U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 29-05-2004.

Ministeriële regeling · BWBR0011000

Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer

Wijzigingen Officiële bron
Subsidieregeling agrarisch natuurbeheerSubsidieregeling agrarisch natuurbeheerDe Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

Gelet op de Verordening nr. 1257/99 van 17 mei 1999 van de Raad van de Europese Gemeenschappen inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL) en tot wijziging en instelling van een aantal verordeningen;

Gelet op artikel 29, eerste lid, van de Wet agrarisch grondverkeer;

Gelet op de artikelen 2 en 4 van de Kaderwet LNV-subsidies;

Besluit:

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage20 december 1999De Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,G.H.Faber

De minister kan aan beheerders en aan anderen dan beheerders als bedoeld in artikel 4 en 5 op landbouwgronden ter bevordering van de toepassing van landbouwproductiemethoden die verenigbaar zijn met de eisen inzake milieubescherming en natuurbeheer, ter bevordering van de duurzame instandhouding van landschappelijke elementen, alsmede ter bevordering van de bebossing van landbouwgronden, op aanvraag subsidie verstrekken ten behoeve van:

Indien er naast een beheersbijdrage of inrichtingssubsidie op grond van deze regeling uit andere hoofde van overheidswege een subsidie is of wordt verstrekt voor de in het kader van deze regeling gemaakte kosten, waaronder mede wordt begrepen vergoeding van inkomstenderving, en hierdoor het totaal van de overheidsbijdragen meer bedraagt dan de desbetreffende beheersbijdrage, dan wel, voorzover het inrichtingssubsidie betreft, meer bedraagt dan 95% van de werkelijke kosten, wordt de subsidie op grond van deze regeling zoveel lager vastgesteld dat het totaal van de overheidsbijdragen die beheersbijdrage, onderscheidenlijk die 95%, niet overstijgt.

Bij het vaststellen van de beheersbijdragen van een beheerspakket als bedoeld in artikel 7 of een bijzonder beheerspakket als bedoeld in artikel 14 wordt rekening gehouden met de volgende grondslagen:

Voorzover de regeling bemesting toestaat, geschiedt de aanwending van kunstmest op grond van een bemestingsadvies of bemestingsplan dat is gebaseerd op het mineralen aangiftensysteem.

De subsidie wordt voor de duur van een jaar niet verstrekt, indien de subsidieaanvrager door ernstige nalatigheid of opzettelijk een onjuiste aanvraag heeft ingediend of anderszins onjuiste heeft verstrekt ter verkrijging van een subsidie op grond van een andere regeling die gebaseerd is op titel II van hoofdstuk IX van de verordening (EG) nr. 1257/99 van de Raad van de Europese Unie van 17 mei 1999 betreffende steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL) en tot wijziging en instelling van een aantal verordeningen (PbEG L 160), of indien een verleende subsidie geheel of gedeeltelijk is ingetrokken ingevolge artikel 90a of een vastgestelde subsidie geheel of gedeeltelijk is ingetrokken ingevolge artikel 90b.

Indien de aanvrager opzettelijk een onjuiste aanvraag tot subsidieverlening of vaststelling heeft ingediend of anderszins onjuiste gegevens heeft verstrekt ter verkrijging van een subsidie op grond van een andere regeling die gebaseerd is op titel II van hoofdstuk IX van de verordening (EG) nr. 1257/99 van de Raad van de Europese Unie van 17 mei 1999 betreffende steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL) en tot wijziging en instelling van een aantal verordeningen (PbEG L 160), of indien ingeval van opzet een verleende of vastgestelde subsidie geheel of gedeeltelijk is ingetrokken op grond van artikel 90a of 90b, wordt tevens geen subsidie verleend in het daarop volgend jaar.

Indien de aanvrager in een jaar opzettelijk een onjuiste aanvraag tot subsidieverlening op grond van deze regeling heeft ingediend, wordt geen subsidie verstrekt voor het daaropvolgend jaar.

In afwijking van artikel 10, eerste lid, onderdeel c, wordt het beheerspakket opgenomen in bijlage 31 niet opengesteld in een begrensd beheersgebied als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel d, tenzij en voor zover in voornoemd beheersgebied subsidie wordt verstrekt ten behoeve van een beheerseenheid met nestbeschermingsmaatregelen binnen een probleemgebied als bedoeld in artikel 17b, eerste lid.

De minister kan aan gedeputeerde staten per beheerspakket onderscheidenlijk landschapspakket of groep van beheerspakketten onderscheidenlijk groep van landschapspakketten, richtlijnen en aanwijzingen geven ten aanzien van het aantal hectares waarop het totaal van de beheersgebiedsplannen onderscheidenlijk landschapsgebiedsplannen in een provincie betrekking kan hebben.

Vaststelling en wijziging van beheers- en landschapsgebiedsplannen geschiedt met inachtneming van het Structuurschema groene ruimte, het Natuurbeleidsplan bedoeld in de Natuurbeschermingswet en door de minister overeenkomstig artikel 15 gegeven richtlijnen en aanwijzingen.

Op de voorbereiding van een besluit tot vaststelling of wijziging van een beheers- of landschapsgebiedsplan is de in afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht geregelde procedure van toepassing.

Indien er met betrekking tot een terrein meer beheerders zijn, kan door hen gezamenlijk een aanvraag worden ingediend, welke aanvraag, onverminderd de artikelen 18 en 19, vergezeld gaat van een tussen hen gesloten overeenkomst waaruit blijkt dat zij genoegzaam en duurzaam samenwerken inzake het beheer van dat terrein.

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder beheersgebied eveneens verstaan: natuurgebied als bedoeld in artikel 13 van de Subsidieregeling natuurbeheer 2000, indien en voorzover de instandhouding van een beheerspakket volgens de in bijlage 3 van deze regeling opgenomen tabel, in overeenstemming is met de doelstellingen en basis- of pluspakketten van het desbetreffende natuurgebiedsplan als bedoeld in de Subsidieregeling natuurbeheer 2000.

Beheerssubsidie wordt niet verstrekt ten aanzien van terreinen, gelegen in een natuurgebiedsplan als bedoeld in de Subsidieregeling natuurbeheer 2000, die Staatsbosbeheer, een particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisatie als bedoeld in artikel 3 van de Regeling subsidies particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisaties, een ontvanger van subsidie functieverandering als bedoeld in artikel 40 van de Subsidieregeling natuurbeheer 2000 danwel een rechtsopvolger daarvan of een ontvanger van beheerssubsidie als bedoeld in artikel 9 van de Tijdelijke regeling particulier natuurbeheer danwel een rechtsopvolger daarvan in de hoedanigheid van eigenaar, dan wel zakelijk gerechtigde, na 1 december 1977 in gebruik heeft afgestaan aan een ondernemer, tenzij dit afstaan in gebruik heeft geleid tot de ononderbroken voortzetting van het op 1 december 1977 bestaand gebruik door:

Indien beheerssubsidie wordt verstrekt voor de beheerspakketten opgenomen in de bijlagen 19 tot en met 22 komen de pakketten opgenomen in de hierna vermelde bijlagen, voor de daarbij vermelde percentages van het aantal hectares waarvoor beheerssubsidie wordt verleend, ten laste van het quotum:

Beheerssubsidie ten behoeve van een terrein dat is gelegen in een beheersgebied wordt verstrekt:

Beheerssubsidie wordt verstrekt ten behoeve van een terrein met het oog op de ontwikkeling of instandhouding van een beheerspakket opgenomen in de bijlagen 29 en 30.

Beheerssubsidie ten behoeve van een terrein dat is gelegen in een beheersgebied wordt verstrekt met het oog op de instandhouding van het beheerspakket opgenomen in bijlage 31, indien aan de beheerder voor ten minste 30% van het totale areaal landbouwgronden dat tot zijn agrarische onderneming moet worden gerekend subsidie is verleend voor de ontwikkeling of instandhouding van een of meerdere beheerspakketten opgenomen in de bijlagen 6 tot en met 28a.

Beheerssubsidie wordt verstrekt:

Beheerssubsidie ten behoeve van de ontwikkeling of instandhouding van een beheerspakket opgenomen in de bijlagen 29 en 30 wordt uitsluitend verstrekt indien:

Beheerssubsidie wordt niet verstrekt:

Beheerssubsidie wordt niet verstrekt aan een beheerder:

Beheerssubsidie wordt niet verstrekt indien voor de desbetreffende beheerseenheid voor de instandhouding of ontwikkeling van een beheerspakket bijdragen worden genoten van een rechtspersoon als bedoeld in artikel 5 of door tussenkomst van een subsidieaanvrager als bedoeld in artikel 4.

Indien beheerssubsidie wordt verstrekt voor de instandhouding of ontwikkeling van meerdere beheerspakketten op een terrein, vermeldt de beschikking tot subsidieverlening in ieder geval:

Indien beheerssubsidie wordt verstrekt voor de instandhouding of ontwikkeling van een beheerspakket, vermeldt de beschikking tot subsidieverlening in ieder geval:

De datum, bedoeld in de artikelen 34, onderdeel f, onderscheidenlijk artikel 35, onderdeel e, waarop het tijdvak waarover beheerssubsidie wordt verleend aanvangt, kan uitsluitend de eerste dag van de onderscheiden maanden van een jaar zijn.

Vervallen.

Vervallen

Tot de subsidiabele kosten behoren de kosten, inclusief BTW, voorzover verrekening niet mogelijk is, verband houdende met:

Niet tot de subsidiabele kosten behoren in ieder geval de kosten, verband houdende met:

Geen inrichtingssubsidie wordt verstrekt:

De minister kan beleidsregels vaststellen met het oog op de toepassing van de artikelen 46, 48 en 51.

De subsidieverlening vermeldt in ieder geval:

De subsidieontvanger is verplicht de maatregelen overeenkomstig het door de minister goedgekeurde inrichtingsplan uit te voeren binnen een jaar na de datum van subsidieverlening.

De aanvraag tot voorschotverlening wordt ingediend bij de directeur van LASER met gebruikmaking van een daartoe bestemd aanvraagformulier dat verkrijgbaar is bij de directeur van LASER.

De minister neemt binnen 8 weken na ontvangst van de in artikel 56 bedoelde aanvraag een besluit.

De minister stelt na ontvangst van de in artikel 58 bedoelde bescheiden de inrichtingssubsidie binnen 8 weken vast op grond van de werkelijk gemaakte kosten zoals bepaald bij de subsidieverlening.

Landschapssubsidie wordt verstrekt voor een tijdvak.

Indien landschapssubsidie wordt verstrekt voor de instandhouding van een of meerdere landschapspakketten binnen een terrein, vermeldt de beschikking tot subsidieverlening in ieder geval:

De subsidieontvanger is verplicht:

De artikelen 21, eerste lid, 28, 29 onderdeel a, b en d, 30 tot en met 32, derde en vierde lid, 36, 39 tot en met 42 en artikel 38, eerste lid, van de Subsidieregeling natuurbeheer 2000, zijn van overeenkomstige toepassing.

Vervallen

Vervallen

Subsidie natuurlijke handicaps wordt verstrekt met het oog op de instandhouding van het beheerspakket, opgenomen in bijlage 31.

Subsidie natuurlijke handicaps wordt verstrekt voor een tijdvak.

Subsidie natuurlijke handicaps wordt niet verstrekt indien het terrein niet is gelegen binnen een probleemgebied.

De subsidie natuurlijke handicaps bedraagt per tijdvak het bedrag dat wordt gevormd door de vermenigvuldiging van het getal zes met de beheersbijdrage opgenomen in de bijlage van het desbetreffende beheerspakket en het aantal hectares waarvoor subsidie natuurlijke handicaps wordt verleend.

De beschikking tot verlening van subsidie natuurlijke handicaps vermeldt in ieder geval:

De subsidieontvanger is verplicht:

De artikelen 41 tot en met 43, derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Telkens wanneer met betrekking tot één of meer gronden, die in een Rbon-gebied, onderscheidenlijk beheersgebied, zijn gelegen en ten aanzien waarvan beheerssubsidie is verleend voor de pakketten opgenomen in bijlage 1a van de Regeling beheersovereenkomsten en natuurontwikkeling, met uitzondering van de pakketten G1, B1 en G9, onderscheidenlijk de beheerspakketten opgenomen in de bijlagen 6 tot en met 11, 15, en 24 tot en met 27 van de onderhavige regeling, aan het bureau een recht van eigendom of een daarvan afgeleid beperkt recht wordt aangeboden, is het bureau gehouden het hem aangeboden recht te verwerven, indien de minister aannemelijk acht dat met betrekking tot zodanige grond:

De minister kan bij een in de Staatscourant bekend te maken besluit bepalen dat vanaf een door hem vast te stellen tijdstip de gehoudenheid van het bureau, bedoeld in artikel 82, wordt opgeschort.

In geval subsidie is verleend ten behoeve van een terrein waarvan het recht tot gebruik en beheer berust bij de subsidieontvanger, en dat recht gaat over op een derde gedurende de periode waarover de desbetreffende subsidie is verleend, kan de desbetreffende subsidieverlening worden gewijzigd in een subsidieverlening aan die derde indien deze, uiterlijk drie maanden na de datum waarop het recht tot gebruik en beheer is overgegaan, bij wege van een aan de directeur LASER gericht schriftelijk stuk:

Een verleende subsidie wordt voor de duur van één jaar, ingetrokken indien de subsidieaanvrager door ernstige nalatigheid of opzettelijk een onjuiste aanvraag tot subsidieverlening of -vaststelling heeft ingediend of anderszins onjuiste gegevens heeft verstrekt ter verkrijging van een subsidie op grond van een andere regeling die gebaseerd is op titel II van hoofdstuk IX van de verordening (EG) nr. 1257/99 van de Raad van de Europese Unie van 17 mei 1999 betreffende steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL) en tot wijziging en instelling van een aantal verordeningen (PbEG L 160).

De vastgestelde subsidie wordt geheel of gedeeltelijk ingetrokken indien de subsidieontvanger door ernstige nalatigheid of opzettelijk een onjuiste aanvraag tot subsidieverlening of -vaststelling heeft ingediend of anderszins foute gegevens heeft verstrekt ter verkrijging van een subsidie op grond van een andere regeling die gebaseerd is op titel II van hoofdstuk IX van de verordening (EG) nr. 1257/99 van de Raad van de Europese Unie van 17 mei 1999 betreffende steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL) en tot wijziging en instelling van een aantal verordeningen (PbEG L 160).

Onverschuldigd betaalde subsidies en voorschotten worden teruggevorderd, vermeerderd met de wettelijke rente tot de datum van ontvangst van de teruggevorderde bedragen.

Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze regeling bepaalde zijn belast de ambtenaren van de Dienst landelijk gebied van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.

De subsidieaanvrager is verplicht alle op de subsidie betrekking hebbende documenten, als bedoeld in artikel 1, van verordening (EG) nr. 4045/89 van de Raad van 21 december 1989 inzake de door de lidstaten uit te voeren controles op de verrichtingen in het kader van de financieringsregeling van de afdeling Garantie van het Europese Oriëntatie- en Garantiefonds voor de landbouw en houdende intrekking van de richtlijn 77/435/EEG (Pb L388/18), voorzover deze documenten voor de subsidievaststelling van belang zijn, te bewaren gedurende ten minste 3 jaren na de subsidievaststelling.

Landschapssubsidie wordt verstrekt in Rbon-gebieden ten behoeve van de instandhouding van een of meerdere landschapspakketten opgenomen in de bijlagen 32 tot en met 46, voorzover dit in overeenstemming is met het desbetreffende begrenzingenplan als bedoeld in de Regeling beheersovereenkomsten en natuurontwikkeling.

Beheerssubsidie wordt niet verstrekt:

Beheerssubsidie wordt verstrekt ten behoeve van een terrein dat is gelegen in het Groene Hart of in Waterland met het oog op de instandhouding of ontwikkeling van een beheerspakket, voorzover dat beheerspakket in bijlage 2 is opgenomen.

Subsidies kunnen met terugwerkende kracht tot het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling worden verleend, voor aanvragen die in het eerste half jaar na inwerkingtreding van de onderhavige regeling worden ingediend.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2000

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer.

Beheersdoelstellingen van de RBON, die aansluiten bij beheerspakketten van de Subsidieregeling Agrarisch natuurbeheer.

Beheerspakketten van de Tijdelijke Regeling Agrarisch Natuurbeheer, die aansluiten bij beheerspakketten van de Subsidieregeling Agrarisch Natuurbeheer.

Beheerspakketten van de Subsidieregeling Agrarisch Natuurbeheer, die aansluiten bij basis- en pluspakketten van de Subsidieregeling Natuurbeheer.

Vanaf de kruising van de rivier de Lek met de A2, de provinciegrens tussen Utrecht en Zuid-Holland volgend in oostelijke richting tot de kruising van de provincies Utrecht, Gelderland en Zuid-Holland. Vanaf de kruising van de provincies Utrecht, Gelderland en Zuid-Holland de provinciegrens tussen Zuid-Holland en Gelderland volgend in zuidelijke richting tot de rivier de Linge. De Linge volgend in westelijke richting tot de kruising met de A15. De A15 volgend in westelijke richting tot de rivier de Noord. De Noord volgend in noordwestelijke richting, overgaand in de Nieuwe Maas tot de gemeentegrens van Krimpen a/d IJssel. De gemeentegrens van Krimpen a/d IJssel volgend in noordoostelijke, later in noordwestelijke richting, overgaand in de gemeentegrens van Capelle a/d IJssel tot de kruising met de N219. De N219 volgend in noordoostelijke, afbuigend in noordwestelijke richting totaan de Middelweg. De Middelweg volgend in zuidwestelijke richting tot aan de Rotte. De Rotte volgend in noordelijke richting tot de kruising met A12. De A12 volgend in westelijke richting tot de kruising met de N209. De N209 volgend in noordelijke richting tot de kruising met de gemeentegrens van Zoetermeer. De gemeentegrens van Zoetermeer volgend in noordwestelijke richting tot de ringsloot van de Zoetermeersche Meerpolder. De ringsloot van de Zoetermeersche Meerpolder volgend in zuidelijke richting totaan de gemeentegrens van Zoetermeer.

De gemeentegrens van Zoetermeer volgend in zuidwestelijke richting tot de spoorlijn (Den Haag-Zoetermeer). De spoorlijn (Den Haag-Zoetermeer) volgend in noordwestelijke richting tot de A4. De A4 volgend in noordoostelijke richting tot de spoorlijn (Leiden-Alphen a/d/ Rijn). De spoorlijn (Leiden-Alphen a/d/ Rijn) volgend in oostelijke richting tot de gemeentegrens tussen Zoeterwoude en Rijnwoude. De gemeentegrens tussen Zoeterwoude en Rijnwoude volgend in noordelijke richting tot de Oude Rijn. De Oude Rijn volgend in westelijke richting tot aan de Does. De Does volgend in noordoostelijke richting, in noordwestelijke richting overgaand in de Dwarswetering, in noordelijke richting overgaand in de Zijl, in noordwestelijke richting overgaand in de Groote Sloot, in noordoostelijke richting overgaand in de Warmonderleede, overgaand in de Hofleede, in noordwestelijke richting overgaand in de Dinsdagsche Watering tot de spoorlijn (Leiden-Amsterdam). De spoorlijn (Leiden-Amsterdam) volgend in noordoostelijke richting totaan de Ringvaart van de Haarlemmermeerpolder.

Vanaf de kruising van de spoorlijn Leiden-Amsterdam met de Ringvaart van de Haarlemmermeerpolder de Ringvaart van de Haarlemmermeer volgend in noordelijke richting tot de Lisserweg. De Lisserweg volgend in zuidoostelijke richting tot de spoorlijn Leiden-Schiphol. De spoorlijn Leiden-Schiphol volgend in noordoostelijke richting tot de Venneperweg. De Venneperweg volgend in zuidoostelijke richting tot de gemeentegrens van Aalsmeer. De gemeentegrens van Aalsmeer volgend in noordoostelijke richting tot de bebouwingsgrens van Aalsmeer. De bebouwingsgrens van Aalsmeer volgend in zuidelijke richting tot de rand van de Westeinderplassen. De rand van de Westeinderplassen volgend in zuidelijke richting tot de Dwarsweg. De Dwarsweg volgend in zuidoostelijke richting tot de ringvaart van de Kalslager polder en Uithoornse polder. De ringvaart van de Kalslager polder en Uithoornse polder volgend in noordoostelijke richting en vervolgens zuidoostelijke richting tot het Zijdelmeer . Het Zijdelmeer volgend in zuidoostelijke richting tot de gemeentegrens van Uithoorn. De gemeentegrens van Uithoorn volgend in noordoostelijke richting en vervolgens noordwestelijke richting tot de Zijdelweg. De Zijdelweg, overgaand in de Bovenkerkerweg volgend in noordoostelijke richting tot de Nesserlaan. De Nesserlaan volgend in oostelijke richting tot de oostelijke bebouwingsgrens van Amstelveen. De oostelijke bebouwingsgrens van Amstelveen volgend in noordelijke richting tot de gemeentegrens van Amsterdam. De gemeentegrens van Amsterdam volgend in oostelijke richting tot de Amstel. De Amstel volgend in noordelijke richting tot de A10. De A10 volgend in zuidoostelijke richting tot de A2. De A2 volgend in zuidoostelijke richting tot de gemeentegrens van Abcoude. De gemeentegrens van Abcoude volgend in noordoostelijke richting tot het Gein. Het Gein volgend in noordoostelijke richting tot de Gaasp. De Gaasp en vervolgens de Stammerdijk volgend in noordwestelijke richting tot de Overdiemerweg. De Overdiemerweg in noordoostelijke richting volgend tot de Diemen. De Diemen volgend in oostelijke richting tot het IJmeer. De rand van het IJmeer volgend in oostelijke richting tot het Gooimeer. De rand van het Gooimeer volgend in zuidoostelijke richting tot voormalig fort Ronduit in Naarden. De gracht van voormalig fort Ronduit in zuidelijke richting volgend tot de vestingsingel. De vestingsingel in zuidwestelijke richting volgend tot de Karnemelksloot. De Karnemelksloot in zuidwestelijke richting volgend tot ’Lagerskamp’. Vanaf ’Lagerskamp’ de gemeentegrens van Bussum volgend in zuidelijke richting tot de Franse Kampweg. De Franse Kampweg volgend in westelijke richting tot Noordereind. Noordereind, overgaand in Zuidereind volgend in zuidelijke richting tot de gemeentegrens van Hilversum. De gemeentegrens van Hilversum volgend in zuidoostelijke richting tot de Noodweg. De Noodweg volgend in zuidoostelijke richting en doortrekkend tot de A27. De A27 volgend in noordelijke richting tot de Hilversumse Straatweg. De Hilversumse Straatweg volgend in oostelijke richting tot de oostelijke gemeentegrens van Maartensdijk. De oostelijke gemeentegrens van Maartensdijk volgend in zuidelijke richting tot Biltse Rading 1. Biltse Rading 1 volgend in westelijke richting tot de A27. De A27 volgend in noordelijke richting tot de N230. De N230 volgend in westelijke richting tot het Amsterdam-Rijnkanaal. Het Amsterdam-Rijnkanaal volgend in noordwestelijke richting tot de bebouwingsgrens van Maarssenbroek. De bebouwingsgrens van Maarssenbroek volgend in zuidwestelijke richting tot de A2. De A2 volgend in zuidoostelijke richting tot de Maarssense Weg. De Maarssense Weg in zuidelijke richting volgend en doortrekkend tot de Dorpeldijk. De Dorpeldijk in westelijke richting volgend tot de gemeentegrens van Harmelen. De gemeentegrens van Harmelen volgend in zuidelijke richting tot de A12. De A12 volgend in oostelijke richting tot de A2. De A2 volgend in zuidelijke richting tot de gemeentegrens van IJsselstein. De gemeentegrens van IJsselstein volgend in noordwestelijke richting tot de bebouwingsgrens van IJsselstein. De bebouwingsgrens van IJsselstein volgend in zuidwestelijke richting tot de gemeentegrens van IJsselstein. De gemeentegrens van IJsselstein volgend in zuidoostelijke richting tot de Lek. De Lek volgend in oostelijke richting tot de kruising met de A2.

Ten zuiden van de Beemster uitwatering, ten oosten van de Beemsterringvaart (uitgezonderd de polder De Purmer), ten westen en zuiden van het Noordhollandsch Kanaal tot aan Spijkerboor, vanaf Spijkerboor ten westen van de Beemsterringvaart tot aan de Fenisserbrug (Oostmijzen), vanaf de Fenisserbrug ten zuiden van de Ursemmervaart tot aan Ursem, vanaf Ursem ten oosten en ten zuiden van de Schermerringvaart tot en met de Vuile Graft, vanaf de Vuile Graft ten zuiden van het Noordhollandsch Kanaal tot Kogerpolderkanaal, ten oosten van de Kogerpolderkanaal en de Markervaart (incl. Westwouderpolder) tot aan de Zaan bij Oost-Knollendam, ten oosten van de Zaan tot aan de A8, ten oosten van de A8 tot aan de rondweg van Amsterdam (A10), ten noorden en van de rondweg Amsterdam (A10) tot aan de Uitdammerdijk, ten noorden en ten westen van de Uitdammerdijk (incl. Polder IJdoorn), ten zuiden van de Waterlandse Zeedijk tot en met de Poel, ten zuiden van de dijk liggend ten noorden van de Poel, ten zuiden van Dijksgat tot aan de N247, ten westen van de N247 van Dijksgat tot aan Hooge Dijk te Katwoude, ten noorden en ten westen van de Hoge Dijk, ten westen van de Zuidpolderzeedijk, ten westen van de IJsselmeerdijk tot aan de Beemsteruitwatering.

1. De beheerseenheid bestaat uit grasland.

2. In het zesde jaar zijn op de beheerseenheid tenminste 15 inheemse plantensoorten (incl. mossen) in een vlak van 25 m2 aanwezig.

3. De beheerseenheid is niet bemest.

4. De beheerseenheid wordt minimaal één keer per jaar gemaaid waarbij het gemaaide wordt afgevoerd.

5. Beweiding is uitsluitend toegestaan in de periode van 1 augustus tot 31 december.

6. De beheerseenheid is ten minste 0,5 hectare groot.

Beheersbijdrage per hectare per jaar:

1. De beheerseenheid bestaat uit grasland.

2. Op het tijdstip van subsidieaanvraag zijn op de beheerseenheid tenminste 15 inheemse plantensoorten (incl. mossen) in een vlak van 25 m2 aanwezig.

3. In het zesde jaar zijn op de beheerseenheid tenminste 15 inheemse plantensoorten (incl. mossen) in een vlak van 25 m2 aanwezig.

4. De beheerseenheid wordt minimaal één keer per jaar gemaaid waarbij het gemaaide wordt afgevoerd.

5. De beheerseenheid is niet bemest. Voor instandhoudingsbemesting is toestemming van LASER vereist.

6. Beweiding is uitsluitend toegestaan in de periode van 1 augustus tot 31 december.

7. De beheerseenheid is ten minste 0,5 hectare groot.

Beheersbijdrage per hectare per jaar:

1. De beheerseenheid bestaat uit grasland.

2. Op het tijdstip van subsidieaanvraag zijn op de beheerseenheid tenminste 15 inheemse plantensoorten (incl. mossen) in een vlak van 25 m2 aanwezig.

3. In het zesde jaar zijn op de beheerseenheid tenminste 20 inheemse plantensoorten (incl. mossen) in een vlak van 25 m2 aanwezig.

4. De beheerseenheid wordt minimaal één keer per jaar gemaaid waarbij het gemaaide wordt afgevoerd.

5. De beheerseenheid is niet bemest en niet beweid. Voor instandhoudingsbemesting is toestemming van LASER vereist.

6. De beheerseenheid is ten minste 0,5 hectare groot.

Beheersbijdrage per hectare per jaar:

1. De beheerseenheid bestaat uit grasland.

2. Op het tijdstip van subsidieaanvraag zijn op de beheerseenheid tenminste 15 inheemse plantensoorten (incl. mossen) in een vlak van 25 m2 aanwezig.

3. In het zesde jaar zijn op de beheerseenheid tenminste 20 inheemse plantensoorten (incl. mossen) in een vlak van 25 m2 aanwezig.

4. De beheerseenheid wordt minimaal één keer per jaar gemaaid waarbij het gemaaide wordt afgevoerd.

5. De beheerseenheid is niet bemest.

6. Beweiding is uitsluitend toegestaan in de periode van 1 augustus tot 31 december.

7. De beheerseenheid is ten minste 0,5 hectare groot.

Beheersbijdrage per hectare per jaar:

1. De beheerseenheid bestaat uit grasland.

2. In het zesde jaar zijn op de beheerseenheid tenminste 15 inheemse plantensoorten (incl. mossen) in een vlak van 25 m2 aanwezig.

3. De beheerseenheid bevindt zich op een helling of in uiterwaarden.

4. De beheerseenheid is niet bemest en met ten hoogste 2 gve per hectare beweid. Voor instandhoudingsbemesting is toestemming van LASER vereist.

5. De beheerseenheid is ten minste 0,5 hectare groot.

Beheersbijdrage per hectare per jaar:

1. De beheerseenheid bestaat uit grasland.

2. Op het tijdstip van de subsidieaanvraag zijn op de beheerseenheid tenminste 15 inheemse plantensoorten (incl. mossen) in een vlak van 25 m2 aanwezig.

3. In het zesde jaar zijn op de beheerseenheid tenminste 20 inheemse plantensoorten (incl. mossen) in een vlak van 25 m2 aanwezig.

4. De beheerseenheid bevindt zich op een helling of in uiterwaarden.

5. De beheerseenheid is niet bemest en met ten hoogste 2 gve per hectare beweid. Voor instandhoudingsbemesting is toestemming van LASER vereist.

6. De beheerseenheid is ten minste 0,5 hectare groot.

Beheersbijdrage per hectare per jaar:

1. De beheerseenheid bestaat uit grasland.

2. In het zesde jaar zijn op de beheerseenheid tenminste 20 inheemse plantensoorten (incl. mossen) in een vlak van 25 m2 aanwezig of zijn van de navolgende lijst van plantensoorten tenminste 3 soorten aanwezig in een strook van 100 m lengte:

Blauw glidkruid, Blauwe knoop, Brunel, Dotterbloem, Echte koekoeksbloem, Boterbloem (alle soorten behalve de kruipende boterbloem), Ereprijs (veldereprijs, gewone ereprijs, mannetjesereprijs, blauwe waterereprijs, beekpunge, rode waterereprijs, schildereprijs, draadereprijs, liggend ereprijs, brede ereprijs, lange ereprijs), Ganzerik (viltganzerik, voorjaarsganzerik, tormentil, wateraardbei), Gele lis, Gele morgenster, Havikskruid (alle soorten), Hazepootje, Heelblaadjes, Kale jonker, Kamgras, Kattenstaart, Klokje (alle soorten), Knoopkruid, Lathyrus (alle soorten), Margriet, Moerasspirea, Munt (alle soorten), Ratelaar (kleine ratelaar, grote ratelaar, harige ratelaar), Reukgras, Rolklaver (gewone rolklaver, smalle rolklaver, moerasrolklaver), Sint-Janskruid, Streepzaad (alle soorten), Tijm (wilde tijm, grote wilde tijm), Vergeet-mij-nietje (moerasvergeet-mij-nietje, zompvergeet-mij-nietje, ruw vergeet-mij-nietje, stijf vergeet-mij-nietje), Vogelpootje, Walstro (ruw walstro, moeraswalstro, echt walstro, glad walstro, blauw walstro, kalkwalstro), Waternavel, Wederik (moeraswederik, gewone wederik), Wikke (alle soorten), Wilde bertram, Wilde peen, Wolfspoot, Wondklaver, Zandblauwtje en alle soorten die voorkomen op de Rode Lijst van hogere planten in de categorieën Verdwenen, Zeer sterk bedreigd en Bedreigd, zoals vermeld in Gorteria (Tijdschrift voor de wilde flora), 26 (2000), nr. 4, uitgegeven door het Rijksherbarium te Leiden.

3. De beheerseenheid is niet bemest en er is geen bagger op gebracht.

4. De beheerseenheid heeft een breedte van ten minste 1 en ten hoogste 5 meter en een lengte van ten minste 50 meter.

Beheersbijdrage per hectare per jaar:

1. De beheerseenheid bestaat uit grasland.

2. In het zesde jaar zijn op de beheerseenheid tenminste 20 inheemse plantensoorten (incl. mossen) in een vlak van 25 m2 aanwezig of zijn van de navolgende lijst van plantensoorten tenminste 3 soorten aanwezig in een strook van 100 m lengte:

Blauw glidkruid, Blauwe knoop, Brunel, Dotterbloem, Echte koekoeksbloem, Boterbloem (alle soorten behalve de kruipende boterbloem), Ereprijs (veldereprijs, gewone ereprijs, mannetjesereprijs, blauwe waterereprijs, beekpunge, rode waterereprijs, schildereprijs, draadereprijs, liggend ereprijs, brede ereprijs, lange ereprijs), Ganzerik(viltganzerik, voorjaarsganzerik, tormentil, wateraardbei), Gele lis, Gele morgenster, Havikskruid (alle soorten), Hazepootje, Heelblaadjes, Kale jonker, Kamgras, Kattenstaart, Klokje (alle soorten), Knoopkruid, Lathyrus (alle soorten), Margriet, Moerasspirea, Munt (alle soorten), Ratelaar (kleine ratelaar, grote ratelaar, harige ratelaar), Reukgras, Rolklaver (gewone rolklaver, smalle rolklaver, moerasrolklaver), Sint-Janskruid, Streepzaad (alle soorten), Tijm (wilde tijm, grote wilde tijm), Vergeet-mij-nietje (moerasvergeet-mij-nietje, zompvergeet-mij-nietje, ruw vergeet-mij-nietje, stijf vergeet-mij-nietje), Vogelpootje, Walstro (ruw walstro, moeraswalstro, echt walstro, glad walstro, blauw walstro, kalkwalstro), Waternavel, Wederik (moeraswederik, gewone wederik), Wikke (alle soorten), Wilde bertram, Wilde peen, Wolfspoot, Wondklaver, Zandblauwtje en alle soorten die voorkomen op de Rode Lijst van hogere planten in de categorieën Verdwenen, Zeer sterk bedreigd en Bedreigd, zoals vermeld in Gorteria (Tijdschrift voor de wilde flora), 26 (2000), nr. 4, uitgegeven door het Rijksherbarium te Leiden.

3. De beheerseenheid wordt minimaal één keer per jaar gemaaid waarbij het gemaaide wordt afgevoerd.

4. De beheerseenheid is niet bemest en er is geen bagger op gebracht.

5. De beheerseenheid is niet beweid.

6. De beheerseenheid heeft een breedte van ten minste 1 en ten hoogste 5 meter en een lengte van ten minste 50 meter.

Beheersbijdrage per hectare per jaar:

1. De beheerseenheid bestaat uit grasland.

2. De beheerseenheid grenst direct aan opgaande begroeiing, een rietkraag of waterloop.

3. In het zesde jaar zijn op de beheerseenheid tenminste 15 inheemse plantensoorten (incl. mossen) in een vlak van 25 m2 aanwezig.

4. De beheerseenheid is niet bemest en er is geen bagger op gebracht.

5. De beheerseenheid is niet beweid en het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen is niet toegestaan.

6. Gedurende het eerste tijdvak wordt de beheerseenheid in de eerste drie jaar jaarlijks gemaaid, en wordt het gemaaide afgevoerd; hierbij geldt een maximum van drie maaibeurten per jaar.

7. Na uitvoering van voorwaarde 6, vindt nog slechts om het jaar een maaibeurt plaats, waarbij niet meer dan de helft van de oppervlakte van de beheerseenheid gemaaid wordt, en het gemaaide wordt afgevoerd.

8. De beheerseenheid heeft een breedte van ten minste 1 en ten hoogste 5 meter en een lengte van ten minste 50 meter.

Beheersbijdrage in fl. per hectare per jaar:

1. De beheerseenheid bestaat uit grasland.

2. Variant A: Niet maaien en niet weiden tussen 1 januari en 1 juni.

Variant B: Niet maaien tussen 1 januari en 1 juni en gedurende het gehele jaar niet bemesten.

3. In het zesde jaar zijn op de beheerseenheid tenminste 10 inheemse plantensoorten in een vlak van 25 m2 aanwezig.

4. De beheerseenheid is tenminste 0.5 ha groot.

Beheersbijdrage per hectare per jaar:

1. De beheerseenheid bestaat uit grasland.

2. Er wordt een rustperiode in acht genomen van 1 april tot 1 juni, of van 1 april tot 8 juni, of van 1 april tot 15 juni of van 1 april tot 22 juni.

3. De lengte van de rustperiode wordt bij de aanvraag van de subsidiebeschikking gemeld aan LASER.

4. In de rustperiode is de beheerseenheid niet beweid, gemaaid, gerold, gesleept, gescheurd, gefreesd, (her)ingezaaid, doorgezaaid of bemest. In deze periode is het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen niet toegestaan.

5. De beheerseenheid is ten minste 0,5 hectare groot.

Beheersbijdrage per hectare per jaar:

1. De beheerseenheid is gelegen binnen de oppervlakte van een beheerseenheid als bedoeld in onderdeel 4 van de bijlagen 19, 20, 21 en 22.

2. De beheerseenheid wordt niet eerder gemaaid of geweid dan na een periode van twee weken nadat de rest van het perceel is gemaaid of beweid en niet vroeger dan 22 mei. Tijdstip van maaien wordt bij LASER gemeld.

3. De beheerseenheid bestaat uit één of meer stroken of blokken met een breedte ten minste 2 meter en een gezamenlijke oppervlakte van ten minste 1000 vierkante meter.

4. Ieder jaar kan de beheerder de periode genoemd in onderdeel 2 voor dezelfde oppervlakte op een ander deel van de beheerseenheid als bedoeld in onderdeel 4 van de bijlagen 19, 20, 21, en 22 in acht nemen. De beheerder heeft op het bedrijf een kaart met een aanduiding van de locatie van de stroken of blokken.

Beheersbijdrage per hectare per jaar:

1. De beheerseenheid is jaarlijks in de periode van 15 februari tot 15 april of in de periode van 15 februari tot 15 mei geïnundeerd.

2. In de inundatieperiode staat op tenminste 60% van de beheerseenheid het waterpeil ten minste 5 en ten hoogste 20 cm boven het maaiveld.

3. De beheerseenheid is ten minste 0,1 en ten hoogste 1 hectare groot.

Beheersbijdrage per hectare per jaar:

Beheerspakket: Algemeen weidevogelgebied

1. Het betreft een verzameling beheerseenheden in een terrein die bij de aanvraag voldoet aan een verdunningsfactor van ten hoogste 6. De minister kan op verzoek van de aanvrager om ecologische redenen of redenen met betrekking tot de ruimtelijke samenhang in het terrein van voornoemde factor afwijken.

2. In de verzameling beheerseenheden bevinden zich bij aanvang van het tijdvak, te rekenen per 100 ha, ten minste 25 broedparen van één of meer van de volgende soorten: grutto, kievit, scholekster, tureluur, watersnip, kemphaan, slobeend, zomertaling, veldleeuwerik, wulp, kluut, graspieper, krakeend, kuifeend, wintertaling, gele kwikstaart, kwartelkoning, visdiefje, zwarte stern, paapje, grauwe gors, of bontbekplevier.

3. De beheerseenheden worden beheerd op een wijze als bedoeld in de bijlagen 12 tot en met 18 van deze regeling of door het nemen van nestbeschermingsmaatregelen.

4. Een beheerseenheid met nestbeschermingsmaatregelen is een terrein grasland of bouwland van minimaal 0,5 hectare. De uitvoering van de nestbeschermingsmaatregelen houdt ten minste in dat:

5. Bij de aanvraag kan:

a. in afwijking van bijlage 16 worden aangegeven dat:

b. voor de oppervlakte van een beheerseenheid als bedoeld in onderdeel 4 van deze bijlage tevens een aanvraag worden ingediend voor een beheerseenheid als bedoeld in bijlage 17.

6. Eenmaal per tijdvak kan een beheerder, die een bedrijfsvoering met bouwland niet zijnde maisland, en grasland heeft, bij Laser melden dat de rustperiode genoemd in de in onderdelen 3 en 4 genoemde bijlagen voor het resterende deel van het tijdvak voor dezelfde oppervlakte op een ander bij de aanvang van het tijdvak aangegeven gedeelte van zijn grond in acht wordt genomen. De beheerder heeft op het bedrijf een kaart met een aanduiding van de locatie van de beheerseenheid.

7. Bij de aanvraag bedraagt de minimum-oppervlakte van de verzameling beheerseenheden 100 ha.

8. De beheersbijdrage per hectare per jaar voor de wijze van beheer als bedoeld in onderdeel 3 is gelijk aan de in onderdeel 3 genoemde bijlagen opgenomen bedragen.

De beheersbijdrage per hectare per jaar voor de maatregelen genoemd in onderdeel 4 bedraagt € 52,–.

De beheersbijdrage per hectare per jaar voor de wijzen van beheer als bedoeld in onderdeel 5, subonderdeel a, onder i, bedraagt € 262,–.

De beheersbijdrage per hectare per jaar voor de wijzen van beheer als bedoeld in onderdeel 5, subonderdeel a, onder ii, bedraagt € 273,–.

De beheersbijdrage per hectare per jaar voor de wijzen van beheer als bedoeld in onderdeel 5, subonderdeel a, onder iii, bedraagt € 273,–.

Beheerspakket: Belangrijk algemeen weidevogelgebied

1. Het betreft een verzameling beheerseenheden in een terrein die bij de aanvraag voldoet aan een verdunningsfactor van ten hoogste 6. De minister kan op verzoek van de aanvrager om ecologische redenen of redenen met betrekking tot de ruimtelijke samenhang in het terrein van voornoemde factor afwijken.

2. In de beheerseenheden bevinden zich bij aanvang van het tijdvak, te rekenen per 100 ha, ten minste 50 broedparen van één of meer van de volgende soorten: grutto, kievit, scholekster, tureluur, watersnip, kemphaan, slobeend, zomertaling, veldleeuwerik,wulp, kluut, krakeend, kuifeend, wintertaling, graspieper, gele kwikstaart, kwartelkoning, visdiefje, zwarte stern, paapje, grauwe gors, of bontbekplevier, waarvan ten minste 20 broedparen van de soorten grutto, tureluur, watersnip, kemphaan, slobeend, zomertaling, veldleeuwerik, wulp, kluut, krakeend, kuifeend, wintertaling, graspieper, gele kwikstaart, kwartelkoning, visdiefje, zwarte stern, paapje, grauwe gors, of bontbekplevier.

3. De beheerseenheden worden beheerd op een wijze als bedoeld in de bijlagen 12 tot en met 18 van deze regeling of door het nemen van nestbeschermingsmaatregelen.

4. Een beheerseenheid met nestbeschermingsmaatregelen is een terrein grasland of bouwland van minimaal 0,5 hectare. De uitvoering van de nestbeschermingsmaatregelen houdt ten minste in dat:

5. Bij de aanvraag kan:

a. in afwijking van bijlage 16 worden aangegeven dat:

b. voor de oppervlakte van een beheerseenheid als bedoeld in onderdeel 4 van deze bijlage tevens een aanvraag worden ingediend voor een beheerseenheid als bedoeld in bijlage 17.

6. Eenmaal per tijdvak kan een beheerder, die een bedrijfsvoering met bouwland niet zijnde maisland, en grasland heeft, bij Laser melden dat de rustperiode genoemd in de in onderdelen 3 en 4 genoemde bijlagen voor het resterende deel van het tijdvak voor dezelfde oppervlakte op een ander bij de aanvang van het tijdvak aangegeven gedeelte van zijn grond in acht wordt genomen. De beheerder heeft op het bedrijf een kaart met een aanduiding van de locatie van de beheerseenheid.

7. Bij de aanvraag bedraagt de minimum-oppervlakte van de verzameling beheerseenheden 100 ha.

8. De beheersbijdrage per hectare per jaar voor de wijze van beheer als bedoeld in onderdeel 3 is gelijk aan de in onderdeel 3 genoemde bijlagen opgenomen bedragen.

De beheersbijdrage per hectare per jaar voor de maatregelen genoemd in onderdeel 4 bedraagt € 72,–.

De beheersbijdrage per hectare per jaar voor de wijzen van beheer als bedoeld in onderdeel 5, subonderdeel a, onder i, bedraagt € 262,–.

De beheersbijdrage per hectare per jaar voor de wijzen van beheer als bedoeld in onderdeel 5, subonderdeel a, onder ii, bedraagt € 273,–.

De beheersbijdrage per hectare per jaar voor de wijzen van beheer als bedoeld in onderdeel 5, subonderdeel a, onder iii, bedraagt € 273,–.

Beheerspakket: Soortenrijk weidevogelgebied met kritische soorten

1. Het betreft een verzameling beheerseenheden in een terrein die bij de aanvraag voldoet aan een verdunningsfactor van ten hoogste 6. De minister kan op verzoek van de aanvrager om ecologische redenen of redenen met betrekking tot de ruimtelijke samenhang in het terrein van voornoemde factor afwijken.

2. In de beheerseenheden bevinden zich bij aanvang van het tijdvak, te rekenen per 100 ha, ten minste 75 broedparen van één of meer van de volgende soorten: grutto, kievit, scholekster, tureluur, watersnip, kemphaan, slobeend, zomertaling, veldleeuwerik, wulp, kluut, krakeend, kuifeend, wintertaling, graspieper, gele kwikstaart, kwartelkoning, visdief, zwarte stern, paapje, grauwe gors, of bontbekplevier, waarvan ten minste 35 broedparen van de soorten grutto, tureluur, watersnip, kemphaan, slobeend, zomertaling, veldleeuwerik, wulp, kluut, krakeend, kuifeend, wintertaling, graspieper, gele kwikstaart, kwartelkoning, visdief, zwarte stern, paapje, grauwe gors, of bontbekplevier.

3. De beheerseenheden worden beheerd op een wijze als bedoeld in de bijlagen 12 tot en met 18 van deze regeling of door het nemen van nestbeschermingsmaatregelen.

4. Een beheerseenheid met nestbeschermingsmaatregelen is een terrein grasland of bouwland van minimaal 0,5 hectare. De uitvoering van de nestbeschermingsmaatregelen houdt ten minste in dat:

5. Bij de aanvraag kan:

6. Eenmaal per tijdvak kan een beheerder, die een bedrijfsvoering met bouwland niet zijnde maisland, en grasland heeft, bij Laser melden dat de rustperiode genoemd in de in onderdelen 3 en 4 genoemde bijlagen voor het resterende deel van het tijdvak voor dezelfde oppervlakte op een ander bij de aanvang van het tijdvak aangegeven gedeelte van zijn grond in acht wordt genomen. De beheerder heeft op het bedrijf een kaart met een aanduiding van de locatie van de beheerseenheid.

7. Bij de aanvraag bedraagt de minimum-oppervlakte van de verzameling beheerseenheden 100 ha.

8. De beheersbijdrage per hectare per jaar voor de wijze van beheer als bedoeld in onderdeel 3 is gelijk aan de in onderdeel 3 genoemde bijlagen opgenomen bedragen.

De beheersbijdrage per hectare per jaar voor de maatregelen genoemd in onderdeel 4 bedraagt € 92,–.

De beheersbijdrage per hectare per jaar voor de wijzen van beheer als bedoeld in onderdeel 5, subonderdeel a, onder i, bedraagt € 262,–.

De beheersbijdrage per hectare per jaar voor de wijzen van beheer als bedoeld in onderdeel 5, subonderdeel a, onder ii, bedraagt € 273,–.

De beheersbijdrage per hectare per jaar voor de wijzen van beheer als bedoeld in onderdeel 5, subonderdeel a, onder iii, bedraagt € 273,–.

Bijlage 22 Beheerspakket: Zeer soortenrijk weidevogelgebied met kritische soorten

1. Het betreft een verzameling beheerseenheden in een terrein die bij de aanvraag voldoet aan een verdunningsfactor van ten hoogste 6. De minister kan op verzoek van de aanvrager om ecologische redenen of redenen met betrekking tot de ruimtelijke samenhang in het terrein van voornoemde factor afwijken.

2. In de beheerseenheden bevinden zich bij aanvang van het tijdvak, te rekenen per 100 ha, ten minste 100 broedparen van één of meer van de volgende soorten: grutto, kievit, scholekster, tureluur, watersnip, kemphaan, slobeend, zomertaling, veldleeuwerik, wulp, kluut, krakeend, kuifeend, wintertaling, graspieper, gele kwikstaart, kwartelkoning, visdief, zwarte stern, paapje, grauwe gors, of bontbekplevier, waarvan ten minste 50 broedparen van de soorten grutto, tureluur, watersnip, kemphaan, slobeend, zomertaling, veldleeuwerik, wulp, kluut, krakeend, kuifeend, wintertaling, graspieper, gele kwikstaart, kwartelkoning, visdief, zwarte stern, paapje, grauwe gors, of bontbekplevier.

3. De beheerseenheden worden beheerd op een wijze als bedoeld in de bijlagen 12 tot en met 18 van deze regeling of door het nemen van nestbeschermingsmaatregelen.

4. Een beheerseenheid met nestbeschermingsmaatregelen is een terrein grasland of bouwland van minimaal 0,5 hectare. De uitvoering van de nestbeschermingsmaatregelen houdt ten minste in dat:

5. Bij de aanvraag kan:

6. Eenmaal per tijdvak kan een beheerder, die een bedrijfsvoering met bouwland niet zijnde maisland, en grasland heeft, bij Laser melden dat de rustperiode genoemd in de in onderdelen 3 en 4 genoemde bijlagen voor het resterende deel van het tijdvak voor dezelfde oppervlakte op een ander bij de aanvang van het tijdvak aangegeven gedeelte van zijn grond in acht wordt genomen. De beheerder heeft op het bedrijf een kaart met een aanduiding van de locatie van de beheerseenheid.

7. Bij de aanvraag bedraagt de minimum-oppervlakte van de verzameling beheerseenheden 100 ha.

8. De beheersbijdrage per hectare per jaar voor de wijze van beheer als bedoeld in onderdeel 3 is gelijk aan de in onderdeel 3 genoemde bijlagen opgenomen bedragen.

De beheersbijdrage per hectare per jaar voor de maatregelen genoemd in onderdeel 4 bedraagt € 112,–.

De beheersbijdrage per hectare per jaar voor de wijzen van beheer als bedoeld in onderdeel 5, subonderdeel a, onder i, bedraagt € 262,–.

De beheersbijdrage per hectare per jaar voor de wijzen van beheer als bedoeld in onderdeel 5, subonderdeel a, onder ii, bedraagt € 273,–.

De beheersbijdrage per hectare per jaar voor de wijzen van beheer als bedoeld in onderdeel 5, subonderdeel a, onder iii, bedraagt € 273,–.

Beheerspakket: Faunarand

1. De beheerseenheid grenst aan bouwland.

2. In de beheerseenheid komt in elk jaar van het tijdvak waarvoor subsidie is verleend in ieder geval gedurende de periode van 1 mei tot 1 maart daarop volgend de volgende begroeiing voor: grasachtige vegetaties, kruiden, granen (geen maïs), of mengsels van deze drie. De begroeiing mag ontstaan door inzaai dan wel spontane ontwikkeling. Graanstoppels worden niet als begroeiing aangemerkt.

3. De beheerseenheid is ten minste 6 meter en ten hoogste 12 meter breed en ten minste 50 meter lang.

4. Er is één maaibeurt toegestaan. Deze moet vallen in de periode van 15 juli tot 15 augustus. Ten hoogste de helft van de beheerseenheid mag gemaaid worden.

5. Mechanische en chemische onkruidbestrijding is niet toegestaan, met uitzondering van pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring of kleefkruid. De faunarand mag niet bemest worden, niet bereden worden en er mag geen bagger opgebracht worden.

Beheersbijdrage: € 1292,– per hectare per jaar

1. De beheerseenheid is in gebruik als bouwland.

2. In het zesde jaar zijn op het gedeelte waar dat jaar graan staat tenminste 20 inheemse plantensoorten in een vlak van 25m2 aanwezig. Voor zandgronden met een grondwatertrap VI of VII, geldt dat tenminste 10 inheemse plantensoorten in een vlak van 25 m2 aanwezig dienen te zijn, waarvan ten minste 1 van de soorten slofhak en kleine leeuwenklauw.

3. De beheerseenheid is ten minste 0.5 ha. groot en op tenminste 50% hiervan wordt jaarlijks graan, met uitzondering van maïs, verbouwd.

4. In het gedeelte waarin graan wordt verbouwd, vindt geen bemesting plaats en is het gebruik van chemische onkruidbestrijdingsmiddelen niet toegestaan.

5. Pleksgewijze bestrijding van haarden met akkerdistel, ridderzuring of kleefkruid is toegestaan.

6. In het gedeelte waarin graan wordt verbouwd is mechanische onkruidbestrijding in de periode van 1 april tot de oogst niet toegestaan.

Beheersbijdrage per ha per jaar: fl. 920,-

1. De beheerseenheid is in gebruik als bouwland.

2. Op de beheerseenheid wordt tenminste 3 van de 6 jaar graan, niet zijnde maïs, verbouwd.

3. Op de beheerseenheid wordt in het zesde jaar graan, niet zijnde maïs, verbouwd.

4. In het zesde jaar zijn op de beheerseenheid tenminste 20 inheemse plantensoorten in een vlak van 25m2 aanwezig. Voor zandgronden met een grondwatertrap VI of VII, geldt dat tenminste 10 inheemse plantensoorten in een vlak van 25 m2 aanwezig dienen te zijn, waarvan ten minste 1 van de soorten slofhak en kleine leeuwenklauw.

5. De beheerseenheid is ten minste 0.5 ha. groot.

6. Het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen en kunstmest niet toegestaan.

Beheersbijdrage per ha per jaar: fl. 1280,-

1. De beheerseenheid is in gebruik als bouwland.

2. Op de beheerseenheid wordt in het zesde jaar graan, niet zijnde maïs, verbouwd.

3. In het zesde jaar zijn op de beheerseenheid tenminste 20 inheemse plantensoorten in een vlak van 25m2 aanwezig. Voor zandgronden met een grondwatertrap VI of VII, geldt dat tenminste 10 inheemse plantensoorten in een vlak van 25 m2 aanwezig dienen te zijn, waarvan ten minste 1 van de soorten slofhak en kleine leeuwenklauw.

4. De beheerseenheid is ten minste 0.5 ha. groot.

5. Op de beheerseenheid wordt tenminste vijf van de zes jaren graan, niet zijnde maïs, verbouwd.

6. In de jaren waarin graan wordt verbouwd, is het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen niet toegestaan.

7. Pleksgewijze bestrijding van haarden met akkerdistel, ridderzuring of kleefkruid is toegestaan.

8. Mechanische onkruidbestrijding en grondbewerking zijn gedurende de periode van 1 april tot de oogst niet toegestaan.

Beheersbijdrage per ha per jaar: fl. 1270,-.

1. De beheerseenheid is ten minste 0,5 hectare groot en in gebruik als bouwland.

2. Op de beheerseenheid wordt in het zesde jaar graan, niet zijnde maïs, verbouwd.

3. In het zesde jaar zijn op de beheerseenheid tenminste 25 inheemse plantensoorten in een vlak van 25m2 aanwezig. Voor zandgronden met een grondwatertrap VI of VII, geldt dat tenminste 15 inheemse plantensoorten per 25 m2 aanwezig dienen te zijn, waarvan ten minste 2 van de 3 volgende soorten: korensla, slofhak en kleine leeuwenklauw.

4. Op de beheerseenheid wordt tenminste vijf van de zes jaren graan, niet zijnde maïs, verbouwd.

5. In de jaren waarin graan wordt verbouwd, vindt er in de beheerseenheid geen mechanische onkruidbestrijding plaats vanaf het zaaien tot de oogst en is het gebruik van chemische onkruidbestrijdingsmiddelen niet toegestaan, met uitzondering van pleksgewijze bestrijding van haarden met akkerdistel, ridderzuring of kleefkruid.

6. Bemesting is niet toegestaan afgezien de toepassing van ruige mest ten hoogste 2 van de 6 jaar.

Beheersbijdrage per ha per jaar: fl. 1260,-.

1. De beheerseenheid grenst aan een terrein dat in gebruik is als bouwland.

2. In het zesde jaar zijn tenminste 25 inheemse plantensoorten in een vlak van 25m2 aanwezig. Voor zandgronden met een grondwatertrap VI of VII, geldt dat tenminste 15 inheemse plantensoorten in een vlak van 25 m2 aanwezig dienen te zijn, waarvan ten minste 2 van de 3 volgende soorten: korensla, slofhak en kleine leeuwenklauw.

3. Op de beheerseenheid wordt alle jaren graan, met uitzondering van mais, verbouwd.

4. In de beheerseenheid vindt geen mechanische onkruidbestrijding plaats vanaf het zaaien tot de oogst en is het gebruik van chemische onkruidbestrijdingsmiddelen niet toegestaan, met uitzondering van pleksgewijze bestrijding van haarden met akkerdistel, ridderzuring of kleefkruid.

5. Bemesting van de beheerseenheid is niet toegestaan.

6. De beheerseenheid heeft een breedte van ten minste 3 meter en ten hoogste 12 meter en een lengte van ten minste 50 meter.

Beheersbijdrage per ha per jaar: fl. 1220,-

1. De beheerseenheid is ten minste 0,5 hectare groot.

2. Op de beheerseenheid vindt geen grondbewerking plaats dieper dan 10 centimeter.

3. Hamstermengsel bestaat uit: 15 kilogram rogge, 15 kilogram boekweit of haver, 5 kilogram rode klaver, 4,5 kilogram luzerne, 4 kilogram bloeiende soorten (korenbloem, klaproos, voederwikke, gele ganzebloem), 0,5 kilogram zonnebloem.

4. Op 50% van de oppervlakte wordt wintergraan met luzerne verbouwd en op de overige 50% van de oppervlakte wordt hamstermengsel gezaaid (om en om stroken van maximaal 20 meter breed).

5. De inzaai van wintergraan en luzerne vindt plaats tussen 15 oktober en 1 januari.

6. Voor 1 april wordt 45 kilogram/hectare hamstermengsel gezaaid. Er wordt maximaal 100 kilogram/hectare graan gezaaid in combinatie met 10 kilogram/hectare luzerne. Het inzaaien en het onderwerken van het graan en luzerne vindt op dezelfde dag plaats. De luzerne dient geënt te zijn, indien de laatste twee jaar geen luzerne is verbouwd.

7. 50% van het graan wordt geoogst in de gangbare periode. Hierbij wordt geen stoppelbewerking toegepast tot 15 oktober. De resterende 50% blijft staan tot het voorjaar, waarna hamstermengsel wordt ingezaaid. Het hamstermengsel wordt na 15 oktober afgevoerd. Daarna worden wintergraan en luzerne ingezaaid.

8. De beheerseenheid wordt tenminste drie keer per jaar nagelopen op de aanwezigheid van hamsterburchten (waarvan 1 keer na de graanoogst en 1 keer na afvoer van het hamstermengsel). Het daartoe verstrekte inventarisatieformulier wordt aan de minister toegezonden.

9. In een straal van vijf meter rond de aangetroffen hamsterburchten worden geen werkzaamheden verricht.

10. De zaai- en oogstschema's en de indeling van de beheerseenheid worden gemaakt voor de gehele periode, waarvoor de subsidie is verleend. Ieder jaar vindt wisseling van de teelt plaats op de wijze als bedoeld in het zevende lid.

11. Op de beheerseenheid worden geen bemesting en geen bestrijdingsmiddelen toegepast.

12. De minister kan ontheffing verlenen voor een pleksgewijze mechanische bestrijding van ruigtekruiden.

13. De beheersbijdrage bedraagt € 1967,- per hectare per jaar.

1. Natuurresultaat: Ten minste 90% van de beheerseenheid bestaat uit bos; En ten minste 80% van de oppervlakte van de beheerseenheid is bezet met een of meer van de volgende boomsoorten: Euramerikaanse populier, schietwilg, Westamerikaanse balsempopulier, zwarte balsempopulier en zwarte populier; En het aantal bomen bedraagt ten minste 400 stuks per hectare.

Minimum oppervlakte, behorende bij pakket snelgroeiend loofbos: 5 hectare.

Beheersbijdrage, behorende bij pakket snelgroeiend loofbos: f. 1200,- per hectare per jaar.

1. Natuurresultaat: Ten minste 90% van de beheerseenheid bestaat uit bos; En ten minste 80% van de oppervlakte van de beheerseenheid is bezet met een of meer van de volgende boomsoorten: Corsicaanse den, douglas, fijnspar, sitkaspar; En het aantal bomen bedraagt ten minste 2500 stuks per hectare.

Minimum oppervlakte, behorende bij pakket snelgroeiend naaldbos: 5 hectare.

Beheersbijdrage, behorende bij pakket snelgroeiend naaldbos: f. 1200,- per hectare per jaar.

2. de beplanting bestaat niet uit fijnsparren en sitkasparren bestemd om te dienen als kerstbomen.

1. Geen werkzaamheden verrichten die wijzigingen tot gevolg hebben van de topografische kavel- en perceelsstructuur, het microreliëf, de bodemstructuur of het bodemprofiel.

2. Geen werkzaamheden verrichten die wijzigingen tot gevolg hebben van de begreppeling of de detailontwatering of leiden tot verlaging van de grondwaterstand c.q. slootwaterpeilen.

3. Geen werkzaamheden verrichten die wijziging tot gevolg hebben van de aanwezige landschapselementen, anders dan ten behoeve van het behoud van het element.

4. Indien bij aanvraag van een subsidiebeschikking een particuliere onderbemaling plaatsvindt, dient deze zolang ze voortduurt zodanig te geschieden dat in de winter en in het voorjaar (tot 1 juni) de drooglegging niet verder gaat dan de drooglegging van de niet onderbemalen gronden in het peilvak waartoe dat perceel behoort.

5. De oppervlakte van de beheerseenheid is ten minste 0,5 hectare.

Beheersbijdrage per ha per jaar: op veen: fl. 260; op klei: fl. 180; op zand fl. 180.

Landschapspakket: Houtkade, houtwal, haag en singel

1. Het is een lijnvormig landschapselement met minimaal 90 % bedekking van opgaande begroeiing van inheemse bomen en struiken (zie bijlage 48);

2. Het element is ten minste 50 meter lang en ten hoogste 20 meter breed;

3. Het element bestaat uit hakhout maar mag overstaanders bevatten;

4. Het instandhouden van het element: periodiek onderhoud uitvoeren; geen werkzaamheden verrichten die wijzigingen tot gevolg hebben van het landschapselement anders dan ten behoeve van het behoud van het element; geen chemische bestrijdingsmiddelen of meststoffen gebruiken en niet branden in of in directe omgeving van het element;

5. Werkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 1 september en 1 april.

Beheersbijdrage: € 605,74 per hectare per jaar voor de begroeide oppervlakte

Vervallen

Vervallen

Vervallen

1. Het is een landschapselement met opgaande begroeiing van inheemse bomen of struiken met een bedekking van ten minste 90% voor ten minste 50% opgaande begroeiing van Zwarte els (Alnus glutinosa);

2. Het element is ten minste 50 meter lang;

3. Het element bestaat uit hakhout en mag overstaanders bevatten;

4. Instandhouden van het element: periodiek onderhoud uitvoeren; geen werkzaamheden verrichten die wijzigingen tot gevolg hebben van het landschapselement anders dan ten behoeve van het behoud van het element; geen chemische bestrijdingsmiddelen of meststoffen gebruiken en niet branden in of in de directe omgeving van het element.

5. Werkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 1 september en 1 april.

Beheersbijdrage:

ƒ 48,- per 100 meter per jaar voor een singel bij een bedekking van 90% of meer

1. Het is een vrijliggend landschapselement met opgaande begroeiing;

2. Het element is ten minste 5 en ten hoogste 50 are groot;

3. Het element bestaat uit hakhout en mag overstaanders bevatten;

4. Het element is begroeid met inheemse bomen en struiken (zie bijlage 57);

5. instandhouden van het element: periodiek onderhoud uitvoeren; geen werkzaamheden verrichten die wijzigingen tot gevolg hebben van het landschapselement anders dan ten behoeve van het behoud van het element; geen chemische bestrijdingsmiddelen of meststoffen gebruiken en niet branden in of in de directe omgeving van het element;

6. Werkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 1 september en 1 april;

7. Het element dient permanent te worden gevrijwaard van vraat door vee;

8. Het afzetten gebeurt direct ten hoogste 0,50 meter boven maaiveld, of indien de stobbe hoger is: direct boven de stobbe.

Beheersbijdrage: ƒ 950,- per hectare per jaar

1. Het is een lijnvormig landschapselement met opgaande begroeiing van struikvormende soorten;

2. Het element is ten minste 50 meter lang;

3. Instandhouden van het element: periodiek onderhoud uitvoeren; geen werkzaamheden verrichten die wijzigingen tot gevolg hebben van het landschapselement anders dan ten behoeve van het behoud van het element; geen chemische bestrijdingsmiddelen of meststoffen gebruiken en niet branden in of in de directe omgeving van het element;

4. Werkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 1 juli en 1 april;

5. Het element wordt ten minste eenmaal per 2 jaar geknipt.

Beheersbijdrage: ƒ 1,75 per strekkende meter per jaar

Vervallen

Landschapspakket: Knotbomen

1. Het is een rij of groep van ten minste 10 bomen, waarvan de stam is afgezet op een hoogte van ten minste 1 meter;

2. De onderlinge afstand van de bomen is ten hoogste 20 meter;

3. Instandhouden van het element: periodiek onderhoud uitvoeren; geen werkzaamheden verrichten die wijzigingen tot gevolg hebben van het landschapselement anders dan ten behoeve van het behoud van het element; geen chemische bestrijdingsmiddelen of meststoffen gebruiken en niet branden in of in de directe omgeving van het element;

4. Werkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 1 september en 1 april.

Beheersbijdrage: € 3,70 per boom per jaar

1. Het is een smal, diep ingesneden dal met steile, begroeide wanden;

2. Het element is ten minste 50 meter lang;

3. In geval van opgaande begroeiing dient sprake te zijn van inheemse bomen of struiken (zie bijlage 48);

4. Instandhouden van het element: periodiek onderhoud uitvoeren; geen werkzaamheden verrichten die wijzigingen tot gevolg hebben van het landschapselement anders dan ten behoeve van het behoud van het element; geen chemische bestrijdingsmiddelen of meststoffen gebruiken en niet branden in of in de directe omgeving van het element;

5. Werkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 1 september en 1 april;

6. De begroeiing van de taluds wordt jaarlijks gemaaid (maaisel afvoeren) indien de begroeiing bestaat uit grasachtige of kruidige vegetaties; indien sprake is van opgaande begroeiing.

Beheersbijdrage: ƒ 2.335,- per hectare talud per jaar

1. Het is een boomgaard met fruit- of notenbomen (appel, peer, pruim, kers, walnoot);

2. De boomgaard heeft een oppervlakte van ten minste 25 are, met een dichtheid van ten minste 50 en ten hoogste 200 bomen per hectare;

3. Volgroeide bomen zijn ten minste 4 meter hoog;

4. Instandhouden van het element: periodiek onderhoud uitvoeren; geen werkzaamheden verrichten die wijzigingen tot gevolg hebben van het landschapselement anders dan ten behoeve van het behoud van het element; geen chemische bestrijdingsmiddelen of meststoffen gebruiken en niet branden in of in de directe omgeving van het element;

5. Boomgaard jaarlijks maaien of begrazen;

6. Indien het appel of peer betreft worden de fruitbomen ten minste eenmaal per twee jaar gesnoeid.

Beheersbijdrage: ƒ 20,- per boom per jaar

1. Het is een installatie, die als eendenkooi is geregistreerd in de Openbare Registers, bestaande uit een kooiplas en omringend struweel of bos;

2. Instandhouden van het element als vanginstallatie voor eendachtigen.

3. De beheerseenheid is maximaal 4 hectare groot.

Beheersbijdrage: ƒ 3.291,- per hectare per jaar

1. Ten minste 80% van de oppervlakte van het element bestaat uit open water;

2. Het element heeft een oppervlakte van ten minste 0,5 en ten hoogste 50 are, tenzij het een voortplantingspoel voor amfibieën in het heuvelland betreft;

3. De waterdiepte in de diepste delen is in de periode van 1 oktober tot 1 april ten minste 0,5 meter

4. Instandhouden van het element: geen werkzaamheden verrichten die wijzigingen tot gevolg hebben van het landschapselement anders dan ten behoeve van het behoud van het element; geen chemische bestrijdingsmiddelen of meststoffen gebruiken en niet branden in of in de directe omgeving van het element;

5. Geen water onttrekken aan het element anders dan voor het drenken van vee dat de aan het element grenzende percelen beweidt;

6. Schoningswerkzaamheden, voor zover nodig, alleen verrichten in de periode tussen 1 september en 15 oktober.

Beheersbijdrage:

ƒ 90,- per poel per jaar bij een poel-oppervlakte tot 75 m2

ƒ 140,- per poel per jaar bij een poel-oppervlakte van 75 tot 175 m2

ƒ 170,- per poel per jaar bij een poel-oppervlakte van 175 m2 of meer

1. De begroeiing van het element bestaat voor ten minste 90% uit riet;

2. Het element is ten minste 5 en ten hoogste 50 are groot;

3. Ten minste 10 en ten hoogste 20% riet is tussen een en twee jaar oud;

4. instandhouden van het element: geen werkzaamheden verrichten die wijzigingen tot gevolg hebben van het landschapselement anders dan ten behoeve van het behoud van het element; geen chemische bestrijdingsmiddelen of meststoffen gebruiken en niet branden in of in de directe omgeving van het element;

5. Werkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 1 september en 1 april;

6. Ten minste 80 en ten hoogste 90% van het riet wordt jaarlijks gemaaid.

Beheersbijdrage:

ƒ 1.100,- per hectare per jaar voor rijland

ƒ 1.530,- per hectare per jaar voor vaarland.

1. Het is een veekerend raster t.b.v. een landschapselement;

2. Er is sprake van een beschikking landschapssubsidie voor het landschapselement voor één of meer van de landschapspakketten in de bijlagen 32 tot en met 41 en 43 tot en met 45.

3. Het raster bevindt zich op zodanige afstand van het landschapselement, dat schade door vraat en betreding wordt voorkomen;

4. Instandhouden van een veekerend raster;

5. Jaarlijks worden zo nodig overhangende takken, die de instandhouding van het raster bedreigen, verwijderd.

Beheersbijdrage: ƒ 0,93 per meter per jaar

Het landsdeel, dat wordt gevormd en omsloten door het grondgebied van de gemeenten Hardenberg, Ommen, Nieuwleusen, Zwolle, Hattem, Oldebroek, Elburg, Nunspeet, Harderwijk, Ermelo, Putten, Nijkerk, Amersfoort, Soest, Zeist, Driebergen-Rijssenburg, Wijk bij Duurstede, Amerongen, Rhenen, Kesteren, Dodewaard, Druten, West Maas en Waal, Wamel, Lith, ’s-Hertogenbosch, Heusden, Waalwijk, Geertruidenberg, Drimmelen, Oosterhout, Breda, Etten-Leur, Rucphen en Roosendaal, de rijksgrens met België en de Rijksgrens met Duitsland.

Aalbes, Amandelwilg, Appel, Bastaardbosbes, Beredruif, Beuk, Bezemdophei, Bittere wilg, Bitterzoet, Blauwe bosbes, Bosrank, Bosroos, Boswilg, Braamsoorten, Brem, Duindoorn, Duinroos, Kruising van Eenstijlige en Tweestijlige meidoorn, Eenstijlige meidoorn, Egelantier, Fladderiep, Framboos, Gagel, Gladde iep, Gaspeldoorn, Gelderse roos, Gele kornoelje, Geoorde wilg, Gewone dophei, Gewone es, Gewone esdoorn, Gewone vlier, Grauwe abeel, Kruising van Grauwe en Geoorde wilg, Grauwe wilg, Grove den, Haagbeuk, Hazelaar, Heggeroos, Hollandse linde, Hondsroos, Hulst, Jeneverbes, Kruising van Katwilg en Grauwe wilg, Kleinbloemige roos, Klimop, Kruising van Koraalmeidoorn en Tweestijlige meidoorn, Koraalmeidoorn, Kraagroos, Kraaihei, Kraakwilg, Krent, Kruipbrem, Kruipwilg, Kruisbes, Laurierwilg, Lavendelhei, Maretak, Mispel, Peer, Ratelpopulier, Rijsbes, Rode bosbes, Rode dophei, Rode kamperfoelie, Rode kornoelje, Rode paardekastanje, Rood peperboompje, Rossige wilg, Ruwe berk, Ruwe iep, Kruising van Schietwilg en Kraakwilg, Schietwilg, Sleedoorn, Spaanse aak, Sporkehout, Stekelbrem, Struikhei, Tamme kastanje, Taxus, Trosbes, Trosvlier, Tweestijlige meidoorn, Verfbrem, Viltroos, Vogelkers, Wegedoorn, Wilde kamperfoelie, Wilde kardinaalmuts, Wilde liguster, Wilde lijsterbes, Wilde peer, Kruising van Wintereik en zomereik, Wintereik, Winterlinde, Witte els, Witte paardekastanje, Wollige sneeuwbal, Zachte berk, Zoete kers, Zomereik, Zomerlinde, Zuurbes, Zwarte bes, Zwarte els, Zwarte populier.

Hierbij komen:

ondergetekende sub 1, [naam, voorletters], [woonachtig] / [gevestigd] [straatnaam, huisnummer] te [postcode, woonplaats], hierna te noemen de beheerder,

ondergetekende sub 2, [naam, voorletters], [woonachtig] / [gevestigd] [straatnaam, huisnummer] te [postcode, woonplaats], hierna te noemen de subsidieaanvrager,

de Staat der Nederlanden, ten deze vertegenwoordigd door de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

ter uitvoering van het bepaalde in artikel 4 van de Subsidieregeling Agrarisch Natuurbeheer in verband met de beschikking tot subsidieverlening van [datum] onder [nummer] aan de subsidieaanvrager overeen dat:

de subsidieaanvrager hierbij het recht op uitbetaling van subsidies en voorschotten, die in verband met voornoemde beschikking zijn of worden verleend, bevoorschot, of vastgesteld aan de beheerder overdraagt;

de beheerder zich verbindt tot de nakoming van de verplichtingen waartoe de subsidieaanvrager is gehouden;

de beheerder zich verbindt bij overdracht van het gebruiksrecht van de verkrijger te bedingen dat deze, vanaf het moment van verkrijging, de verplichtingen nakomt waartoe de subsidieaanvrager is gehouden en zulks ook van zijn rechtsopvolger zal bedingen;

de beheerder zich borgstelt jegens de Staat der Nederlanden voor de terugbetaling van onverschuldigd betaalde subsidies en voorschotten in verband met voornoemde beschikking tot subsidieverlening.

Deze overeenkomst wordt na ondertekening door de ondergetekenden sub 1 en sub 2 toegezonden aan het agentschap Laser als vertegenwoordiger van de Staat der Nederlanden. Het agentschap Laser draagt er zorg voor dat de beheerder en de subsidieaanvrager een afschrift ontvangen.

Gedaan te [woonplaats] op [datum]

De beheerder

[naam

[handtekening]

De subsidieaanvrager

[naam

[handtekening]

De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

voor deze,

de Teammanager agentschap Laser

[naam

[handtekening]