Ministeriële regeling · BWBR0012745

Regeling geweldsinstructie justitiële jeugdinrichtingen

Wijzigingen Officiële bron
Regeling geweldsinstructie justitiële jeugdinrichtingenRegeling geweldsinstructie justitiële jeugdinrichtingenDe Minister van Justitie,

Gelet op artikel 40, vierde lid, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen;

Gezien het advies van het College van advies voor de justitiële kinderbescherming van 30 mei 2000, kenmerk 5032390/C/TH/JMO;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Justitie, A.H.Korthals

In deze regeling wordt verstaan onder:

Een personeelslid of medewerker kan ten aanzien van een jeugdige, ten behoeve van het vervoer of interne overplaatsing, een broekstok of handboeien aanleggen.

Het is een personeelslid of medewerker niet toegestaan de in artikel 1, onder g, genoemde geweldsmiddelen aan te wenden.

In afwijking van artikel 3 kunnen de in artikel 1, onder g, sub 1 en 2 genoemde geweldsmiddelen met toestemming van de directeur of de selectiefunctionaris uitsluitend worden toegepast door personeelsleden of medewerkers:

Het gebruik van een semi-automatisch pistool is slechts geoorloofd:

Het gebruik van een semi-automatisch schoudervuurwapen is slechts geoorloofd om direct gevaar voor het leven van personen of voor het ontstaan van zwaar lichamelijk letsel af te wenden.

Het personeelslid of de medewerker die krachtens artikel 6 bevoegd is tot het gebruik van een vuurwapen, mag in verband met zijn eigen veiligheid of die van anderen slechts uit voorzorg een vuurwapen ter hand nemen, indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat een situatie ontstaat waarin hij bevoegd is het vuurwapen te gebruiken. Zodra blijkt dat een dergelijke situatie zich niet voordoet, wordt het vuurwapen terstond opgeborgen.

Deze regeling treedt in werking op 1 september 2001.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling geweldsinstructie justitiële jeugdinrichtingen.