U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2002.

Ministeriële regeling · BWBR0013199

Regeling taken en bevoegdheden VROM 2002

Wijzigingen Officiële bron
Regeling taken en bevoegdheden VROM 2002Regeling taken en bevoegdheden VROM 2002De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,De minister kan, gehoord de secretaris-generaal, de taken en bevoegdheden, genoemd in deze regeling, met onmiddellijke ingang wijzigen of intrekken.

Gelet op artikel 10:3 van de Algemene wet bestuursrecht,

Gelet op het koninklijk besluit van 18 oktober 1988 (Stb. 1988, 499), houdende regeling van de functie en verantwoordelijkheid van de secretaris-generaal,

Overwegende dat diverse organisatiewijzigingen binnen het ministerie van VROM een nieuwe toedeling van taken en bevoegdheden binnen het ministerie noodzakelijk maken;

Den Haag17 december 2001 De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,J.Pronk

In deze regeling wordt verstaan onder:

minister:

Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

staatssecretaris:

Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

diensten:centrale sector:

de organisatieonderdelen, vermeld in artikel 4 van de Beschikking Organisatie Centrale Sector VROM;

de hoofden van de diensten:

de directeuren-generaal Milieubeheer, Wonen en Ruimtelijke Ordening, de directeur-generaal van de Rijksgebouwendienst, de plaatsvervangend secretaris-generaal ten behoeve van de centrale sector, de inspecteur-generaal VROM en de directeur van het Ruimtelijk Planbureau;

de hoofden van de organisatieonderdelen:

de hoofden van de organisatieonderdelen, vermeld in bijlage 1 van deze regeling;

mandaat:

de bevoegdheid om in naam van de minister of de staatssecretaris besluiten te nemen of beleidsregels vast te stellen;

volmacht:

de bevoegdheid om namens de Staat in naam van de minister of de staatssecretaris privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten;

machtiging:

de bevoegdheid om in naam van de minister of de staatssecretaris handelingen te verrichten die noch besluiten noch privaatrechtelijke rechtshandelingen zijn.

Onverlet de algemene ambtelijke leiding van het ministerie door de secretaris-generaal zijn de hoofden van de diensten belast met de dagelijkse leiding van hun dienst. Zij ondernemen alle activiteiten die zij noodzakelijk achten voor de voorbereiding en de uitvoering van het door de minister en de staatssecretaris bepaalde beleid en voor het beheer van hun dienst, met uitzondering van de taken en bevoegdheden, genoemd in bijlage 1 van deze regeling, welke zijn opgedragen aan de centrale sector van het ministerie, en voorts met uitzondering van de taken en bevoegdheden, die bij of krachtens de wet zijn opgedragen aan andere instanties.

De hoofden van de diensten en de hoofden van de organisatieonderdelen zijn gemachtigd tot het aangaan van de verplichtingen en het doen van de betalingen, voorzien in de vastgestelde begrotingen van hun respectievelijke diensten of organisatieonderdelen.

Tenzij bij of krachtens een wettelijk voorschrift anders is bepaald stellen de minister respectievelijk de staatssecretaris, op voordracht van de secretaris-generaal en het hoofd van de betreffende dienst het jaarplan van de dienst vast. In het jaarplan wordt nader bepaald welke activiteiten door de dienst zullen worden ondernomen, welke resultaten zullen worden behaald en welke middelen zowel wat het beleid als wat het beheer betreft daarvoor in beginsel beschikbaar zijn.

Tegelijkertijd wordt bepaald welke informatie, wanneer en in welke vorm, het hoofd van dienst verstrekt over de voortgang van het beleid en over het beheer.

De hoofden van de diensten en de hoofden van de organisatieonderdelen informeren terstond de minister, de staatssecretaris en de secretaris-generaal bij zwaarwegende omstandigheden en gebeurtenissen, aangaande de hen toegekende taken en bevoegdheden, die naar hun mening hun kennisneming vergen.

Indien de hoofden van de diensten en de hoofden van de organisatieonderdelen, dan wel door hen gemandateerden, stukken afdoen als bedoeld in artikel 3, luidt de ondertekening overeenkomstig de in bijlage 2 aangegeven formule.

De minister kan, gehoord de secretaris-generaal, de taken en beveogdheden, genoemd in deze regeling, met onmiddelijke ingang wijzigen of intrekken.