Ministeriële regeling · BWBR0013169

Mandaat- en volmachtbesluit diensthoofden BZK

Wijzigingen Officiële bron
Mandaat- en volmachtbesluit diensthoofden BZKMandaat- en volmachtbesluit diensthoofden BZKDe Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Gelet op het Mandaat- en volmachtbesluit secretaris-generaal BZK;

Gezien het advies van de Groepsondernemingsraad;

Besluit:

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag13 december 2001De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,Voor deze,De secretaris-generaal,J.W.Holtslag

In dit besluit wordt verstaan onder:

ministerie:

het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

minister:

de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

bewindspersoon:

de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties onderscheidenlijk de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

vervallen;

stuk:

een stuk dat een besluit inhoudt of een ander stuk dat wordt toegerekend aan een bewindspersoon;

diensthoofd:

de plaatsvervangend secretaris-generaal, een directeur-generaal, het hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst of het hoofd van de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid van het ministerie.

Het mandaat en de volmacht van het diensthoofd wordt uitgeoefend ten aanzien van aangelegenheden die naar het oordeel van het diensthoofd en te zijner verantwoording behoren tot zijn werkterrein overeenkomstig het Organisatiebesluit BZK en die, onverminderd het bepaalde in het MV-besluit secretaris-generaal BZK onderscheidenlijk dit besluit, redelijkerwijs niet behoren te worden voorgelegd aan een bewindspersoon of de secretaris-generaal.

Onverminderd het bepaalde in het MV-besluit secretaris-generaal BZK onderscheidenlijk dit besluit, heeft het mandaat en de volmacht van het diensthoofd in ieder geval betrekking op:

Het mandaat om te beslissen op bezwaarschriften tegen besluiten met betrekking tot een personele aangelegenheid wordt uitgeoefend door de plaatsvervangend secretaris-generaal, voor zover ten aanzien van het Korps Landelijke politiediensten en de Informatie- en communicatietechnologie Organisatie niet anders is bepaald, onverminderd het bepaalde in artikel 4:3, onder b, van het MV-besluit secretaris-generaal BZK.

Het mandaat van de directeur-generaal Management en Personeelsbeleid omvat tevens:

Het mandaat van de directeur-generaal Openbare Orde en Veiligheid omvat tevens:

Ten aanzien van het mandaat en de volmacht van de directeur-generaal Openbare Orde en Veiligheid met betrekking tot het beheer van het Korps Landelijke Politiediensten onderscheidenlijk de Informatie- en communicatietechnologie Organisatie, geldt het volgende:

Het mandaat en de volmacht van het diensthoofd is niet van toepassing:

Artikel 4:2, eerste en tweede lid, en artikel 4:3 van het MV-besluit secretaris-generaal BZK, inzake aan de bewindspersonen voorbehouden aangelegenheden, zijn van toepassing.

Aan de secretaris-generaal is, voor zover in of krachtens dit besluit niet anders is bepaald, voorbehouden het nemen van besluiten en het afdoen en ondertekenen van stukken met betrekking tot:

Het buiteninvorderingstellen of kwijtschelden van een privaatrechtelijke vordering geschiedt met medeparaaf van of namens de directeur Financieel-Economische Zaken bij een bedrag van tenminste € 5.000,- en met inachtneming van de door de Minister van Financiën gestelde voorschriften.

Artikel 7:1 is niet van toepassing op:

Het diensthoofd is bevoegd om in bijzondere gevallen, naast of in plaats van het bepaalde in artikel 7:1, mondeling of schriftelijk ondermandaat te verlenen onderscheidenlijk zijn volmacht door te verlenen aan een onder hem ressorterende functionaris voor een bepaald geval, met inachtneming van artikel 1, derde lid, van het Besluit privaatrechtelijke rechtshandelingen 1996.

De uitoefening door het diensthoofd onderscheidenlijk een op grond van of krachtens dit besluit gemandateerde en gevolmachtigde van diens mandaat en volmacht, geschiedt met inachtneming van:

De uitoefening door het diensthoofd onderscheidenlijk een op grond van of krachtens dit besluit gemandateerde en gevolmachtigde van diens mandaat en volmacht, geschiedt met inachtneming van de departementale procedures en richtlijnen met betrekking tot onder meer:

Het diensthoofd, onderscheidenlijk een op grond van of krachtens dit besluit gemandateerde en gevolmachtigde, legt op verzoek van een bewindspersoon of de secretaris-generaal mondeling of schriftelijk verantwoording af over de uitoefening van zijn mandaat en volmacht.

In gevallen waarin dit besluit niet voorziet, beslist de bewindspersoon die het aangaat of de secretaris-generaal over de verlening van mandaat of een volmacht.

Verlening en doorverlening van (onder)mandaat en volmacht op grond van of krachtens dit besluit wordt geregistreerd overeenkomstig de artikelen 8:1 en 8:2 van het MV-besluit secretaris-generaal BZK.

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2002.

Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaat- en volmachtbesluit diensthoofden BZK (MV-besluit diensthoofden BZK).