U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-10-2004.

Ministeriële regeling · BWBR0012002

Voorschrift Vreemdelingen 2000

Wijzigingen Officiële bron

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.het Besluit:

het Vreemdelingenbesluit 2000;

b.de BVV:

de door de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie aangehouden Basisvoorziening Vreemdelingen;

c.de TWV:

de tewerkstellingsvergunning, bedoeld in artikel 1, onder e, van de Wet arbeid vreemdelingen;

d.de GBA:

de Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens, bedoeld in de Wet Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens.

Ter uitvoering van een verdrag waarbij de grenscontrole is verlegd naar de buitengrenzen, wordt onder 'Nederland' in de artikelen 4.7 en 4.8 mede verstaan het grondgebied van andere bij dat verdrag aangesloten landen waarover de werking van dat verdrag zich uitstrekt.

Voorzover uit een wettelijk voorschrift niet anders voortvloeit, worden de bevoegdheden genoemd in deze regeling uitgeoefend namens de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie. Bij de uitoefening van deze bevoegdheden worden de algemene en bijzondere aanwijzingen van de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie in acht genomen.

Als de staten, bedoeld in artikel 2.3, derde lid, onder a, van het Besluit, zijn aangewezen de staten, vermeld in kolom A van bijlage 2 bij deze regeling, voor zover de vreemdeling:

Als de categorieën vreemdelingen, bedoeld in artikel 2.3, derde lid onder b, van het Besluit zijn aangewezen de vreemdelingen die behoren tot een van de categorieën, opgenomen in bijlage 3 bij deze regeling, voor zover de vreemdeling:

Als de vliegvelden in Nederland, bedoeld in artikel 2.4, derde lid, van het Besluit, zijn aangewezen de vliegvelden, vermeld in bijlage 4 bij deze regeling.

Als de staten, bedoeld in artikel 2.4, zesde lid, onder a, van het Besluit zijn aangewezen: Afghanistan, Algerije, Bangladesh, Buiten-Mongolië, de Chinese Volksrepubliek, Cuba, de Democratische Republiek Congo, Egypte, Ethiopië, Ghana, India, Irak, Iran, Jordanië, Koeweit, Libanon, Libië, Marokko, Nigeria, Noord-Korea, Pakistan, Somalië, Sri Lanka, Syrië, Tunesië, Turkije en Vietnam.

De aantekening, bedoeld in artikel 2.6, vijfde lid, van het Besluit, luidt: 'Toegang tot het Beneluxgebied verleend van (datum) tot (datum), artikel 2.6 Vreemdelingenbesluit (inreisstempel en handtekening van de ambtenaar die de toegang verleent)'.

De aantekening, bedoeld in artikel 2.7, vijfde lid, van het Besluit, luidt: 'Toegang tot het Beneluxgebied verleend van (datum) tot (datum), artikel 2.7 Vreemdelingenbesluit (inreisstempel en handtekening van de ambtenaar die de toegang verleent)'.

Voor de ondertekening door een daartoe solvabele derde van de garantverklaring, bedoeld in artikel 2.11, derde lid, van het Besluit, wordt bij het verlenen van toegang aan:

De ambtenaren belast met de grensbewaking zijn bevoegd de vreemdeling aan wie de toegang is geweigerd, de verplichting, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Wet, op te leggen.

Als document waaruit het rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, onder j, van de Wet, blijkt, zijn aangewezen de volgende documenten en verklaringen, waarbij het vastgestelde model van dat document of die verklaring wordt aangegeven:

Als document waaruit het rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, onder k, van de Wet blijkt, is aangewezen de Sticker Verblijfsaantekeningen Algemeen van het model dat als bijlage 7g bij deze regeling is gevoegd, voorzien van de aantekening 'verblijf als bedoeld in artikel 8, onder k, Vw 2000 tot (datum). Arbeid wel/niet toegestaan; tewerkstellingsvergunning wel/niet vereist'.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De beperkingen, bedoeld in artikel 3.4, vierde lid, van het Besluit, omvatten de beperkingen, bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, onder a en b, van het Besluit, slechts voorzover op het verblijfsdocument de aantekening is geplaatst 'arbeid niet toegestaan'.

Als de landen, bedoeld in de artikelen 3.21, 3.23, vierde lid, onder c, 3.31, tweede lid, onder d, en 3.79, tweede lid, van het Besluit, zijn aangewezen:

Het model van de garantverklaring, bedoeld in de artikelen 3.12, derde lid, 3.29, derde lid, en 3.43, tweede lid, van het Besluit, is opgenomen in bijlage 6c van deze regeling.

Het model van de verklaring, bedoeld in artikel 3.33, tweede lid, van het Besluit, is opgenomen in bijlage 9 van deze regeling.

Het model van de verklaring, bedoeld in artikel 3.43, derde lid, van het Besluit, is opgenomen in bijlage 10 bij deze regeling.

Het model van de garantverklaring, bedoeld in artikel 3.44, tweede lid, van het Besluit, is opgenomen in bijlage 11 van deze regeling.

Het model van de antecedentenverklaring, bedoeld in de artikelen 3.77, vierde lid, en 3.86, negende lid, van het Besluit, is opgenomen in bijlage 12 bij deze regeling.

De aanvraag tot het verlenen of wijzigen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 van de Wet, wordt gedaan door indiening van een formulier van het in bijlage 13 bij deze regeling met de letter a aangeduide model.

Vervallen

Vervallen

De aanvraag tot toetsing van het verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan en tot afgifte van een verblijfsdocument waaruit het rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, onder e, van de Wet blijkt, wordt gedaan door indiening van een formulier van het in bijlage 13 bij deze regeling met de letter e aangeduide model.

De aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 van de Wet, wordt gedaan door indiening van een formulier van het in bijlage 13 bij deze regeling met de letter f aangeduide model.

Vervallen

De aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 20 van de Wet, wordt gedaan door indiening van een formulier van het in bijlage 13 bij deze regeling met de letter h aangeduide model.

Bij de indiening van de aanvraag, bedoeld in de artikelen 14 en 20 van de Wet, verklaart de vreemdeling of de wettelijk vertegenwoordiger ermee bekend te zijn dat de verblijfsrechtelijke gegevens via de koppelingen tussen het IND-informatiesysteem en de GBA worden doorgegeven aan instanties die deze gegevens voor de beoordeling van voorzieningen nodig hebben.

De aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 14 van de Wet, wordt ingediend bij het kantoor van de Immigratie- en Naturalisatiedienst te Zwolle.

De aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 20 van de Wet, wordt ingediend bij het kantoor van de Immigratie- en Naturalisatiedienst te Zwolle.

De in artikel 3.102, tweede lid, van het Besluit genoemde gegevens en bescheiden worden op verzoek van Onze Minister overgelegd bij de burgemeester van de gemeente waar de vreemdeling woon- of verblijfplaats heeft.

Indien bij het Besluit gevallen zijn aangewezen waarin de verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 28 van de Wet, wordt verleend voor minder dan vijf achtereenvolgende jaren, is de korpschef van het regionale politiekorps waarin de gemeente is gelegen waar de vreemdeling zijn woon- of verblijfplaats heeft, bevoegd om de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning in te willigen, tenzij Onze Minister zich bij het verlenen of bij het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning de bevoegdheid tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning heeft voorbehouden.

De korpschef die bevoegd is de aanvraag in te willigen of af te wijzen, is bevoegd om:

De aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28 van de Wet, wordt gedaan door indiening van een formulier van het in bijlage 13 bij deze regeling met de letter i aangeduide model.

De aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28 van de Wet, wordt gedaan door indiening van een formulier van het in bijlage 13 bij deze regeling met de letter j aangeduide model.

De aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 33 van de Wet, wordt gedaan door indiening van een formulier van het in bijlage 13 bij deze regeling met de letter k aangeduide model.

Bij de indiening van de aanvraag, bedoeld in de artikelen 28 en 33 van de Wet, verklaart de vreemdeling of de wettelijk vertegenwoordiger ermee bekend te zijn dat de verblijfsrechtelijke gegevens via de koppelingen tussen het IND-informatiesysteem en de GBA worden doorgegeven aan instanties die deze gegevens voor de beoordeling van voorzieningen nodig hebben.

De aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning bedoeld in artikel 33 van de Wet, wordt ingediend bij de korpschef van het regionale politiekorps waarin de gemeente is gelegen waarin de vreemdeling woon- of verblijfplaats heeft.

Met het toezicht op de naleving van de wettelijke voorschriften met betrekking tot vreemdelingen zijn belast de ambtenaren, bedoeld in artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering, die ingevolge een akte en proces-verbaal van beëdiging van de Procureur-generaal zijn belast met opsporing van een of meer strafbare feiten ingevolge de Wet.

Het teken, bedoeld in artikel 4.9, onder a, van het Besluit, is een blauw flikkerlicht.

Voor het stellen van aantekeningen in de reis- en identiteitspapieren van de vreemdeling, bedoeld in artikel 4.29 van het Besluit, wordt gebruik gemaakt van het model dat als bijlage 7j bij deze regeling is gevoegd.

De aantekening, bedoeld in artikel 4.29 van het Besluit, omtrent het voldoen aan een verplichting tot aanmelding of vervoeging bij een korpschef ingevolge de artikelen 4.39, 4.47 tot en met 4.51 van het Besluit luidt: 'Aangemeld op (datum)'. Indien het betreft een vreemdeling die naar Nederland is gekomen om als zeeman werk te zoeken aan boord van een zeeschip, wordt de aantekening aangevuld met de zinsnede 'voor verblijf als zeeman tot (datum)'.

De aantekening omtrent verandering van woon- of verblijfplaats binnen Nederland, bedoeld in artikel 4.29, eerste lid, onder b, van het Besluit, luidt: 'verhuisd op (datum)'.

De korpschef is bevoegd om met toepassing van artikel 4.51 van het Besluit:

Indien de korpschef of de bevelhebber van de Koninklijke marechaussee de bevoegdheid, bedoeld in artikel 50, vierde lid, van de Wet, mandateert, doet hij dat niet dan aan een ambtenaar, belast met het toezicht op vreemdelingen, die tevens hulpofficier van justitie is.

De maatregel, bedoeld in artikel 59 van de Wet, wordt opgelegd en opgeheven door de ambtenaar bedoeld in artikel 47, eerste lid, onder a en b, van de Wet, die tevens hulpofficier van justitie is.

De hulpofficier van justitie, die bevoegd is tot inbewaringstelling, is bevoegd tot het nemen van het besluit, bedoeld in artikel 5.5, eerste lid, van het Besluit en tot het doen van de kennisgeving, bedoeld in artikel 5.5, tweede lid, van het Besluit.

De korpschef en de bevelhebber van de Koninklijke marechaussee zijn bevoegd de kosten van verwijdering te verhalen op de vreemdeling of op een vervoersonderneming.

Het Voorschrift Vreemdelingen wordt ingetrokken.

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet in werking treedt.

Deze regeling kan worden aangehaald onder de titel: Voorschrift Vreemdelingen 2000.

De categorieën vreemdelingen, bedoeld in artikel 2.3 Voorschrift Vreemdelingen, zijn:

Bovenstaande verblijfstitels geven als vervanging van het visum alleen recht op visumvrije binnenkomst, indien zij in een paspoort zijn aangebracht, dan wel als visumverklaring bij een paspoort zijn gevoegd; zij geven geen recht op visumvrije binnenkomst indien zij als nationaal identiteitsdocument in een paspoortvervangend document zijn aangebracht. De verblijfstitels ‘Aussetzung der Abschiebung (Duldung)’ (opgeschorte uitzettingsmaatregel), alsmede ‘Aufenthaltsgestattung für Asylbewerber’ (voorlopige verblijfstitel voor asielzoekers) geven geen recht op visumvrije binnenkomst.

Voor houders van geldige, door het Ministerie van Buitenlandse Zaken afgegeven accreditatiebewijzen is visumvrije binnenkomst toegestaan.

Meerderjarige vreemdelingen die in het bezit zijn van één der onderstaande documenten:

Minderjarige vreemdelingen die in het bezit zijn van één der onderstaande documenten:

Gewezen zij op het feit dat de ontvangstbewijzen van een eerste aanvraag van een verblijfstitel niet geldig zijn. Ontvangstbewijzen van verzoeken tot hernieuwing of wijziging van de verblijfstitel worden als geldig beschouwd, voor zover deze bij de oorspronkelijke verblijfstitel zijn gevoegd.

De ‘attestations de fonctions’ délivrées par le protocole du Ministère des Affaires étrangères (beroepsgetuigschriften afgegeven door het protocol van het Ministerie van Buitenlandse Zaken) worden niet als verblijfstitel aangemerkt. De houders van deze documenten dienen tevens over één of meerder verblijfstitels op grond van het Gemeenschapsrecht te beschikken.

Vreemdelingen die in het bezit zijn van een door een Schengenstaat afgegeven verblijfstitel of terugkeer visum (zie onder C) dan wel zonodig van beide documenten, tenzij zij gesignaleerd staan op de nationale opsporingslijst.

Staatlozen die in het bezit zijn van een geldig Belgisch ‘reisbewijs voor vreemdelingen’, een geldige ‘Fremdenpass’ afgegeven door de autoriteiten van de Bondsrepubliek Duitsland, een geldige Franse of Luxemburgse ‘titre d’identité et de voyage’, een geldig Nederlands paspoort voor vreemdelingen of een geldig Zwitsers ‘passeport pour étrangers’ (Pass für Ausländer), mits deze documenten zijn voorzien van een drietalig stempel voor Rijnschippers en de houder ervan rijnvarende is.

Vreemdelingen die in het bezit zijn van een geldig bewijs van vlieggeschiktheid (Flightcrew Member’s License) of een geldig certificaat van vliegtuigbemanningslid (Crew Member Certificate) doch uitsluitend:

Vreemdelingen die in het bezit zijn van een ‘bijzonder doorlaatbewijs’ (laissez-passer spécial) van het bij deze bijlage behorende model, afgegeven door een met de grensbewaking belaste ambtenaar van een der Beneluxlanden, doch uitsluitend hetzij voor doorreis, hetzij voor een verblijf hetwelk de in dat document aangegeven tijdsduur niet te boven gaat.

model 1994

model 1997

aanvraagformulier model a, behorend bij artikel 3.26, eerste lid, Voorschrift Vreemdelingen

aanvraagformulier model b, behorend bij artikel 3.26, tweede lid, Voorschrift Vreemdelingen

Vervallen.

aanvraagformulier model c, behorend bij artikel 3.27 Voorschrift Vreemdelingen

Vervallen.

aanvraagformulier model d, behorend bij artikel 3.28 Voorschrift Vreemdelingen

Vervallen.

aanvraagformulier model e, behorend bij artikel 3.29 Voorschrift Vreemdelingen

aanvraagformulier model f, behorend bij artikel 3.30 Voorschrift Vreemdelingen

aanvraagformulier model g, behorend bij artikel 3.31 Voorschrift Vreemdelingen

Vervallen.

aanvraagformulier model h, behorend bij artikel 3.32 Voorschrift Vreemdelingen

aanvraagformulier model i, behorend bij artikel 3.38 Voorschrift Vreemdelingen

aanvraagformulier model j, behorend bij artikel 3.39 Voorschrift Vreemdelingen

aanvraagformulier model k, behorend bij artikel 3.40 Voorschrift Vreemdelingen