Regeling · BWBR0013337
Besluit bijzondere euromunten
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Financiën van 26 november 2001, FM 2001-01944 M, Generale Thesaurie, Directie Financiële Markten, Afdeling Algemeen beleid en Integriteit;
Gelet op artikel 4, eerste lid, van de Muntwet 2002;
De Raad van State gehoord (advies van 13 december 2001, no. W06.01.0634/IV);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Financiën van 21 december 2001, FM 2001-02102 U,:
Hebben goedgevonden en verstaan:
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage7 januari 2002BeatrixDe Staatssecretaris van Financiën,W. J. Bos de tweeëntwintigste januari 2002De Minister van Justitie,A. H. KorthalsDe materialen waaruit de bijzondere munten met de hoedanigheid van wettig betaalmiddel zijn vervaardigd, de gewichten en afmetingen, luiden als volgt:
Muntsoort | Metaal | Gehalte nominaal | tolerantie + of – %punt | Gewicht nominaal gram | tolerantie + of – % | Middellijn nominaal | tolerantie + of – millimeter |
tien-euromunt | zilver | Ag 92,5 | 0,5 | 17,8 | 0,7 | 33 | 0,10 |
goud | Au 90,0 | 0,5 | 6,72 | 0,7 | 22,5 | 0,10 |
De bijzondere munten, genoemd in artikel 2 van de Muntwet 2002, hebben in Nederland de hoedanigheid van wettig betaalmiddel tot een bedrag van € 500 voor tien-euromunten.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag waarop de Muntwet 2002 in werking treedt.
Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit bijzondere euromunten.