Wijzigingen Officiële bron
Wet van 6 maart 2002 tot vaststelling van de Tijdelijke wet voor de penitentiaire noodcapaciteit ten behoeve van drugskoeriers (Tijdelijke wet noodcapaciteit drugskoeriers)Tijdelijke wet noodcapaciteit drugskoeriersWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is een tijdelijke regeling te treffen voor het insluiten van verdachten van en veroordeelden terzake van overtreding van bepalingen van de Opiumwet die betrekking hebben op het binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen van bij of krachtens de Opiumwet verboden middelen, zulks in afwijking van het bepaalde bij of krachtens de Penitentiaire beginselenwet en de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage6 maart 2002BeatrixDe Minister van Justitie,A. H. Korthalszevende maart 2002De Minister van Justitie,A. H. Korthals

Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder:

Deze wet is van toepassing op personen ten aanzien van wie, wegens overtreding, dan wel verdenking van overtreding, van artikel 2, eerste lid, aanhef en onder A, van de Opiumwet, de inverzekeringstelling of de voorlopige hechtenis is bevolen of die wegens een dergelijke overtreding zijn veroordeeld en die zijn geplaatst in een voorziening als bedoeld in artikel 4, eerste lid, en die ten tijde van de plaatsing zestien jaar of ouder zijn.

Personen ten aanzien van wie vanaf 25 januari 2002 wegens verdenking van overtreding van artikel 2, eerste lid, aanhef en onder A, van de Opiumwet de inverzekeringstelling of de voorlopige hechtenis is bevolen en die in een inrichting als bedoeld in de Penitentiaire beginselenwet zijn geplaatst, kunnen worden overgeplaatst naar een voorziening als bedoeld in deze wet. Artikel 6 is van overeenkomstige toepassing.

De Penitentiaire beginselenwet alsmede de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen en de bij of krachtens die wetten vastgestelde regels zijn niet van toepassing op de insluiting van de personen, bedoeld in artikel 2, tenzij in deze wet anders is bepaald.

Met de plaatsing en overplaatsing van gedetineerden zijn door Onze Minister als zodanig aangewezen selectiefunctionarissen belast. Deze zijn bevoegd de overbrenging van gedetineerden te bevelen naar de voor hen bestemde voorziening. Zij kunnen de overbrenging doen geschieden door daartoe aangewezen ambtenaren of medewerkers.

De in het eerste lid bedoelde uitsluiting duurt, indien de beslissing is genomen op de grond van artikel 10, eerste lid, onder a of b, ten hoogste twee weken. De directeur kan deze uitsluiting telkens voor ten hoogste twee weken verlengen, indien hij tot het oordeel is gekomen dat de noodzaak tot uitsluiting nog bestaat.

Het recht van de gedetineerde op onaantastbaarheid van zijn lichaam, zijn kleding en de van zijn lichaam afgescheiden stoffen en zijn verblijfsruimte kan overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk worden beperkt.

De directeur draagt, indien mogelijk, zorg dat in de inrichting geestelijke verzorging, die aansluit bij de godsdienst of levensovertuiging van de gedetineerden, beschikbaar is.

De directeur kan een gedetineerde toestemming geven hem toebehorende voorwerpen in zijn verblijfsruimte te plaatsen dan wel bij zich te hebben voor zover dit zich verdraagt met de volgende belangen:

De gedetineerden worden in de gelegenheid gesteld gedurende ten minste één uur per dag in de buitenlucht te verblijven, tenzij de gezondheid van de gedetineerde daaraan in de weg staat.

De beklagcommissie draagt zorg voor de behandeling van klaagschriften ingevolge de bepalingen van dit hoofdstuk.

De beklagcommissie stelt de klager en de directeur in de gelegenheid omtrent het klaagschrift mondeling opmerkingen te maken, tenzij zij het beklag aanstonds kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond acht of de gedetineerde niet meer in de voorziening verblijft.

Deze wet wordt aangehaald als: Tijdelijke wet noodcapaciteit drugskoeriers.

Onder toepassing van artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet treedt deze wet in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst. Deze wet vervalt op 8 maart 2005.