U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-07-2005.

Regeling · BWBR0013267

Besluit SUWI

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 20 december 2001 tot vaststelling van een algemene maatregel van bestuur ter uitvoering van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, en in verband daarmee van enige andere socialezekerheidswetten (Besluit SUWI)Besluit SUWIWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, gedaan mede namens de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J. F. Hoogervorst, van 19 oktober 2001, Nr SUWI/SEC/2001/71128;

Gelet op de artikelen 13, vijfde lid, 25, eerste lid, onderdeel d, 28, derde lid, en 73, vijfde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, de artikelen 125, derde lid, en 145, eerste lid, van de Algemene bijstandswet, de artikelen 48, derde lid, en 64, eerste lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de artikelen 48, derde lid, en 64, eerste lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de artikelen 8, zevende lid, 10, vijfde lid, 14, tweede lid, 15, tweede lid, en 33a, vierde lid, van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten, artikel 72, vijfde lid, van de Werkloosheidswet en artikel 8, vijfde lid, van de Wet inschakeling werkzoekenden;

De Raad van State gehoord (advies van 12 december 2001, nr. W12.01.0543/IV);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J. F. Hoogervorst, van 13 december 2001, nr. SUWI/SEC/2001/366;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage20 december 2001BeatrixDe Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,W. A. F. G. VermeendDe Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,J. F. Hoogervorstde achtentwintigste december 2001De Minister van Justitie,A. H. Korthals

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

De overdracht van een aanvraag aan het UWV van een uitkering op grond van de WW of van de aangifte van werkloosheid op grond van artikel 26, eerste lid, onderdeel a, van voornoemde wet, vindt plaats binnen acht werkdagen na deze aangifte.

De aanvraag om een individuele reïntegratieovereenkomst kan in ieder geval worden geweigerd in de gevallen waarin op grond van artikel 4:35, eerste lid, onderdelen a en b en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht een subsidieverlening kan worden geweigerd, en indien niet wordt voldaan aan de krachtens artikel 4.2, vierde lid, door het UWV gestelde voorwaarden.

Onze Minister zendt binnen vier jaar na de inwerkingtreding van de artikelen 4.2 tot en met 4.4 aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze artikelen in de praktijk.

Vervallen

In deze paragraaf en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Bij de aanvraag, bedoeld in artikel 33a, eerste lid, van de Wet REA, vermeldt de aanvrager of zijn aanvraag betrekking heeft op verstrekking van subsidie dan wel het sluiten van een persoonsgebonden reïntegratie-overeenkomst door het UWV.

Het UWV kan uitsluitend een subsidie verstrekken of een persoonsgebonden reïntegratie-overeenkomst sluiten indien:

De subsidie-ontvanger dient binnen zes weken na afloop van het tijdvak waarvoor de subsidie is verleend een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in.

Het sluiten van een persoonsgebonden reïntegratie-overeenkomst kan in ieder geval worden geweigerd in de gevallen, bedoeld in artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht.

Indien de CWI, het UWV of de SVB, bij de uitvoering van een wet een misdrijf vermoedt, waardoor een bestuursorgaan bij het verstrekken van uitkeringen, het doen van verstrekkingen dan wel het heffen van bijdragen wordt benadeeld, stellen de CWI, het UWV en de SVB het betrokken bestuursorgaan hiervan, kosteloos, in kennis.

Het UWV en de SVB zijn bevoegd uit eigen beweging en verplicht op verzoek, kosteloos, uit de onder hun verantwoordelijkheid gevoerde administratie, aan de hieronder vermelde instanties te verstrekken:

De SVB is bevoegd op verzoek, kosteloos, uit de door hem gevoerde administratie, aan de Stichting Administratie Indonesische Pensioenen alle gegevens en inlichtingen te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de wet van 21 april 1955, Stb. 189 (en de daarbij behorende overeenkomst) en overeenkomstige wet- en regelgeving.

Het UWV is bevoegd uit eigen beweging en verplicht op verzoek uit de onder zijn verantwoordelijkheid gevoerde administratie gegevens kosteloos te verstrekken aan:

De CWI is bevoegd om bij de uitoefening van de taken, bedoeld in artikel 21, eerste lid, onderdeel b, van de Wet SUWI uit de onder haar verantwoordelijkheid gevoerde administratie, waaraan informatie omtrent individuele personen ontleend kan worden, aan een reïntegratiebedrijf gegevens omtrent naam, adres, telefoonnummer, postcode, woonplaats, opleiding en werkervaring te verstrekken.

De CWI, het UWV en de SVB zijn bevoegd uit de onder hun verantwoordelijkheid gevoerde administraties gegevens te verstrekken aan buitenlandse organen, voorzover die verstrekking noodzakelijk is voor de vervulling van een taak van zwaarwegend algemeen belang.

De CWI en het UWV zijn bevoegd uit eigen beweging en verplicht op verzoek, uit de onder hun verantwoordelijkheid gevoerde administratie, kosteloos aan de door Onze Minister aangewezen ambtenaren, bedoeld in artikel 14 van de Wet arbeid vreemdelingen, artikel 24 van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 en artikel 13, eerste lid, van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs, gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de Wet arbeid vreemdelingen, de Arbeidsomstandighedenwet 1998 en de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs.

Bij het verstrekken van gegevens maken de CWI, het UWV en de SVB gebruik van het sociaal-fiscaalnummer, voorzover het gebruik van dit nummer wettelijk is voorgeschreven of toegestaan bij de uitvoering van de in dit besluit vermelde wettelijk voorschriften.

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2002, met uitzondering van de artikelen 4.7 tot en met 4.20, die in werking treden op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit SUWI.