U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 06-04-2003.

Ministeriële regeling · BWBR0013170

Mandaat- en volmachtbesluit secretaris-generaal BZK

Wijzigingen Officiële bron
Mandaat- en volmachtbesluit secretaris-generaal BZKMandaat- en volmachtbesluit secretaris-generaal BZKDe Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

in overeenstemming met de Minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid,

Gelet op de Algemene wet bestuursrecht;

Gelet op de Compatibiliteitswet en het Besluit privaatrechtelijke rechtshandelingen 1996;

Gelet op het koninklijk besluit van 18 oktober 1988, houdende regeling van de functie en verantwoordelijkheid van de secretaris-generaal;

Gezien het advies van de Groepsondernemingsraad;

Besluit

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag13 december 2001 De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,K.G.de Vries

In dit besluit wordt verstaan onder:

ministerie:

het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

minister:

de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

bewindspersoon:

de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, onderscheidenlijk de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

vervallen;

stuk:

een stuk dat een besluit inhoudt of een ander stuk dat wordt toegerekend aan een bewindspersoon;

diensthoofd:

de plaatsvervangend secretaris-generaal, een directeur-generaal of, het hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst of het hoofd van de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid.

Het mandaat en de volmacht van de secretaris-generaal wordt uitgeoefend ten aanzien van aangelegenheden die, gelet op het koninklijk besluit van 18 oktober 1988, houdende regeling van de functie en verantwoordelijkheid van de secretaris-generaal, naar het oordeel van de secretaris-generaal en te zijner verantwoording behoren tot zijn werkterrein overeenkomstig het Organisatiebesluit BZK en die onverminderd het bepaalde in dit besluit, redelijkerwijs niet behoren te worden voorgelegd aan een bewindspersoon.

Onverminderd het bepaalde in paragraaf 4 van dit besluit heeft het mandaat en de volmacht van de secretaris-generaal in ieder geval betrekking op:

Het mandaat en de volmacht van de secretaris-generaal is niet van toepassing:

Aan de bewindspersonen is voorbehouden het nemen van besluiten en het afdoen en ondertekenen van stukken met betrekking tot:

Het mandaat van de secretaris-generaal is niet van toepassing op het nemen van besluiten en het afdoen en ondertekenen van stukken met betrekking tot beslissingen ten aanzien van de directeur-generaal voor de Algemene Bestuursdienst, voor zover deze samenhangen met de taken, genoemd in artikel 10, tweede lid, onder a tot en met c, van het Organisatiebesluit BZK.

De secretaris-generaal kan bij de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 6:1, tevens de bevoegdheid toekennen tot het verlenen van ondermandaat en het doorverlenen van de volmacht aan een rechtstreeks onder het desbetreffende diensthoofd of de desbetreffende functionaris ressorterende functionaris of in bijzondere gevallen aan een andere functionaris, ten aanzien van aangelegenheden op het werkterrein van de functionaris overeenkomstig het Organisatiebesluit BZK.

De secretaris-generaal is bevoegd om de plaatsvervangend secretaris-generaal, ten aanzien van door de secretaris-generaal met inachtneming van dit besluit en het Organisatiebesluit BZK vast te stellen aangelegenheden, in de bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de secretaris-generaal te laten treden.

De secretaris-generaal is bevoegd om de directeur-generaal Openbare Orde en Veiligheid, ten aanzien van aangelegenheden betreffende het Korps Landelijke Politiediensten onderscheidenlijk het agentschap Informatie- en communicatietechnologie Organisatie, in de bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de secretaris-generaal te laten treden.

De uitoefening door de secretaris-generaal van de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 6:1 tot en met 6:4, geschiedt bij schriftelijk besluit en in overeenstemming met de bewindspersonen, en na advies van de directeur Constitutionele Zaken en Wetgeving, de directeur Financieel-Economische Zaken en de directeur Personeel en Organisatie.

De secretaris-generaal is bevoegd om in bijzondere gevallen, naast of in plaats van het bepaalde in deze paragraaf, mondeling of schriftelijk ondermandaat te verlenen onderscheidenlijk zijn volmacht door te verlenen aan een onder hem ressorterende functionaris voor een bepaald geval, met inachtneming van artikel 1, derde lid, van het Besluit privaatrechtelijke rechtshandelingen 1996.

De uitoefening door de secretaris-generaal onderscheidenlijk een op grond van of krachtens dit besluit gemandateerde en gevolmachtigde van diens mandaat en volmacht, geschiedt met inachtneming van:

De secretaris-generaal legt op verzoek van een bewindspersoon mondeling of schriftelijk verantwoording af over de uitoefening van zijn mandaat en volmacht.

In gevallen waarin dit besluit niet voorziet, beslist de bewindspersoon die het aangaat over de verlening van mandaat of een volmacht.

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2002.

Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaat- en volmachtbesluit secretaris-generaal BZK (MV-besluit secretaris-generaal BZK).