Ministeriële regeling · BWBR0012923

Regeling opleidingsinstellingen voor luchtvarenden 2001

Wijzigingen Officiële bron
Regeling opleidingsinstellingen voor luchtvarenden 2001 Regeling opleidingsinstellingen voor luchtvarenden 2001De Minister van Verkeer en Waterstaat,

Gelet op artikel 13, eerste lid, van het Besluit bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaart;

Besluit:

De Minister van Verkeer en Waterstaat,T. Netelenbos

De aanvraag tot registratie, erkenning of goedkeuring dan wel hernieuwde afgifte van een registratie, erkenning of goedkeuring wordt gedaan op een daartoe door de minister verstrekt aanvraagformulier.

De aanvraag tot registratie of goedkeuring gaat vergezeld van:

De aanvraag tot opnieuw registreren van een opleidingsinstelling gaat vergezeld van die gegevens en bescheiden, genoemd in artikel 4, ten aanzien waarvan wijzigingen hebben plaatsgevonden.

Een goedgekeurde opleidingsinstelling, geregistreerde opleidingsinstelling of erkende taalbeoordelingsinstantie stelt de minister terstond op de hoogte van wijzigingen met betrekking tot bij de aanvraag tot goedkeuring, registratie of erkenning aan de minister geleverde informatie.

Vervallen

Voor de erkenning van een opleidingsinstelling met betrekking tot het aanbieden en afnemen van de test ten behoeve van de taalvaardigheidsaantekening, dient de aanvrager te beschikken over een test waarmee de taalvaardigheid, bedoeld in FCL.055 van verordening (EU) nr. 1178/2011, kan worden aangetoond.

Een bewijs van registratie, onderscheidenlijk, een registratie, afgegeven op basis van artikel 3 van de Regeling opleidingsinstellingen voor luchtvarenden, worden een bewijs van registratie, onderscheidenlijk, een registratie op basis van de Regeling opleidingsinstellingen voor luchtvarenden 2001.

De bijlagen bij deze regeling, met uitzondering van de bijlagen 2, 4 en 5, liggen ter inzage bij het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

De Regeling opleidingsinstellingen voor luchtvarenden wordt ingetrokken.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 november 2001 en werkt terug tot en met 1 oktober 2001.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling opleidingsinstellingen voor luchtvarenden 2001.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

De opleiding voor RPL(A)MLA wordt aangeboden door een geregistreerde opleiding met instructeurs die in het bezit zijn van geldige RFI in hun RPL(A)MLA of geldig FI in hun PPL(A), CPL(A) of ATPL(A) en de klassebevoegdverklaring waarvoor ze instructie geven.

De opleiding voor RPL(H) voor klasse- of type bevoegdverklaringen voor eenmotorige helikopters wordt aangeboden door een geregistreerde opleidingsinstelling met instructeurs die in het bezit zijn van een geldige RFI(H) in hun RPL(H) of FI in hun PPL(H), CPL(H) of ATPL(H) en de klasse- of typebevoegdverklaring waarvoor ze instructie geven.

De opleiding voor RPL(GC) voor de klasse- of type bevoegdverklaringen voor eenmotorige gyrokopters wordt aangeboden door een geregistreerde opleidingsinstelling met instructeurs die in het bezit zijn van een geldige RFI(GC) in hun RPL(GC) dan wel geldig FI in hun PPL(A/H), CPL(A/H) of ATPL(A/H) alsmede de klasse- of typebevoegdverklaring waarvoor ze instructie geven en die met goed gevolg een praktijkexamen RFI(GC) hebben afgelegd.

De praktijkopleiding voor elke klasse binnen het RPL(A) omvat ten minste 30 uur, waarvan ten minste:

op een vliegtuig uit een willekeurige klasse uit RPL(A):

Het opleidingsplan voor de praktijkopleiding voor RPL(A) omvat ten minste:

De theorieopleiding voor het theorie-examen is gelijk aan de opleiding voor PPL(A). Het verzorgen van deze opleiding is voorbehouden aan een daartoe gekwalificeerde ATO of DTO.

De praktijkopleiding voor elk type eenmotorige helikopter of voor de klasse MLH binnen het RPL(H) omvat ten minste 30 uur op het gewenste type eenmotorige helikopter of de klasse MLH, waarvan ten minste:

Het opleidingsplan voor de praktijkopleiding voor RPL(H) voor een type opleiding of voor de klasse opleiding eenmotorige helikopters omvat ten minste:

De opleidingsinstelling zorgt voor een adequate vloot van opleidingshelikopters die geschikt zijn voor de bedoelde opleiding en die zijn uitgerust en onderhouden volgens de geldende regels.

Elke helikopter is voorzien van een dubbel besturingssysteem dat onafhankelijk kan worden gebruikt door de instructeur en de leerling. Een overzwenkbare besturing is niet acceptabel.

De theorieopleiding voor het theorie-examen is gelijk aan de opleiding voor PPL(H). Het verzorgen van deze opleiding is voorbehouden aan een daartoe gekwalificeerde ATO of DTO.

De praktijkopleiding elk type eenmotorige gyrokopter of voor de klasse gyrokopter binnen het RPL(GC) omvat ten minste 30 uur op het gewenste type eenmotorige gyrokopter of de klasse GC, waarvan ten minste:

Het opleidingsplan voor de praktijkopleiding voor RPL(GC) omvat ten minste:

De opleidingsinstelling zorgt voor een adequate vloot van opleidingsgyrokopters die geschikt zijn voor de bedoelde opleiding en die zijn uitgerust en onderhouden volgens de geldende regels. Elke gyrokopter is voorzien van een dubbel besturingssysteem dat onafhankelijk kan worden gebruikt door de instructeur en de leerling. Een overzwenkbare besturing is niet acceptabel.

De opleidingsinstelling zorgt voor theorieonderwijs voor het theorie-examen van de vakken Beginselen van het vliegen met een gyrokopter en Algemene kennis van het luchtvaartuig gyrokopter op het niveau van PPL. Het theoriegedeelte van de overige vakken is gebaseerd op PPL(A) en wordt verzorgd door een ATO of DTO. Het theoretisch gedeelte van de training zal worden afgesloten met een examen als bedoeld in bijlage 1 bij het Examenreglement voor luchtvarenden 2004. Deel FCL.120 is van overeenkomstige toepassing.

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

Inhoud

Kandidaten wordt lesgegeven door (voormalig) Luchtverkeersleiders, Flight Examiners (FE), Instrument Rating Examiners (IRE), Flight Instructors (FI), Instrument Rating Instructors (IRI) of leden van de voormalige standaardcommissie voor RT of voormalige RT-examinatoren, te accepteren door de ILT.

Tijdens de opleiding wordt gebruik gemaakt van simulatieapparatuur die minimaal bestaat uit een hoofdtelefoon met een daaraan bevestigde of losse microfoon, welke de kandidaat in staat stelt andere kandidaten en de instructeur te horen en te antwoorden door middel van een simplex verbinding. Wanneer de opleiding met goed gevolg is afgerond wordt na afloop door de instelling een certificaat afgegeven met betrekking tot het resultaat van de opleiding.

Het namens de betrokken opleidingsinstelling ondertekende certificaat is voorzien van de naam en het adres van die instelling, de inhoud van de training (VFR of IFR), de periode waarin de opleiding werd verzorgd en het resultaat daarvan. Alsmede wordt aangegeven de naam, het adres, de geboorteplaats, de geboortedatum en eventueel het ILT-correspondentienummer van de kandidaat.

Met kandidaten is de volledige lesstof voor het vak Communicatie als onderdeel van de kenniseisen conform de Regeling bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen voor luchtvarenden 2001 voor LAPL, BPL, SPL, PPL, CPL, IR, BIR, ATPL dan wel MPL zoals beschreven in verordening (EU) nr. 1178/2011, behandeld.

Voor de bevoegdverklaring RT (VFR only) is als kennis vereist:

Voor de bevoegdverklaring RT (VFR en IFR) is als kennis vereist:

Bedrevenheid wordt aangetoond door een praktijktoets.

De kandidaat toont, tijdens de toets, aan de hand van gesimuleerde VFR-vluchtsituaties, met gebruikmaking van de door ICAO voorgeschreven procedures en fraseologieën in de Engelse taal, aan bedreven te zijn in het samenstellen, overbrengen en opnemen van berichten met betrekking tot gecontroleerde VFR-vluchten.

De kandidaat toont, tijdens de toets, aan de hand van gesimuleerde IFR-vluchtsituaties, met gebruikmaking van de door ICAO voorgeschreven procedures en fraseologieën in de Engelse taal, aan bedreven te zijn in het samenstellen, overbrengen en opnemen van berichten met betrekking tot gecontroleerde IFR-vluchten.

De cursist kan geheel zelfstandig, en gebruikmakend van de correcte fraseologieën, zendtechniek en spreeksnelheid, de radiocommunicatie tijdens een gesimuleerde gecontroleerde vlucht uitvoeren. Daarbij kan in voldoende mate door de cursist worden aangetoond dat hij begrip heeft van de verschillende verkeerssituaties en een aantoonbaar voldoende niveau luchtvaart Engels beheerst.

NB 1

De leerdoelen hebben betrekking op de FIR Amsterdam, op de van kracht zijnde versie van de AIP Netherlands en de van kracht zijnde versies van de ICAO-publicaties Annex 10 volume II, DOC 4444, DOC 7030 en DOC 9432.

NB 2

In onderstaande tekst hebben de termen ‘uur’, ‘uren’ en ‘lesuren’ betrekking op een lesperiode van 60 minuten c.q. een veelvoud van 60 minuten.

Aantal uren zelfstudie of onderricht/instructie: ca. 28.

Aantal uren praktijktraining: ca. 18 (exclusief de praktijkvaardigheidstoets). Gebaseerd op: 6 cursisten tijdens de praktijktrainingslessen.

NB 3

Bij meer of minder dan 6 cursisten zal het aantal uren praktijktraining meer of minder zijn dan het aangegeven aantal van ca. 18:

Bij 4 cursisten zal het aantal uren praktijktraining ca. 12 bedragen. Bij 5 cursisten zal het aantal uren praktijktraining ca. 15 bedragen. Bij 7 cursisten zal het aantal uren praktijktraining ca. 21 bedragen. Bij 8 cursisten zal het aantal uren praktijktraining ca. 24 bedragen.

Onderstaand is een lesschema opgenomen met daarin de verplichte leerdoelen. Een opleider kan gebruik maken van een afwijkend lesschema, mits de verplichte leerdoelen hierin zijn opgenomen.

Aantal uren zelfstudie of onderricht/instructie: ca. 6

De cursist:

Vertrekkende vlucht van een gecontroleerd luchtvaartterrein in Nederland met de intentie om circuit te vliegen.

De cursist:

DE VOLGENDE PRAKTISCHE OEFENINGEN WORDEN IN LES 1 GEOEFEND

Aantal lesuren: ca. 3

Aantal uren zelfstudie of onderricht/instructie: ca. 6

DE VOLGENDE PRAKTISCHE OEFENINGEN WORDEN IN LES 2 GEOEFEND

Aantal lesuren: ca. 3

Aantal uren zelfstudie of onderricht/instructie uren: ca. 6

DE VOLGENDE PRAKTISCHE OEFENINGEN WORDEN IN LES 3 GEOEFEND

Aantal lesuren: ca. 3

Aantal uren zelfstudie of onderricht/instructie: ca. 6

DE VOLGENDE PRAKTISCHE OEFENINGEN WORDEN IN LES 4 GEOEFEND

Aantal lesuren: ca. 3

Aantal uren zelfstudie: ca. 2

EXAMENTRAINING

De cursist bereidt voor deze les twee of meerdere oefeningen voor. Deze oefeningen voldoen aan de eisen die door ILT zijn gesteld aan de samenstelling van een praktijkvaardigheidstoets (zie voor deze eisen LES 7).

DE VOLGENDE PRAKTISCHE OEFENINGEN WORDEN IN LES 5 GEOEFEND

Aantal lesuren: ca. 3

Aantal uren zelfstudie: ca. 2

EXAMENTRAINING

De cursist bereidt voor deze les twee of meerdere oefeningen voor. Deze oefeningen voldoen aan de eisen die door ILT zijn gesteld aan de samenstelling van een praktijkvaardigheidstoets (zie voor deze eisen LES 7)

DE VOLGENDE PRAKTISCHE OEFENINGEN WORDEN IN LES 6 GEOEFEND

Aantal lesuren: ca. 3

PRAKTIJKVAARDIGHEIDSTOETS

Doel:

Om te bereiken dat de praktijkvaardigheidstoetsen radiotelefonie, waar dan ook gehouden, voldoen aan dezelfde norm, zijn de praktijkvaardigheidstoetsen van een vergelijkbaar niveau. Om dit te verwezenlijken worden bij het opstellen van een praktijkvaardigheidstoets onderstaande elementen gebruikt als handleiding.

De praktijkvaardigheidstoets bestaat uit vier hoofdonderdelen:

Bij de praktijkvaardigheidstoets worden vluchten gesimuleerd met als vertrek- en aankomstpunt gecontroleerde luchtvaartterreinen in de FIR Amsterdam waar burgerluchtvaart is toegestaan.

Het uitwijken naar één van deze luchtvaartterreinen kan een deel van de vluchtsituatie vormen.

Hieronder wordt in detail aangegeven waar de onderdelen van de praktijkvaardigheidstoets aan moeten voldoen en welke specifieke opdrachten in de praktijkvaardigheidstoetsen moeten worden opgenomen.

De volgende eisen zijn van toepassing:

De cursist kan geheel zelfstandig, en gebruikmakend van de correcte fraseologieën, zendtechniek en spreeksnelheid, de radiocommunicatie tijdens een gesimuleerde gecontroleerde vlucht uitvoeren. Daarbij kan de cursist in voldoende mate aantonen dat hij begrip heeft van de verschillende verkeerssituaties en een aantoonbaar voldoende niveau luchtvaart Engels beheerst.

NB 1

De leerdoelen hebben betrekking op de FIR Amsterdam en de van kracht zijnde versie van de AIP Netherlands en de van kracht zijnde versies van de ICAO-publicaties Annex 10 volume II, DOC 4444, DOC 7030 en DOC 9432.

NB 2

In onderstaande tekst hebben de termen ‘uur’, ‘uren’ en ‘lesuren’ betrekking op een lesperiode van 60 minuten c.q. een veelvoud van 60 minuten.

Aantal uren zelfstudie of onderricht/instructie: ca. 151/2

Aantal uren praktijktraining: ca. 15 (exclusief de praktijkvaardigheidstoets). Gebaseerd op: 6 cursisten tijdens de praktijktrainingslessen.

NB 3

Bij meer of minder dan 6 cursisten is het aantal uren praktijktraining meer of minder zijn het aangegeven aantal van ca. 15:

Bij 4 cursisten bedraagt het aantal uren praktijktraining ca 10. Bedragen. Bij 5 cursisten bedraagt het aantal uren praktijktraining ca. 13. Bij 7 cursisten bedraagt het aantal uren praktijktraining ca. 18. Bij 8 cursisten bedraagt het aantal uren praktijktraining ca. 20.

Onderstaand is een lesschema opgenomen met daarin de verplichte leerdoelen. Het lesschema zelf is slechts een voorbeeld. De opleider is vrij zijn eigen lesplannen samen te stellen zolang alle leerdoelen maar worden gehaald.

Er wordt in deze syllabus vanuit gegaan dat een praktijkcursus VFR radiotelefonie is gevolgd.

Aantal uren zelfstudie of onderricht: ca. 4

DE VOLGENDE PRAKTISCHE OEFENINGEN WORDEN IN LES 1 GEOEFEND

Aantal lesuren: ca. 21/2

Aantal uren zelfstudie of onderricht/instructie: ca. 4

DE VOLGENDE PRAKTISCHE OEFENINGEN WORDEN IN LES 2 GEOEFEND

Aantal lesuren: ca. 21/2

Aantal uren zelfstudie of onderricht/instructie: ca. 4

DE VOLGENDE PRAKTISCHE OEFENINGEN WORDEN IN LES 3 GEOEFEND

Aantal lesuren: ca. 21/2

Aantal uren zelfstudie: ca. 11/2

DE VOLGENDE PRAKTISCHE OEFENINGEN WORDEN IN LES 4 GEOEFEND

Aantal lesuren: ca. 21/2

Aantal uren zelfstudie: ca. 1

EXAMENTRAINING

De cursist bereidt voor deze les twee of meerdere oefeningen voor. Deze oefeningen voldoen aan de eisen die door ILT zijn gesteld aan de samenstelling van een praktijkvaardigheidstoets (zie voor deze eisen LES 7).

DE VOLGENDE PRAKTISCHE OEFENINGEN WORDEN IN LES 5 GEOEFEND

Aantal lesuren: ca. 21/2

Aantal uren zelfstudie: ca. 1

EXAMENTRAINING

De cursist bereidt voor deze les twee of meerdere oefeningen voor. Deze oefeningen voldoen aan de eisen die door ILT zijn gesteld aan de samenstelling van een praktijkvaardigheidstoets (zie voor deze eisen LES 7).

DE VOLGENDE PRAKTISCHE OEFENINGEN WORDEN IN LES 6 GEOEFEND

Aantal lesuren: ca. 21/2

PRAKTIJKVAARDIGHEIDSTOETS

Doel:

Om te bereiken dat de praktijkvaardigheidstoetsen radiotelefonie, waar dan ook gehouden, voldoen aan dezelfde norm, zijn de praktijkvaardigheidstoetsen van een vergelijkbaar niveau te. Om dit te verwezenlijken worden bij het opstellen van een praktijkvaardigheidstoets onderstaande elementen gebruikt als handleiding.

De praktijkvaardigheidstoets bestaat uit drie hoofdonderdelen:

Bij de praktijkvaardigheidstoets worden vluchten gesimuleerd met als vertrek- en aankomstpunt gecontroleerde luchtvaartterreinen in de FIR Amsterdam waar burgerluchtvaart is toegestaan.

Het uitwijken naar één van deze luchtvaartterreinen en het uitvoeren van een spoed-of noodoproep kan een deel van de vluchtsituatie vormen.

Hieronder wordt in detail aangegeven waar de onderdelen van de praktijkvaardigheidstoets aan dienen te voldoen en welke specifieke opdrachten in de praktijkvaardigheidstoetsen dienen te worden opgenomen.

De volgende eisen zijn van toepassing:

De minister kan een opleidingsinstelling goedkeuring verlenen voor het verzorgen van de basisopleiding voor cabinebemanningsleden overeenkomstig CC.TRA.215 van verordening (EU) nr. 1178/2011, indien de aanvraag daartoe is ingediend met een aanvraagformulier van het model als hierachter opgenomen en is voldaan aan de volgende eisen:

Een goedgekeurde opleidingsinstelling voor het verzorgen van de basisopleiding voor cabinebemanningsleden kan worden aangewezen om namens de minister attesten voor cabinebemanningsleden af te geven in overeenstemming met artikel CC.CCA.100 (b), onderdeel 2, van bijlage V van verordening (EU) nr. 1178/2011, indien de opleidingsinstelling de volgende onderdelen aan het handboek bedoeld in hoofdstuk 1 heeft toegevoegd:

Het attest voldoet aan het model in appendix II van bijlage VI, deel ARA, van verordening (EU) nr. 1178/2011.

De bevoegde autoriteit informeert de opleidingsinstelling over de op het attest vermelde onderdelen 2, 3, 8 en 9.

De opleidingsinstelling neemt in het handboek bedoeld in hoofdstuk 1 een voorbeeldattest op met voor de opleidingsinstelling relevante informatie.

De aangewezen entiteit stelt een handboek op, waarin ten minste de volgende onderdelen beschreven zijn:

De aangewezen entiteit archiveert het handboek en de examenresultaten en bewaart deze gedurende een periode van minimaal 5 jaar.

De aangewezen entiteit zorgt ervoor dat:

De aangewezen entiteit zal op verzoek van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat inzicht geven in het aantal examens die afgenomen zijn in een gegeven kalenderjaar alsmede de resultaten van de afgenomen examens.