Ministeriële regeling · BWBR0012103

Regeling bijzondere ontslaguitkering politie

Wijzigingen Officiële bron
Regeling bijzondere ontslaguitkering politieRegeling bijzondere ontslaguitkering politieDe Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

gelet op artikel 88, achtste lid, en op artikel 88a, vijfde lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.G. deVries

In deze regeling wordt verstaan onder:

Vervallen

De Minister kan bepalen, dat bepaalde inkomsten geheel of ten dele niet worden aangemerkt als inkomsten in de zin van artikel 7.

Indien de betrokkene ongeschikt is tot het verrichten van arbeid wegens ziekte, en de ziekte is ontstaan voorafgaand aan zijn ontslag dan wel binnen een maand na zijn ontslag, kan hij door het bevoegd gezag worden verplicht zich geneeskundig te laten onderzoeken.

Ten aanzien van de betrokkene, die na zijn ontslag uit hoofde van ziekte of arbeidsongeschiktheid nog aanspraken in verband met de betrekking waaruit hij is ontslagen, heeft of krijgt, wordt de uitkering dan wel de toelage, bedoeld in artikel 15, tot het einde van de periode, waarover die aanspraken bestaan, verminderd met het bedrag daarvan.

Indien de betrokkene de gegevens, die noodzakelijk zijn voor de vaststelling of de vermindering van de uitkering niet, niet volledig of onjuist verstrekt, kan worden bepaald, dat de uitkering, zolang zulks het geval is, niet of slechts gedeeltelijk wordt uitbetaald.

Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2001.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling bijzondere ontslaguitkering politie.