Ministeriële regeling · BWBR0012743

Regeling toepassing mechanische middelen jeugdigen

Wijzigingen Officiële bron
Regeling toepassing mechanische middelen jeugdigen Regeling toepassing mechanische middelen jeugdigenDe Minister van Justitie,

Gelet op artikel 38, derde lid, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen;

Gezien het advies van het College van advies voor de justitiële kinderbescherming van 12 oktober 2000, kenmerk 5056746/00/TH/rb;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Justitie, A.H. Korthals

In deze regeling wordt verstaan onder:

Een mechanisch middel voldoet aan de volgende eisen:

Bij de toepassing van mechanische middelen bij een jeugdige stelt de directeur de ouders of voogd, stiefouder of pleegouders en de gecertificeerde instelling, bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet daarvan zo spoedig mogelijk op de hoogte.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 september 2001.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling toepassing mechanische middelen jeugdigen.