U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 17-10-2007.
Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 27 januari 2000, houdende regels voor het lozen op oppervlaktewater dat samenhangt met agrarische activiteiten in de open grond alsmede gebruiksvoorschriften voor bestrijdingsmiddelen (Lozingenbesluit open teelt en veehouderij)Lozingenbesluit open teelt en veehouderijWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat van 30 juni 1999, nr. CDJZ/BVW 967-99, en de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, gedaan mede namens Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, drs. J.F. Hoogervorst;

Gelet op de richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 december 1991, 91/676/EEG (PbEG L375) inzake de bescherming van water tegen verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen, gelet op de artikelen 1, 2a, 2b, 2c, tweede lid, van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren en mede gelet op artikel 13 van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962, voorzover het betreft de artikelen 1, 2, 3, 5, 13, 14, 15, 17, 21 en 25;

De Raad van State gehoord (advies van 18 november 1999, no. W09.99.0322/V);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat van, nr. CDJZ/2000-83 en de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, uitgebracht mede namens Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.F. Hoogervorst;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage27 januari 2000Beatrix De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat,J. M. de Vries De Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,G. H. Faber De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer a.i.,T. Netelenbos De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,E. Borst-Eilers De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,J. F. Hoogervorstde eerste februari 2000De Minister van Justitie,A. H. Korthals

Indien een voorschrift dat is opgenomen in dit besluit inhoudt dat daarbij aangegeven middelen ter voorkoming of beperking van verontreiniging van het oppervlaktewater moeten worden toegepast, kan degene die agrarische activiteiten uitvoert andere middelen toepassen mits hij, voordat hij die andere middelen toepast, aan de waterkwaliteitsbeheerder aantoont dat met de door hem gekozen middelen een tenminste gelijkwaardige bescherming van het oppervlaktewater wordt bereikt.

Vervallen

Indien zich als gevolg van agrarische activiteiten dan wel van activiteiten die daarmee verband houden een ongewoon voorval voordoet of heeft voorgedaan, waardoor nadelige gevolgen voor de kwaliteit van het oppervlaktewater zijn ontstaan of dreigen te ontstaan,

De bij of krachtens de artikelen 13 en 15 gestelde voorschriften zijn niet van toepassing indien de directeur van de Plantenziektenkundige Dienst, of deze directeur namens Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit op grond van of krachtens artikel 3 van de Plantenziektenwet, de gebruiker van gewasbeschermingsmiddelen heeft aangezegd deze middelen te gebruiken ter voorkoming van het optreden en van de verbreiding van schadelijke organismen en ter bestrijding daarvan, dan wel de verplichting tot dit gebruik op grond van of krachtens artikel 3 van de Plantenziektenwet aan deze gebruiker is opgelegd.

Onze Minister zendt in overeenstemming met Onze Minister van Landbouw, Natuur- en Voedselkwaliteit en Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer binnen vier jaar na de inwerkingtreding van dit besluit en vervolgens telkens na vier jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de mate waarin dit besluit bijdraagt aan het behalen van de waterkwaliteitsdoelstellingen.

Vervallen

In afwijking van artikel 13, zesde lid, bedraagt de teeltvrije zone van percelen die niet breder zijn dan 70 m en aan de zijde parallel of nagenoeg parallel aan de gewasrijen worden begrensd door oppervlaktewater tot 1 januari 2010 tenminste 150 cm, indien bij de bespuiting van de buitenste gewasrij geen gebruik wordt gemaakt van naar het oppervlaktewater gerichte apparatuur.

In een geval, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel k, onder 2°, de zinsnede beginnend met «tenzij» en eindigend met «besluit,» wordt dit besluit van toepassing voor het desbetreffende lozen met ingang van de datum waarop de beschikking tot intrekking van de vergunning, onherroepelijk is geworden.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Met de in dit besluit bedoelde middelen en methoden worden gelijkgesteld middelen en methoden die rechtmatig zijn vervaardigd of in de handel zijn gebracht in een andere lidstaat van de Europese Unie, dan wel rechtmatig zijn vervaardigd in een staat die partij is bij de Overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte, en die aan ten minste gelijkwaardige technische eisen voldoen.

Dit besluit treedt in werking met ingang van het tijdstip liggende vier weken na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit wordt aangehaald als: Lozingenbesluit open teelt en veehouderij.

Overzicht van landbouwhuisdieren en landbouwgewassen

Landbouwhuisdieren en landbouwgewassen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van het Lozingenbesluit open teelt en veehouderij zijn de onderstaande gewassen en dieren voorzover deze geteeld of gekweekt onderscheidenlijk gefokt, gemest of gehouden worden in of ten behoeve van de akkerbouw, de vollegrondsgroententeelt, de fruitteelt, de bloembollenteelt, de vollegrondsbloemisterij, de boomkwekerij, de glastuinbouw, de teelt in potten, containers of substraat, de paddestoelenteelt, de witloftrekkerij, de graasdierhouderij, de hokdierhouderij en de gemengde veehouderij.

Als gebied als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel j, zijn aangewezen: