit betekent niet dat deze gegevens ook zo worden geleverd aan het departement. De manier waarop dat gebeurt wordt bepaald in bijlage 6, formulieren. Verder betekent dit ook niet dat in alle gevallen de hier gepresenteerde waarden (codes) dienen te worden gebruikt in de eigen administratie. Dat hoeft feitelijk alleen bij de levering.

De informatie die in deze bijlage per gegeven wordt verstrekt omvat een aantal vaste rubrieken, de zogenaamde Kenmerken. Dat zijn bijvoorbeeld definitie en domein. Tezamen vormen deze Kenmerken het profiel van het gegeven. Een overzicht van alle Kenmerken en hun definitie wordt gegeven in hoofdstuk 2.

De gegevens staan gegroepeerd volgens een structuur die aangeeft hoe de gegevens met elkaar samenhangen. Deels blijkt die al uit de inhoudsopgave. Zo horen bij een Leerbedrijf een door het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven gegeven code, zijn postcode, een begin-, een einddatum erkenning en een werkgebied. Deze gegevens vormen samen de Groep Leerbedrijf. Verder is er nog de Groep Personeel. In deze bijlage zal worden aangegeven bij welke Groep elk gegeven hoort.

De indeling van deze bijlage is als volgt. In hoofdstuk 2 worden enkele gebruikte termen gedefinieerd, voor zover dat niet al in andere teksten (wet, tekst Uitvoeringsbesluit) is gebeurd. Het bestaat uit twee delen: algemene termen en de Kenmerken. Hoofdstuk 3 vormt de kern van deze bijlage en omvat de profielen van alle te registreren gegevens.

Overzicht 1. Referentieraming BVE (Vervallen)

Overzicht nummer 2. Beleidstelling BVE (Vervallen)

Overzicht nummer 3. Bekostigingstelling beroepsonderwijs (Vervallen)

Overzicht nummer 4. BPV-telling (Vervallen)

Overzicht nummer 5. Personeel

«kalenderjaar»

– januari

publicatie verzoek om informatie in regelingen OCW op de website www.cfi.nl

– februari

toezending formulieren en toelichtingsbrochure aan instellingen

– 1 maart

uiterste datum waarop de formulieren door CFI moeten zijn ontvangen

– 1 juni

uiterste datum terugmelding geregistreerde gegevens aan instellingen

Er zijn 7 tabellen gedefinieerd die de instellingen moeten leveren. Deze tabellen leveren informatie betreffende aantallen personen met een bepaalde combinatie van kenmerken die op 1 oktober van het jaar bij een instelling in dienst zijn en de totale betrekkingsomvang die zij vertegenwoordigen. Hierop is één uitzondering: tabel 3 heeft betrekking op personeel dat in het afgelopen studiejaar uit dienst is getreden. Deze tabellen moeten op 1 maart van het jaar volgend op het jaar waarop de gegevens betrekking hebben bij het ministerie binnen zijn.

De tabellen zijn opgebouwd uit regels, die elk weer zijn opgebouwd uit gegevens, die we hier items noemen. Het eerste item is steeds de tabelcode (1–7). Daarop volgen gegevens die de selectie van de personen definiëren. Deze gegevens bepalen in combinatie welke personen er geteld worden. Daarop volgt het item Aantal personen, dat het resultaat geeft van deze selectie. Het item Aantal FTE's tenslotte geeft de totale betrekkingsomvang van deze personen, uitgedrukt in fte's (aantal normbetrekkingen).

Voor deze tabellen worden de volgende eenheden gebruikt:

Aantal FTE's is de totale betrekkingsomvang van alle geselecteerde personen met een bepaalde combinatie, uitgedrukt in gehele normbetrekkingen.

Het aantal negen's geeft de lengte van het betreffende veld aan (dus niet het type). Ook is de plaats van de komma aangegeven.

Alleen de laatste twee kolommen bevatten telgegevens : het aantal FTE's en daarbij betrokken personen. De overige kolommen bevatten alleen de «identificerende» gegevens t.b.v. de genoemde aantallen.

Het nummer van de tabel wordt bij bestandsmatige levering in elke regel ingevuld : ook dit is een identificerend gegeven.

Tabelregels met zowel aantal FTE's én aantal personen gelijk aan NUL behoeven niet te worden ingevuld/geëxporteerd.

1. Verzoek van centrumgemeente of samenwerkingsorgaan

Naam:

.......................................................................................................................

.......................................................................................................................

2. Namen samenwerkende gemeenten

Naam gemeenten

.......................................................................................................................

.......................................................................................................................

.......................................................................................................................

3. Betaalgegevens

(Post)banknummer:

.......................................................................................................................

Ten name van

.......................................................................................................................

Adres

.......................................................................................................................

Postcode /woonplaats

.......................................................................................................................

4. Bijlage

Bij dit verzoek dient een afschrift van de gemeenschappelijke regeling c.q. het besluit van de betrokken gemeenten te worden meegezonden.

Indien gemeenten een samenwerkingsverband aangaan voor educatie of een bestaand verband wijzigen dient dit voor 1 december voorafgaande aan het jaar waarop de samenwerking ingaat aan CFI gemeld te worden.

– gemeenten;

– samenwerkende gemeenten.

– september

publicatie verzoek om informatie in regelingen OCW op de website www.cfi.nl

– 21 december

toezending formulieren en toelichtingsbrochure aan gemeenten

– 30 januari

uiterste datum waarop de formulieren door CFI moeten zijn ontvangen

– maart

uiterste datum terugmelding geregistreerde gegevens aan gemeenten

De gemeente dient voor 31 januari van het jaar waarvoor de middelen aan de gemeente worden toegekend de bovenstaande gegevens te verstrekken aan CFI over dat kalenderjaar.

– kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b2, van de wet.

Er is een tabel gedefinieerd die de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven moeten leveren. Deze tabel levert informatie betreffende functies en personen die op 1 maart 1999 in dienst zijn bij het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven. Per regel kunnen de gegevens van de functies en personen met eenzelfde combinatie van gegevens worden opgenomen. Veelal zal per regel echter slechts één persoon kunnen worden vermeld met eenzelfde combinatie.

De code voor de functie die het personeelslid heeft.

De aanduiding of de werknemer in vast of tijdelijk dienstverband is (uitzendkrachten worden niet opgenomen).

De salarisschaal met het regelnummer van het personeelslid, conform de CAO-LOB.

De aanduiding of het personeelslid een man of een vrouw is.

Het jaar waarin het personeelslid geboren is.

Het aantal personen die met eenzelfde combinatie op de regel van het het formulier zijn opgenomen.

De totale betrekkingsomvang van de geselecteerde personen, uitgedrukt in gehele normbetrekkingen.